Stadhuis van Leiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stadhuis van Leiden
Het stadhuis te Leiden (1870) door Cornelis Springer
Het stadhuis te Leiden (1870) door Cornelis Springer
Locatie Stadhuisplein 1 te Leiden
Bouw gereed 1597 (voorgevel aan de Breestraat resteert)
Opening 1940 (nieuwbouw)
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 24647, 519571
Architect Lieven de Key (1597)
Cornelis Jouke Blaauw (1940)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het stadhuis van Leiden ligt tussen de Breestraat en de Vismarkt in Leiden.

Geschiedenis[bewerken]

Aan de Breestraat staat de oude renaissancegevel uit 1600, ontworpen door Lieven de Key, de stadssteenhouwer van Haarlem, en Lüder von Bentheim, die tegelijkertijd de renaissancefaçade van het stadhuis van Bremen bouwde.[1] Aan de zijde van de Vismarkt ligt het vernieuwde stadhuis dat in 1932 werd ontworpen door architect Cornelis Jouke Blaauw, na een verwoestende brand op 12 februari 1929. Een ontwerp van Dudok werd afgewezen. Doordat de brand veel panden aan de Vismarkt verwoestte kon aan deze zijde worden uitgebreid en een pleinruimte (Stadhuisplein) worden gecreëerd. In de ruimten onder het stadhuis aan het plein is nu een restaurant en uitgaansgelegenheid gevestigd.

Brand[bewerken]

Het stadhuis tijdens de brand

In de vroege ochtend van 12 februari 1929 ontdekte een bewaker brand in het stadhuis. De brand was waarschijnlijk ontstaan uit de kolenkachels, die de medewerkers 's nachts hadden laten branden om 's morgens gewoon te kunnen werken. Op het moment van ontdekken was het reeds een uitslaande brand. De brandweer rukte op volle sterkte uit, maar zij kon het pand al niet meer redden. Brandweerlieden werden ook gehinderd door de kou (het vroor 15 tot 18 graden) en een deel van het bluswater bevroor zodra het de gevel raakte.[2] Behalve de gevel ging het hele stadhuis verloren, inclusief de toren. Ook de archieven en het volksregister vielen aan de brand ten prooi.

Toren[bewerken]

Na de brand werd de toren op een andere plek opnieuw opgetrokken in het stadhuiscomplex. De onderbouw in een eigentijdse stijl (uit 1935/41) terwijl de bovenbouw herinneringen oproept aan de oude toren van voor 1929.

Klokkenspel[bewerken]

De toren is na de brand van het stadhuis in 1929 opnieuw van een beiaard van 49 klokken voorzien afkomstig uit de gieterij van A.H. van Bergen te Heiligerlee. Vandaag de dag is er een carillon met de reeks G0-C1-D1-Chromatisch-c5 die als zodanig aan het klavier is aangesloten. Hiervan zijn de G0-C1-Dis1 door Van Bergen gegoten in 1938 en de D1-e1-Chromatisch-d2 in 1951 ook door Van Bergen. De overige klokken es2-Chromatisch-c5 werden in 1969 vervaardigd door Koninklijke Eijsbouts in Asten.

Geschiedenis van het Klokkenspel[bewerken]

De Toren in ± 1916, reproductie uit A.Loosjes, Wereldlijke en openbare gebouwen in Zuid Holland Leiden

