Stare decisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Stare decisis is een (Latijnse) term die betekent: 'blijf bij de besloten zaken'.

In het recht betekent dit dat, in sommige rechtsstelsels, voorafgaande rechterlijke beslissingen precedentwerking hebben en dus bindend zijn voor latere lagere rechters.

De volledige spreuk luidt stare decisis et quieta non movere (volharden in datgene wat is besloten en datgene wat tot rust is gekomen niet meer bewegen). De ratio decidendi (de "rechtsregel" die vastligt in een rechterlijke uitspraak) moet in gelijkaardige gevallen worden gevolgd enkel en alleen omdat de eerdere uitspraak werd gedaan.[1]

In common law, in tegenstelling tot civil law, geldt dit systeem. In civil law zijn rechterlijke beslissingen van hogere rechters niet bindend, maar genieten wel van groot gezag waardoor lagere rechters toch vaak de rechtspraak van de hogere rechters zullen volgen om zo de verbreking van hun arrest te vermijden. Zo zal in België de rechtspraak van het Hof van Cassatie bijna altijd gevolgd worden. Hoe hoger het rechtscollege, hoe groter het gezag.

België[bewerken]

In België is hogere rechtspraak in principe dus niet bindend voor de lagere rechter. Er bestaan drie uitzonderingen hierop: het objectief contentieux, de prejudiciële vraagstelling en het verbrekend cassatiearrest.

Objectief contentieux[bewerken]

Vernietigingsarresten van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State hebben gezag van gewijsde erga omnes. Dit bindt iedereen.

Prejudiciële vraagstelling[bewerken]

De rechter die een prejudiciële vraag stelt (aan bv. het Grondwettelijk Hof, het Hof van Justitie etc.) is wél gebonden door het prejudicieel antwoord.

Verbrekend cassatiearrest[bewerken]

Indien het Hof van Cassatie in een bepaalde zaak besluit een beslissing van het Hof van Beroep te verbreken, dan zal zij de zaak doorsturen naar een Hof van Beroep in een ander rechtsgebied. Het Hof naar waar de zaak wordt verwezen, is gebonden door het verbrekingsarrest.[2]

Vroeger was dit enkel zo nadat het Hof van Cassatie in dezelfde zaak twee keer overging tot verbreking (de zgn. dubbele cassatie).