Speciale trekkingsrechten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Speciale trekkingsrechten zijn certificaten die binnen het systeem van Bretton Woods in principe inwisselbaar waren tegen goud en die in internationaal verband als betaalmiddel golden.

Functie[bewerken]

Het nut van speciale trekkingsrechten bestond erin, een gemeenschappelijke basis van betaling te hebben, onafhankelijk van schommelingen van een munt ten opzichte van een andere en zonder een land te bevoordelen door de munt van een land tot internationale standaard te verheffen. Speciale trekkingsrechten waren ook eenvoudiger te verhandelen dan tastbaar goud.

De valutacode luidt XDR, alhoewel ook vaak SDR wordt gebruikt (van het Engelse Special Drawing Rights).

Valuta samenstelling[bewerken]

Nu zijn de speciale trekkingsrechten gebaseerd op de Amerikaanse dollar, de euro, de Japanse yen en het Britse pond sterling. Sinds 1 december 2015 werd ook de Chinese yuan toegelaten.

Herziening[bewerken]

Iedere vijf jaar bekijkt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de samenstelling van het mandje valuta in de SDR de economische en financiële verhoudingen in de wereld reflecteert.[1] De laatste herziening ging in op 1 januari 2011.

Om opgenomen te worden in de SDR moet een valuta aan twee belangrijke criteria voldoen:

  • Export of Gateway criterium, dit is het aandeel van het land in de wereldhandel.
  • Freely usable criterium, deze maatstaf werd in 2000 toegevoegd en houdt rekening met de mate waarin de valuta wordt gebruikt in het internationale financiële verkeer. Hieronder vallen ook elementen als een vrije wisselkoers, weinig beperkingen op de in- of uitvoer van de valuta en de mogelijkheid om in de valuta vrij te beleggen.

China[bewerken]

Bij de laatste herziening in 2010 voldeed de Volksrepubliek China al duidelijk aan het eerste criterium. Het land stond op de derde plaats wat internationale handel betreft, na de Eurolanden, de Verenigde Staten, maar voor het Verenigd Koninkrijk en Japan. China had in de periode 2005-2009 een aandeel van 8,1%.[1] Vijf jaar later is het aandeel gegroeid naar 11% en het verschil met de twee leidende economische blokken is verkleind, maar vergroot ten opzichte van Japan en het Verenigd Koninkrijk.[1] Met betrekking tot het tweede criterium scoorde China slechter. De renminbi werd nauwelijks aangehouden in de officiële reserves. Zo'n 64% van de internationale valutareserve werd in dollars aangehouden, voor 3,9% in ponden en voor de renminbi was dit minder dan 1%.[1] Verder stonden er weinig internationale obligaties uit in deze valuta en was de internationale handel ook beperkt.[1]

Vanaf het voorjaar van 2015 kwam de discussie over de herziening weer op gang. Op 30 november 2015 besloot de executive board van het IMF om de yuan vanaf 1 oktober 2016 in het mandje van valuta op te nemen: de yuan werd als in voldoend mate "freely useable" beschouwd.[2] [3] Op 1 oktober 2016 krijgt de renminbi in de SDR een gewicht van 10,9%.[4] De belangrijkste munt blijft de dollar met 41,7% en de euro met bijna 31%. De yen en het Britse pond volgen met elk ruim 8%.[4]

Externe link[bewerken]