Spoelvoetcollybia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spoelvoetcollybia
Spoelvoetcollybia
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales
Familie:Marasmiaceae
Geslacht:Gymnopus
Soort
Gymnopus fusipes
(Bull.) Gray (1821)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Spoelvoetcollybia op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De spoelvoetcollybia (Gymnopus fusipes, synoniem: Collybia fusipes) is een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae

Habitat[bewerken | bron bewerken]

De spoelvoetcollybia komt in Nederland en Vlaanderen vrij algemeen voor. Hij vormt gewoonlijk grote toefen aan de voet van bomen, vooral eiken en beuken, maar soms ook bij andere loofbomen. Het is waarschijnlijk een necrotrofe parasiet.

Eigenschappen[bewerken | bron bewerken]

Hoed[bewerken | bron bewerken]

De hoed heeft een doorsnede van 3-7 cm. Bij jonge paddenstoelen is de hoed gewelfd, maar bij het ouder worden wordt deze breed klokvormig met een centrale bult. De kleur is donker roodbruin. Bij het drogen verandert de kleur tot roze-geelbruin. De zwam verschijnt in zomer tot vroege herfst.

Steel[bewerken | bron bewerken]

De steel is 8-10 cm hoog en 1-1,5 cm dik. Het is een taaie steel, die dezelfde kleur heeft als de hoed. Naar onderen toe verbreedt de steel zich, maar helemaal onderaan wordt deze weer smaller, donkerder gekleurd en spoelvormig met een gegroefd oppervlak.

Lamellen en sporen[bewerken | bron bewerken]

De lamellen zijn breed en staan ver uit elkaar Ze sluiten uitgebocht aan op de steel. Ze zijn witachtig met een roodbruine waas en vaak met bruine vlekjes. De sporen zijn wit.

Externe link[bewerken | bron bewerken]