Stampij om een schuiftrompet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Stampij om een schuiftrompet
Auteur(s) Willy van der Heide
Land Nederland
Taal Nederlands
Reeks/serie Bob Evers
Uitgever De Eekhoorn, Apeldoorn
Uitgegeven 1959
Pagina's 200
Grootte en
gewicht
24,5*17 cm
Voorloper Een vliegtuigsmokkel met verrassingen
Vervolg Kunstgrepen met kunstschatten
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Stampij om een schuiftrompet is de titel van het 26e deel van de Bob Evers-boekenreeks van de schrijver Willy van der Heide.

Bronnen[bewerken]

Het avontuur is gebaseerd op Van der Heides eigen ervaringen met de Dutch Swing College Band, zoals na te lezen in het hoofdstuk 'Het Afscheidsconcert van Peter Schilperoort' uit Van der Heides anekdotische memoires-boek Toen ik een nieuw leven ging beginnen en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig uit 1979, zoals het volgende citaat uitwijst: 'En vraag me nou alsjeblief niet, hóé, maar ik raakte met mijn beneveld hoofd reddeloos zoek in die doolhof van betonnen gangen en speelde het klaar, op de galm van de muziek af gaande, terecht te komen onder het toneel, tussen lege koffers, stapels muzieklessenaars en paniekerige muizen.'[1] In het boek raakt Arie onder het toneel verzeild en haalt dan de stunt uit met een trombone in het souffleurshokje te kruipen en het orkest zowel een lach- als schrikstuip te bezorgen door net te doen of hij de muzieknoten wil souffleren.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Hoofdpersonen van de serie zijn de Nederlandse jongens Arie Roos en Jan Prins en hun Amerikaanse vriend Bob Evers.

Het verhaal gaat over een dievenbende die gestolen diamanten vanuit Frankrijk naar Amsterdam wil smokkelen. De smokkelwaar is verstopt in de schuif van een trombone. Trombonist Wim Kolstee van het Dutch Swing College is gevraagd deze trombone mee te nemen en in Amsterdam af te geven. Door een geintje van een ander lid van het DSC zijn de tromboneschuiven verwisseld van Wim Kolstee's eigen exemplaar en het exemplaar dat hij zou meenemen. Daardoor ontstaat grote verwarring bij de dievenbende over waar welke schuif is, wie ervan af weet en hoe ze aan 'hun' diamanten moeten komen. De ontknoping vindt plaats tijdens een concert van het DSC en het trio Pim Jacobs/Rita Reys in het Haagse Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.

Drukgeschiedenis[bewerken]

De eerste druk werd in 1959 gepubliceerd door de uitgeverij De Eekhoorn te Apeldoorn in een hardcoveruitgave, met stofomslag en illustraties van Rudy van Giffen. In hetzelfde jaar verschenen nog twee drukken.

In 1969 werd het formaat gewijzigd. Het boek werd voortaan gepubliceerd als pocketboek (17,5*11,5 cm). De tekst van deze uitgave was door de auteur bewerkt. De druknummering werd voortgezet en tot 1989 verschenen de volgende drukken:

In de pocketeditie zijn geen illustraties opgenomen.

Trivia[bewerken]

De schrijver, die in het dagelijks leven bekendstond onder de naam Willem van den Hout, woonde in de jaren vijftig van de twintigste eeuw op de Kaag naast Peter Schilperoort, leider van de Dutch Swing College Band. Zij kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer en hadden een wederzijdse interesse voor elkaars werk. Hieruit ontstond het idee voor een Bob-Eversverhaal met het orkest in de hoofdrol.