Staatsgrepen in Turkije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Republiek Turkije heeft meermalen te maken gehad met staatsgrepen. Alle geslaagde staatsgrepen werden gepleegd door het leger. Deze vonden dikwijls plaats in tijden waarin de Turkse politiek in anarchie verzandde. De poging tot een staatsgreep in 2007 mislukte, net zoals die van 15 juli 2016.

Staatsgreep van 1960[bewerken]

In 1960 wierp het leger de Turkse regering omver, die toen werd gevormd door de Democratische partij. Deze partij won in 1950 de Turkse parlementsverkiezingen, waarmee een einde werd gemaakt aan het eenpartijstelsel. Tien jaar later echter vreesden enkele Turkse officieren dat de beginselen van de republiek in gevaar zouden komen. Dit, en de verslechterde economische toestand, was voor hen aanleiding een staatsgreep te plegen op 27 mei 1960. De Democratische partij werd opgeheven. President Celal Bayar en premier Adnan Menderes werden gearresteerd en ter dood veroordeeld. Later werd Bayars straf omgezet in levenslang. In 1966 kwam hij vrij. Menderes werd in 1961 geëxecuteerd, nadat hij schuldig was bevonden aan het schenden van de grondwet.

De militaire regering nam op 9 juni 1961 een nieuwe grondwet aan, die onder meer een tweekamerstelsel voorschreef. In oktober 1961 werden er vrije verkiezingen gehouden en ruimde het Turkse leger het veld ten gunste van de democratie.

Staatsgreep van 1971[bewerken]

Op 12 maart 1971 volgde een nieuwe staatsgreep. Premier Süleyman Demirel van de Adaletpartij, de Partij van Gerechtigheid, werd door de militairen tot aftreden gedwongen. Ditmaal bleven de militairen twee jaar zitten en in oktober 1973 werden er weer vrije verkiezingen georganiseerd, die werden gewonnen door Bülent Ecevit. Hij en Demirel wisselden elkaar regelmatig af als premier en hun regeringen vielen keer op keer vrij snel.

Staatsgreep van 1980[bewerken]

Turkije was in 1980 een instabiel land geworden. Daarom pleegden de militairen op 12 september 1980 een derde staatsgreep in Turkije. Zij stuurden de politici naar huis en lieten alle bestaande politieke partijen opheffen. Pas vanaf 1983 waren nieuwe partijen weer toegestaan, maar de oude politici werden niet toegelaten om zich weer met politiek te bemoeien. Per referendum werd in 1982 een nieuwe grondwet aangenomen en in 1983 volgden nieuwe verkiezingen.

Gevolgen van deze staatsgreep[bewerken]

  • 650.000 mensen zijn opgepakt.
  • 1.683.000 mensen hebben geweld ondervonden.
  • Er waren 210.000 rechtszaken en er zijn 230.000 mensen veroordeeld.
  • 7000 mensen kregen als eis de doodstraf te horen.
  • 517 personen hebben de doodstraf gekregen.
  • Van de 50 personen die de doodstraf kregen waren er 26 in de politiek actief, 23 actief in het recht (advocaten, rechters, aanklagers) en was één Asala strijder.
  • Van de 259 mensen die de doodstraf kregen is de aanvraag ook werkelijk ingediend bij het kabinet.
  • 71.000 mensen zijn gestraft wegens overtreding van artikel 141, 142 en 163 van het Turkse strafrecht.
  • 98.404 personen zijn schuldig bevonden en veroordeeld wegens het lid zijn van een organisatie.
  • 388.000 mensen kregen geen paspoort.
  • 30.000 mensen zijn ontslagen wegens 'onbetrouwbaarheid'.
  • 14.000 mensen hebben hun Turkse identiteit verloren.
  • 30.000 mensen zijn naar het buitenland gegaan om politiek asiel aan te vragen.
  • 300 personen zijn gestorven door nog onbekende oorzaak.
  • 171 mensen zijn in de gevangenissen gestorven door marteling.
  • 937 films zijn verboden, omdat ze dubieus waren.
  • 23.677 stichtingen werden verplicht opgeheven.
  • 3854 leraren, 120 docenten aan universiteiten en 47 rechters zijn ontslagen.
  • 400 journalisten hebben in totaal 4.000 jaar gevangenisstraf tegen zich horen eisen.
  • Journalisten hebben in totaal 3.315 jaar en 6 maanden gevangenisstraf gekregen.
  • 31 journalisten hebben daadwerkelijk gevangengezeten.
  • 300 journalisten hebben een aanslag gekregen.
  • 3 journalisten zijn doodgeschoten.
  • De kranten mochten 300 dagen niet verschijnen.
  • De 13 grote kranten hadden 303 rechtszaken tegen zich lopen.
  • 39 ton aan kranten en tijdschriften zijn vernietigd.
  • 299 mensen zijn in de gevangenis omgekomen.
  • 144 mensen zijn op een manier omgekomen, waar we nu nog steeds niets over weten.
  • 14 mensen zijn tijdens hun hongerstaking omgekomen.
  • 16 mensen zijn neergeschoten tijdens hun poging tot ontsnapping.
  • 95 personen zijn in een gevecht omgekomen.
  • 73 personen zouden een "natuurlijke dood" zijn gestorven.
  • 43 mensen pleegden zelfmoord.[1]

Staatsgreep van 1997[bewerken]

Op 28 februari 1997 pleegde het leger opnieuw een staatsgreep. De militairen bleven toen niet aan de macht, maar hielden zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen. Hieruit kwamen de twee ultrarechtse MHP, Nationalistische Volkspartij, en Anavatan-partisi, de Moederlandspartij, als grote winnaars uit de bus. Zij vormden samen ook een coalitie.

Staatsgreep van 2016[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Staatsgreep in Turkije (2016) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 15 juli 2016 deed een deel van het leger een nieuwe poging tot een staatsgreep, die spoedig ten einde kwam na een oproep van president Recep Tayyip Erdoğan aan het volk om massaal de straat op te gaan om tegen de coup te demonstreren.

Zie ook[bewerken]