Staats-Overmaas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Staats-Overmaas
Generaliteitsland van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
 Landen van Overmaas 1661 – 1795 Beneden-Maas 
Kaart
1661
1661
Algemene gegevens
Hoofdstad (geen)
Talen Limburgs, Waals (volkstalen), Nederlands, Frans, Hoogduits (cultuurtalen)
Religie(s) Rooms-Katholiek (wijdverbreid), Calvinisme (staatsreligie)
Regering
Regeringsvorm Generaliteitsland
Staats-Overmaas na het Verdrag van Fontainebleau (1785).

Staats-Overmaas was een van de generaliteitslanden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Het betrof de dorpen en heerlijkheden in de Landen van Overmaas die bij het Partagetraktaat van 1661 toegewezen werden aan de Staten-Generaal om de in 1632 door de Staatsen bezette vestingstad Maastricht van een achterland te voorzien. Maastricht zelf behoorde niet tot Staats-Overmaas maar maakte als de Tweeherigheid van Maastricht deel uit van zowel Staats-Brabant (die in dezen de rechten opeiste van de hertog van Brabant) als het Prinsbisdom Luik.

Voor de Tachtigjarige Oorlog stonden deze gebieden indirect onder controle van het hertogdom Brabant en maakten deel uit van het land van Valkenburg, het land van 's-Hertogenrade en het land van Dalhem.

Tijdens de Republiek ontstond de benaming Staats-Overmaas om het verschil aan te duiden met de onder Spaans bestuur gebleven delen van de landen van Overmaas. De Staatse landen van Overmaas werden bestuurd als generaliteitsland, en vielen onder het directe bestuur van de Staten-Generaal.

Door het ontwikkelen van een Staatse machtsbasis in de regio werd de kiem gelegd voor het ontstaan van het latere Zuid-Limburg.

Na de Franse inval in 1795 deed de Bataafse Republiek afstand en werden de landen van Staats-Overmaas deel van het Franse departement Beneden-Maas.

Geografie[bewerken]

In 1661 werden de volgende Overmaasse dorpen toegewezen aan de Staten-Generaal:

In het Land van Valkenburg:

De hoofdplaats Valkenburg met de dorpen Beek, Geulle, Ulestraten, Bunde, Itteren, Amby, Borgharen, Schimmert, Meerssen, Houthem (met uitzondering van het klooster Sint-Gerlach), Berg, Terblijt, Bemelen, Klimmen met Hulsberg, Heerlen met Voerendaal en Nieuwenhagen en ten slotte Eijsden en Sint-Geertruid met uitzondering van het fort Navagne.

In het Land van 's-Hertogenrade:

De dorpen Gulpen en Margraten en Vaals met Holset en Vijlen.

In het Land van Dalhem:

De hoofdplaats Dalhem met de dorpen Oost, Cadier en de tegenwoordig in de Belgische provincie Luik gelegen dorpen Bolbeek (Bombaye), Feneur, Trembleur en Olne.

Het stadje Dalhem en de dorpen Bolbeek, Feneur, Trembleur en Olne werden in 1785 met het Verdrag van Fontainebleau afgestaan aan de Oostenrijkse Nederlanden. Oost en Cadier bleven in Staatse handen. De Oostenrijkse enclave Schaesberg werd Staats.

Hervormingen onder Staats gezag[bewerken]

In de negentiende eeuw wordt Staats-Overmaas geassocieerd met het door de "Hollandse protestanten" onderdrukte arme zuiden en krijgt het weleens de foutieve benaming "Staats-Limburg". Deze gekleurde terminologie doet geen recht aan het Staatse beleid in het gebied, dat in veel opzichten toleranter was dan dat van het naburige Spaanse Overmaas. Feit is, dat de gebieden onder de Staten-Generaal in eerste instantie een verbod kregen op het uitoefenen van de katholieke godsdienst.

De gereformeerde kerk werd georganiseerd in de Classis Maastricht en de Landen van Overmaze. Het bestuursapparaat werd daarentegen grotendeels intact gehouden. Tussen 1633 en 1685 hebben de Staten-Generaal in Staats-Overmaas in plaatsen waar maar één kerk stond, het zogenoemde simultaneum ingevoerd. Dit unieke instituut bepaalde, dat de plaatselijke kerken zowel voor de katholieke als de protestantse eredienst werden gebruikt. In de achttiende eeuw werd eveneens het uitoefenen van het Joods geloof getolereerd; een verschijnsel, dat absoluut onmogelijk was in de Spaanse (en later Oostenrijkse) delen van Overmaas.