Reeds in de 15e eeuw was Leiden in het bezit van een voorslag, gegoten door Willem van Wou uit Nijmegen. Dit klokkenspelletje werd in 1460 in de toren van het stadhuis gehangen. Het bestond uit slechts 5 klokjes die tot klinken werden gebracht door een kleine speeltrommel, om via een motiefje de uurslag van het uurwerk te verwittigen. Dit eenvoudige klokkenspel is verloren gegaan bij de ontploffing van 1481 of in de brand van 1573; in de archieven is daar niets over terug te vinden. Na de belegering door de Spanjaarden werd er een volledig klokkenspel van 23 klokken aangeschaft, gegoten door de klokgieter Hendrick van Trier, dat in 1583 gereed was. In het archief wordt melding wordt gemaakt van melodieën op de speeltrommel in dat jaar. Al eerder in 1578 werd het verloren gegane uurwerk vervangen door een uurwerk geleverd door Heinrich van Nuijs uit het Belgisch Limburgse Hasselt. Dit klokkenspel had ook een klavier en werd regelmatig bespeeld door een beiaardier.Er werd een tweede voorslag van 16 klokken besteld bij Peter van den Ghein in Mechelen voor de toren van de Saaihal, tegenwoordig de Lodewijkkapel. Tot 1644 werden klokken op toon gegoten en nooit helemaal zuiver. In Zutphen werkten in die tijd de gebroeders Hemony aan hun eerste zuiver gestemde klokkenspel. Vele steden zouden er volgen om een dergelijk carillon aan te schaffen. De roem van Hemony moet ook tot Leiden zijn doorgedrongen. Vandaar dat er onvrede ontstond over het van Trier klokkenspel op de stadhuistoren. Leiden wilde ook zo'n zuiver gestemd carillon in de toren van het stadhuis. Men wendde zich in november 1679 tot Pieter Hemony in Amsterdam. Hemony had nog een kleine beiaard op voorraad uit 1677/1678 in de werkplaats staan. Hij beloofde het ook nog van basklokken te voorzien. Omdat Pieter Hemony in februari 1680 overleed werden deze 10 grote basklokken door zijn beste leerling (zoals Pieter Hemony zelf had gezegd) Mammes Fremy gegoten. Fremy vervaardigde behalve deze tien basklokken ook een klein discant klokje. Zo ontstond er een klokkenspel zoals in die tijd gebruikelijk in Middentoonstemming met de tonen Des1-es1-F1-Chromatisch-f4. Deze waren een halve toon lager op het klavier aangesloten. De kwaliteit van deze Fremy klokken is niet meer te horen omdat het verloren ging in de brand van 1929. Ook een klokkenspel dat Mammes Fremy in 1682 voor Purmerend goot, ging verloren.

Herstel van toren en beiaard[bewerken]

Bij de herbouw van de toren was geen rekening gehouden met een nieuw carillon. Door geldinzameling onder de Leidse bevolking kwam er toch een nieuw klokkenspel tot stand. De grootste klok G0 werd door het Leids Studentenkorps geschonken. De nieuwe klokken werden in 1939 in de toren gehangen en op 6 februari 1941 aan de gemeente overhandigd. 46 klokken van het spel werden in 1943 gevorderd door de Duitse bezetter. De klokken keerden na de Tweede wereldoorlog niet terug. In de toren waren enkele grote klokken blijven hangen, te weten de G0-C1 en de Dis1. In 1951 werd er met geld van de oorlogsschadevergoeding en uit een nieuwe geldinzameling onder de Leidse bevolking een nieuw klokkenspel gegoten door opnieuw Van Bergen uit Heiligerlee. Het spel werd ingericht door de firma J.H. Addicks uit Amsterdam. Bij een restauratie in 1969 herstemde Eijsbouts de meeste klokken van Van Bergen, met uitzondering van de G0 en verving een groot aantal klokken van 1951.

Automatisch spel[bewerken]

In de toren staat nog steeds de grote speeltrommel met schuifnoten van J.H. Addicks maar deze wordt niet meer gebruikt. Er is in 1969 een automatisch spel met elektromagnetische hamers geïnstalleerd, wat door een ponsband werd bestuurd. Tegenwoordig komen de signalen uit een computer.

Handspel[bewerken]

Tot aan zijn pensionering in 1987 was Rien Ritter de stadsbeiaardier van Leiden die wekelijks het carillon bespeelde. In 1976 werd er nog twee maal per week op gespeeld. Sinds 1987 heeft Leiden geen vaste beiaardier meer in dienst. Sinds het najaar van 1987 wordt de bespeling van de stadhuisklokken 20 keer per jaar verzorgd door leerlingen van de Nederlandse Beiaardschool, woensdags van 11.30 u tot 12.30 u.

Rijnlandse roede[bewerken]

Tot de brand van 1929 lag de eenheid van de Rijnlandse roede vast door de afstand tussen twee inkepingen bij de ingang van het stadhuis. Na de herbouw zijn twee ijzeren knoppen ter vervanging aangebracht.

Fotogalerij[bewerken]

Externe link[bewerken]