Speciaal onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie voor het speciaal onderwijs in Vlaanderen het lemma buitengewoon onderwijs.
Leraar en leerling.

Het speciaal onderwijs is in Nederland de benoeming voor onderwijs aan kinderen die vanwege leer- of gedragsproblemen, vanwege lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg op school nodig hebben. Tot 1985 werd het speciaal onderwijs in Nederland 'buitengewoon lager onderwijs' genoemd, afgekort blo. De volksmond maakte daar vaak 'bijzonder onderwijs' van, maar dat is een heel ander begrip waarmee 'niet openbaar onderwijs' bedoeld werd. Onder het blo vielen vele vormen van onderwijs, bijvoorbeeld ook dat voor kermis- en schipperskinderen.

Clusters[bewerken]

Het onderwijs aan leerlingen die lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapt zijn heet sinds 1985 'speciaal onderwijs'. De leerlingen die van dit onderwijs gebruik moeten maken worden ingedeeld in vier categorieën (clusters):

  • Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen met een visuele handicap
  • Cluster 2: dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige communicatiemoeilijkheden of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
  • Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
  • Cluster 4: zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK), kinderen met gedrags- en/of psychiatrische stoornissen, zoals ADHD, PDD-NOS, ODD, CD (Antisociale gedragsstoornis), klassiek autisme, Gilles de la Tourette, hechtingsproblematiek.

Voor deze kinderen is er ook voortgezet speciaal onderwijs. Dit kan gevolgd worden tot de leeftijd van 20. Tegenwoordig is er op meerdere niveaus voortgezet speciaal onderwijs, zoals vmbo maar ook Havo. Op de niveaus: Basis en Kader kunnen de leerlingen alleen een certificaat halen, omdat de meeste geen stage kunnen volgen, op de Theoretische leerweg en Havo kunnen ze echter wel een diploma halen. Verschillende scholen binnen cluster 4 gaan de samenwerking aan met regulier Voortgezet Onderwijs scholen zodat leerlingen een diploma kunnen halen.

Deze lage vervolgopleiding is voor vele kinderen op het voortgezet speciaal onderwijs eigenlijk te laag, want kinderen met gedragsstoornissen kunnen toch een hoge intelligentie hebben. Hier zijn kinderen tussen die het normale onderwijs aankunnen, maar toch nog lange tijd op het speciaal onderwijs gehouden worden. Als deze toch naar het normale voortgezet onderwijs gaan, kan daar gezegd worden dat de leerling naar een hoger niveau kan gaan (bijvoorbeeld atheneum). Wegens de lage onderwijsontwikkeling kan het heel lastig voor de leerlingen zijn om toch op het niveau te komen waar ze naartoe hadden kunnen gaan, als ze niet op het speciaal onderwijs hadden gezeten. Deze leerlingen kunnen ook een trauma overhouden aan het feit dat ze zo'n lage onderwijsontwikkeling hebben gehad, wegens het speciaal onderwijs.

Indicatie[bewerken]

Een leerling die vanwege zijn beperking in aanmerking wil komen voor speciaal onderwijs heeft daarvoor een indicatie nodig. Een indicatie dient aangevraagd te worden door de ouders bij een Commissie voor indicatiestelling (CVI) van de betreffende cluster. Als een indicatie voor speciaal onderwijs is verleend, geldt die indicatie ook als toekenning van een rugzakje.

'Speciaal onderwijs' op reguliere scholen[bewerken]

Wanneer de indicatie voor het speciaal onderwijs is verleend, kunnen ouders er toch voor kiezen hun kind op de reguliere basisschool, de school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of de reguliere middelbare school te houden. De extra kosten die hiervoor nodig zijn, komen uit het rugzakje.

Nuvola single chevron right.svg zie verder het artikel ambulante begeleiding.

Speciaal Basisonderwijs (SBO)[bewerken]

Een aparte categorie in het Nederlands onderwijs vormt het speciaal basisonderwijs. Wettelijk gezien is dit geen speciaal onderwijs maar regulier onderwijs. Tot 1998 stond deze vorm van onderwijs bekend als scholen voor kinderen met leer- en gedragsproblemen, onderverdeeld in

  • Kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM-onderwijs)
  • Moeilijk Lerende Kinderen (MLK-onderwijs)
  • In hun ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK)

Tegenwoordig wordt er niet meer gesproken over de bovenstaande indeling. In het algemeen wordt gezegd, dat kinderen met een betrekkelijk laag of laag intelligentieniveau en kinderen die een leerachterstand hebben, naar het speciaal basisonderwijs (sbo) gaan. Deze groepen kinderen vallen hiermee onder de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), die de regelgeving voor regulier en speciaal basisonderwijs behandelt.

Het speciaal basisonderwijs valt niet onder de wet 'speciaal onderwijs', maar is in feite een speciale vorm van onderwijs voor kinderen die het op een reguliere basisschool niet redden. Het leerrendement blijft achter en vaak gaat dat gepaard met een sterk verminderd welbevinden. Kinderen op sbo-scholen dienen na het verlaten van deze school dezelfde basiskennis behaald te hebben als kinderen die op een gewone basisschool gezeten hebben, maar ze mogen daar wel langer over doen. Uitlopen kan tot 14 jaar.

Voordat een kind met een leerprobleem of leerstoornis op een sbo-school geplaatst wordt, hebben ouders en kind een lang traject te gaan:

  • De leerkracht op de basisschool van het kind moet eerst het kind aangemeld hebben bij de interne begeleider (ib'er) van de eigen school. Samen stellen ze een handelingsplan op om te zien of het op de eigen basisschool kan blijven. De ouders moeten met dit handelingsplan instemmen.
  • Als blijkt dat het probleem te groot voor de basisschool is, wordt het kind door de ib'er aangemeld bij het zorgcentrum van het samenwerkingsverband van basisscholen en sbo-scholen waartoe de school van het kind behoort. Vanuit dit zorgcentrum kan ondersteuning verleend worden aan de leerkracht van het kind.
  • Wanneer ook dit niet afdoende blijkt te zijn, kunnen de ouders bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) een beschikking aanvragen. Ouders en school leveren gegevens aan (een onderwijskundig rapport, didactische resultaten, capaciteitenonderzoek) op grond waarvan de PCL al of niet een beschikking geeft. Alleen met een beschikking kunnen ouders hun kind aanmelden bij een sbo-school binnen het samenwerkingsverband waartoe de eigen basisschool behoort. De betreffende sbo-school bepaalt of en wanneer geplaatst wordt. Wil een ouder plaatsing realiseren bij een sbo-school van BUITEN het eigen samenwerkingsverband, dan is opnieuw een beschikking van die PCL vereist.

Zie ook[bewerken]