Spontane splijting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Spontane splijting is kernsplijting als eerste stap in een vervalproces dat vooral voor actiniden en transurane elementen steeds belangrijker wordt naarmate de atoommassa toeneemt. Bij spontane splijting valt de hele kern in twee nieuwe kernen uiteen. Deze nieuwe kernen hebben een atoomnummer en een massagetal dat ruwweg de helft bedraagt van de moederkern, hoewel de ene dochterkern in de regel een stuk zwaarder is dan de andere.

Voorbeelden:

{}^{238}_{\ 92} {\rm U}\ \xrightarrow {sf}
{} ^{140}_{\ 54} {\rm Xe} + {} ^{96}_{38} {\rm Sr} + 2 \ {} ^{1}_{0} {\rm n}

of

{}^{238}_{\ 92} {\rm U}\ \xrightarrow {sf}
{} ^{133}_{\ 51} {\rm Sb} + {} ^{102}_{\ 41} {\rm Nb} + 3 \ {} ^{1}_{0} {\rm n}

sf = spontaneous fission

Spontane kernsplijting wordt veroorzaakt door een te hoge, positieve elektrische lading van de kern. Daardoor kan de afstoting tussen de positief geladen protonen niet meer gecompenseerd worden door de sterke kernkracht tussen protonen en neutronen. De kernen die door de kernsplijting ontstaan zijn radioactief vanwege een te groot neutronenoverschot.