Spoedeisende hulp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een behandelkamer voor spoedeisende hulp.
Een hoogtechnologische behandelkamer voor spoedeisende hulp.
Een reanimatieruimte van een spoedgevallendienst.
Een patiënt die met een ambulance naar een spoedeisende hulpafdeling is gebracht.
De ingang van een (Engelse) spoedeisende hulpafdeling.
Een traumateam aan het werk op de spoedeisende hulp.

De spoedeisende hulp (SEH), centrale spoedopvang (CSO), spoeddienst, spoedgevallendienst, spoedafdeling, spoedopname, spoed of Eerste Hulp is een gespecialiseerde afdeling van een ziekenhuis die erop gericht is medische en verpleegkundige zorg te verlenen aan ongevalslachtoffers en patiënten met acute aandoeningen of verwondingen.[1] Spoeddiensten maken deel uit van een keten van acute zorg waarin huisarts en huisartsenpost, meldkamer, verloskundige, ambulancedienst, MUG en mobiel medische team elk hun aandeel leveren. [2]

Vroeger, voor er gespecialiseerde spoedeisende hulpafdelingen ingericht werden, werden patiënten met een dringend probleem meestal opgevangen op het operatiekwartier of rechtstreeks op de afdeling intensieve zorg of een andere verpleegafdeling.[3]

Werkwijze[bewerken]

Na binnenkomst van een of meerdere patiënten (met een ambulance, doorverwezen door de huisarts of op eigen houtje - de zogenaamde "zelfverwijzers") wordt meestal een triage uitgevoerd waarbij de aard van de verwonding of aandoening vastgesteld wordt en daarmee ook de prioriteit. Uiteraard zullen mensen met een ernstige aandoening eerder behandeld worden dan mensen met een minder spoedeisende aandoening. Het werk op de spoedeisende hulp is divers en omvat diagnostiek en soms behandeling op het terrein van onder meer de volgende disciplines:

Ook urologische en dermatologische klachten worden buiten kantooruren soms opgevangen op de spoedeisende hulp.

Materiaal[bewerken]

In België zijn de materiële minimumvereisten voor een spoedgevallendienst:

Op sommige grotere spoedgevallendiensten treft men ook extra apparatuur aan, zoals een eigen CT-scanner.

Infrastructuur[bewerken]

De spoedeisende hulp beschikt normaalgezien over een onthaal, wachtruimte, triagelokaal, onderzoeksruimtes, reanimatieruimte(s) (ook wel shockroom, acute kamer of traumakamer genoemd), meestal ook een aparte gipsruimte en observatiezaal en en soms eigen speciale voorzieningen zoals een CT-scanner, een radiologielokaal (meestal echter beschikt men op de spoedeisende hulp over mobiele röntgenapparatuur) of een decontaminatieruimte. In België zijn de minimumvereisten voor een spoedgevallendienst:

  • een overdekte, verwarmde ruimte voor ambulances
  • een duidelijk aangegeven toegang voor voetgangers
  • een onthaal
  • een administratieruimte
  • een werk-, een rust- en een ontspanningsruimte voor het genees- en verpleegkundig personeel
  • een wachtruimte
  • een spreekruimte
  • een lokaal dat kan (maar niet noodzakelijk moet) gebruikt worden voor de triage van patiënten
  • minimum vier bedden voor de opvang van 'gewone' spoedgevallenpatiënten (deze mogen in dezelfde ruimte gesitueerd zijn, maar moeten wel afgescheiden kunnen worden van de andere)
  • minimum twee bedden voor de opvang van patiënten in kritieke toestand (deze mogen ook beiden in dezelfde ruimte gesitueerd zijn). Deze ruimte(s) noemt men meestal de reanimatieruimte(s) of shockroom(s).
  • een lokaal voor kleine chirurgische ingrepen
  • een gipsruimte
  • een isolatieruimte voor patiënten met een acute psychische aandoening
  • minimum vier bedden voor de observatie van patiënten die verzorgd zijn op de spoedgevallendienst (minimum één van deze moet zijn uitgerust voor de bewaking van kritieke patiënten)
  • een badkamer voor patiënten

Personeel[bewerken]

In Nederland bestaat het personeel uit arts-assistenten (al of niet in opleiding tot specialist of huisarts), soms artsen met een specialisatie tot SEH-arts en SEH-verpleegkundigen. In België wordt de dienst bemand door minstens één erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, aangevuld met geneesheer-specialisten in de urgentiegeneeskunde, geneesheer-specialisten in de acute geneeskunde, kandidaat-geneesheer-specialisten in de urgentiegeneeskunde en gegradueerde verplegers of gegradueerde verpleegsters in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg.

