Installatieautomaat: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
14 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
k
herstel interne link
(Aardlekschakelaars dienen alleen voor persoonsbescherming, niet voor bescherming tegen brand.)
k (herstel interne link)
[[BestandAfbeelding:Jtecul.jpg|thumb|Een tweepolige installatieautomaat]]
Een '''installatieautomaat''', ook wel '''maximumschakelaar''', '''zekeringautomaat''' of kortweg '''automaat''' genoemd, beschermt de bedrading van [[elektrische installatie]]s tegen schade door te hoge [[Elektrische stroom|elektrische stromen]].
 
Een ander criterium voor installatieautomaten is de [[kortsluitvastheid]] van de automaat. Als een installatie waarin zich automaten bevinden zich dicht bij de voedende transformator bevindt, zal de kortsluitstroom die kan gaan vloeien veel groter zijn dan wanneer deze installatie (veel) verder van de transformator is verwijderd. In het geval dat de installatie dicht bij de transformator is, kan de kortsluitstroom enkele tot vele kA groot zijn. In huisinstallaties zullen de voedende kabels naar het huis zo worden aangelegd zodat deze stromen van ten hoogste 6000 A (6 kA) kunnen verwerken, maar meestal zal de 3000 A niet worden gehaald. Een automaat moet een kortsluiting kunnen afschakelen zonder zelf te worden vernield. Hierbij mag ook geen brand worden veroorzaakt en mag er geen gevaar zijn voor mensen in de nabijheid van het automaat. Op de automaten die vandaag de dag in installaties worden gebruikt is de maximaal af te schakelen kortsluitstroom aangegeven.
 
== Werking ==
[[BestandAfbeelding:Circuitbreaker.jpg|thumb|Doorsnede van een installatieautomaat<br />
1. bedieningshefboom, opent en sluit de contacten.<br />
2. schakelmechanisme<br />
* Het tweede element is datgene dat beveiligt tegen [[Overbelasting (elektriciteit)|overbelasting]]. Dit is een '''thermische beveiliging''' met [[bimetaal]]. Bij langdurige te grote stroom treedt opwarming op van het bimetaal. Dit plooit door en bedient een palletje tegen het uitschakelmechanisme waardoor de automaat zal uitschakelen. Thermische uitschakeling is traag, dit komt omdat het enige tijd duurt alvorens het bimetaal zo warm wordt dat het gaat kromtrekken, hierdoor ontstaat een vertraging in de uitschakeling.
 
De overstroombeveiliging beveiligt de installatie enkel tegen kortsluiting (3 kA, 6 kA) en overbelasting (16 A, 20 A) maar niet tegen verliesstromen (aardfouten), als deze geen kortsluiting tot gevolg hebben. Om de gebruikers te beschermen tegen [[elektrocutie]], en om te voorkomen dat bij een slechte aarding door een aardlek de aarding spanning gaat voeren, moet de installatie voorzien zijn van aardlekschakelaars[[aardlekschakelaar]]s. Tegenwoordig worden steeds vaker aardlekautomaten toegepast; een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat in één behuizing.
 
== De curve ==
[[BestandAfbeelding:Courbe déclenchement disjoncteur B et C.svg|thumb|Rood : curve B / Blauw : curve C]]
De ligging van de magnetische drempel bepaalt de 'curve' van de automaat. De elektrische kring moet zo berekend zijn dat de kleinste kortsluitstroom de automaat magnetisch doet uitschakelen. Dit is belangrijk voor het beveiligen van lange kabels met een kleine doorsnede (mm²). Indien de kortsluitstroom te klein is moet ofwel een lagere magnetische drempel genomen worden ofwel een kabel met grotere doorsnede (mm²).
*Curve B: lage magnetische drempel ca. 3 à 5 x I<sub>n</sub>

Navigatiemenu