Samengesteld werkwoord: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
16 bytes toegevoegd ,  4 jaar geleden
Samengestelde werkwoorden dienen onderscheiden te worden van de werkwoorden met een (meestal onbeklemtoond) [[Prefix (taalkunde)|voorvoegsel]], zoals de werkwoorden ''berijden'' en ''verleggen'' met de voorvoegsels ''be-'' en ''ver-''. Bij deze werkwoorden is het voorvoegsel een vast deel van het woord en kan daar niet van gescheiden worden. Daarnaast krijgen zulke werkwoorden niet het voorvoegsel ''ge-'' in de verleden tijd; het bestaande voorvoegsel "vervangt" dit als het ware. Er bestaat een aantal werkwoorden die zowel scheidbaar als met voorvoegsel kunnen zijn, zoals ''voorkomen'' (''kom voor'' of ''voorkom''). De spelling van beide is voor veel van de vormen hetzelfde, maar de plaats van de klemtoon verschilt waardoor het onderscheid wel in spraak te horen is. In de spelling wordt de klemtoon soms aangeduid met een streepje als er verwarring kan ontstaan: ''vóórkomen'' of ''voorkómen''.
 
Enkele werkwoorden, zoals ''stofzuigen'', ''voetballen'' en ''zweefvliegen'' vormen een uitzondering op deze regel. Zij zijn niet scheidbaar (''ik stofzuig'', niet ''ik zuig stof''), maar zijn ook geen werkwoord met voorvoegsel (''ik heb '''ge'''stofzuigd''). Het wordt daarnaast ook [[Zwak werkwoord|zwak]] vervoegd (''stofzuigde'') en niet sterk (''stofzoog'') zoals het basiswerkwoord ''zuigen''. Hier is sprake van een soort rudimentaire vorm van [[incorporatie (taalkunde)|incorporatie]], iets dat vooral in [[polysynthetische talen]] veel voorkomt.
 
== Duits ==
25.810

bewerkingen

Navigatiemenu