Organisatie in België: 'gespecialiseerde spoedgevallenzorg' en 'eerste opvang van spoedgevallen'[bewerken]

In België zijn de spoedgevallendiensten (officieel getiteld: 'functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg') ingeschakeld in het zogenaamde stelsel van de dringende geneeskundige hulpverlening. Ambulances mogen patiënten enkel naar ziekenhuizen met een dergelijke functie brengen. Belgische ziekenhuizen die niet over een spoedgevallendienst beschikken, zijn verplicht een zogenaamde functie "eerste opvang van spoedgevallen" in te richten. Deze moet toegankelijk zijn voor voetgangers en bij de ambulanceonthaalplaats liggen. Het lokaal waarin deze functie gevestigd is, dient te beschikken over aangepaste geneesmiddelen, plasmasubstituten, rode bloedcellenconcentraat, een vaste zuurstoftoevoer (met voorzieningen voor beademing), een reanimatiekar, een mobiel röntgenapparaat en een rechtstreekse telefoonlijn, en dient 24h/24h bemand te worden door een geneesheer-specialist die houder is van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde en een verpleegkundige. In België bestaan er geen gespecialiseerde traumacentra.[4][5]

Organisatie in Nederland: Spoedeisende hulpafdelingen en traumacentra[bewerken]

In Nederland bestaan er buiten de 'gewone' spoedeisende hulpafdelingen ook gespecialiseerde traumacentra. Zwaargewonde patiënten worden in deze centra opgevangen. Voor kleinere verwondingen en acute ziektes kan men in de 'gewone' spoedeisende hulpafdelingen terecht.

Wetgeving[bewerken]

De Nederlandse richtlijnen zijn eerder algemeen: "Een SEH levert acute zorg en beschikt deze gedurende de openingstijden over voldoende deskundig personeel en materieel voor herkenning, stabilisatie en resuscitatie van alle acute medische calamiteiten. Op een SEH is men in staat een breed scala aan acute ziekten en letsels in alle leeftijdscategorieën te herkennen en te behandelen of door te verwijzen (Werkgroep Kwaliteitsindeling SEH, 2009). Alle SEH’s moeten voldoen aan een basis kwaliteitsniveau en sommige SEH’s bieden daarnaast gespecialiseerde spoedeisende zorg aan één of meer omschreven patiëntencategorieën, in samenhang met ziekenhuisfuncties na de SEH (bijvoorbeeld intensieve zorg of chirurgie).[6][7] In België zijn de richtlijnen voor spoedgevallendiensten weergegeven in het koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. Deze wet beschrijft de/het vereiste infrastructuur, materiaal, personeel, organisatie en permanente vorming.[8]

Trivia[bewerken]

  • In de Nederlandse televisieserie Ingang Oost werd het werk op de afdeling spoedeisende hulp in beeld gebracht. Ook de Belgische televisieserie Spoed is gebaseerd op het werk op deze afdeling.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. RIVM-Nationaal Kompas Volksgezondheid
  2. Gezondheidsraad (2012): De basis moet goed! Kwaliteit bij een Basis Spoedeisende Hulp binnen een regionaal netwerk. ISBN 978-90-5549-884-0
  3. Stagemap studenten. AZ Alma (22 juli 2011) Geraadpleegd op 16 november 2013
  4. Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "eerste opvang van spoedgevallen" moet voldoen om te worden erkend. Belgische ministerie van Sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu (27 april 1998) Geraadpleegd op 22 juni 2013
  5. Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "eerste opvang van spoedgevallen". Belgische ministerie van Sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu (27 april 1998) Geraadpleegd op 22 juni 2013
  6. Wat is een afdeling Spoedeisende hulp?. Nationaal Kompas Volksgezondheid (13 juni 2013) Geraadpleegd op 22 juni 2013
  7. Spoedeisende hulp: Vanuit een stevige basis. Werkgroep Kwaliteitsindeling SEH (oktober 2009)
  8. Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. Belgische ministerie van Sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu (27 april 1998) Geraadpleegd op 21 juni 2013