Stasegem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search


Stasegem
Gehucht in België Vlag van België
Stasegem
Stasegem
Situering
Gewest Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Provincie Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen
Gemeente Vlag Harelbeke Harelbeke
Coördinaten 50° 50′ NB, 3° 19′ OL
Algemeen
Oppervlakte 6,51 km²
Detailkaart
Stasegem
Stasegem
Locatie in West-Vlaanderen
Portaal  Portaalicoon   België

Het Belgisch gehucht Stasegem bevindt zich in de stad Harelbeke, gelegen in de provincie West-Vlaanderen. Het ligt in het zuiden van de deelgemeente Harelbeke, tussen de Gaverbeek en de grenzen van Deerlijk, Zwevegem en Kortrijk.

Geschiedenis[bewerken]

Gallo-Romeinse nederzetting[bewerken]

Het grondgebied dat vandaag Stasegem heet kent reeds een lange geschiedenis wat bewoners betreft. Dat bewijzen een aantal vondsten uit de Gallo-Romeinse periode. Onder andere aan het provinciaal domein De Gavers zijn restanten gevonden van houten en stenen gebouwen. Ook eikenhouten waterputten, afvalkuilen, glas, brons en muntstukken tonen aan dat Stasegem een belangrijke nederzetting moet zijn geweest. Eveneens zou de Romeinse heirbaan Tongeren-Bonen, een drukke langeafstandsweg in die tijd, doorheen Stasegem gelopen hebben.

Ontstaan[bewerken]

De eerste maal dat de naam Stasegem echter opduikt is in het jaar 1641. Dit op een kaart van het burggraafschap Kortrijk uit het boek Flandria illustrata, een historiografisch werk van de Vlaamse kanunnik Antonius Sanderus.[1]Gedurende lange tijd werd het omgeschreven als een heel landelijk gebied met tal van belangrijke hofsteden zoals het Goed ter Halle, Het Gehucht, dat sinds 1747 bewoond wordt door de familie Hanssens, en het Goed te Staseghem.

Verstedelijking en industrialisatie[bewerken]

Brouwerij[bewerken]

Folder Staceghem Speciaal Bier

De verstedelijking van Stasegem begint in 1835 met de bouw van de brouwerij Brasserie de Staceghem die, onder het bewind van de familie Deconinck, op de hoek van de Generaal Deprezstraat en de Brouwerijstraat geplaatst werd. Samen met de brouwerij liet hij ook twee rijen arbeiderswoningen bouwen, bestemd voor zijn personeel.

De "Staceghemse bieren" waren lange tijd niet alleen regionaal bekend, maar ook dieper in West- en Oost-Vlaanderen. Volgens een reclameprent uit 1949, werd vooral haar speciaal bruin bier, gerijpt op Canadees populierenhout. In 1970 werden de oorspronkelijke woning van de familie Deconinck en de brouwerij gesloopt. Vandaag vormen alleen nog enkele verbouwde woningen, de Sint-Augustinuskerk, het kasteel en de straatnamen Brouwerijstraat en Brouwerspark een link met deze ooit beroemde brouwerij.

Kanaal Bossuit-Kortrijk[bewerken]

Het kanaal Kortrijk-Bossuit bracht een verbinding tot stand tussen de Leie en de Schelde en liep dwars door Stasegem. Het werd in januari 1860 geopend.

Sint-Augustinuskerk[bewerken]

In 1874 werd er, mede onder de invloed van August Deconinck een kerk gebouwd die zijn naam draagt: de Sint-Augustinuskerk. De plannen voor de kerk werden getekend door de onbekende Gentse architect Bloem. Dit had als doel om van Stasegem een onafhankelijke gemeente te maken, wat uiteindelijk mislukte. De kerk fungeerde initieel voornamelijk als opslagplaats voor het bier van de lokale brouwerij.

Station[bewerken]

De spoorlijn Kortrijk-Denderleeuw verbond de Guldensporenstad rechtstreeks met Brussel. De lijn met halte in Stasegem kwam er in 1863. Ook de lijn Kortrijk-Oudenaarde (1869) had Stasegem als halte.

Industriegebied[bewerken]

De voorgaande elementen zorgden ervoor dat verschillende fabrieken hun vestiging zochten in Stasegem:

Waar voordien het grootste deel van de bevolking uit landbouwers en pendelarbeiders bestond, gingen de meeste Stasegemnaren na WOII in één van deze fabrieken gaan werken. In de jaren 70 had de aanleg van de autosnelweg E17 (in die tijd E3, waarvan de E3-prijs zijn naam afgeleid heeft) als gevolg dat heel wat inwoners werden onteigend. Dit zorgde er samen met de aanleg van drie industrieterreinen (met totale oppervlakte van 80 ha) voor dat Stasegem een volwaardig industriegebied werd.

De toenmalige Gavermeersen werden, eveneens voor de aanleg van de snelweg, onteigend en tot zandwinningsgebied uitgeroepen. In de plaats kwam een enorme vijver van ongeveer 0,6 km² tot stand en werd het hele gebied tot een natuur- en recreatiezone omgevormd. Dit gebied staat heeft nu als naam De Gavers.

Onafhankelijkheid[bewerken]

Stasegem heeft in zijn bestaansgeschiedenis enkele pogingen ondernomen om onafhankelijk te worden:

  • In 1874 werd een poging gedaan door brouwer August Deconinck, ondertussen schepen van Harelbeke en provincieraadslid geworden. Tot dan toe maakt Stasegem deel uit van de Sint-Salvatorparochie in Harelbeke. Deconinck liet vermoedelijk om die reden, op eigen initiatief, een neoromaans kerkgebouw optrekken. met de verwachting er een parochie tot stand te zien komen (Stasegemdorp). De pogingen om van Stasegem een parochie of een gemeente te maken mislukken echter.

Parochie Sint-Augustinus[bewerken]

Ontstaan van de parochie[bewerken]

Voor de meeste dorpen vallen de algemene en de kerkelijke geschiedenis samen. Dit is niet het geval voor Stasegem, waarbij de Sint-Augustinusparochie pas in het einde 19e eeuw ontstond. In een context van neogotiek en het toen rijke Roomse leven zag de parochie het daglicht.

Sinds de moderne evangilisatie van de Belgische gewesten hadden de inwoners van Stasegem steeds gehoord bij de Harelbeekse parochie van Sint-Salvator. In bijna alle kerkgemeenschappen was het toen vaak de gewoonte dat gelovigen heel wat afstand moesten overbruggen om tot bij de stadskern, en dus ook de kerk, te komen. Dat verliep niet altijd zonder problemen en was vaak een lastige karwei voor de voetgangers. Bovendien trad de Gaverbeek toen nog jaarlijks buiten haar oevers, wat het voor voetgangers en rijtuigen onmogelijk maakte om de weg naar Harelbeke te nemen.

In 1874 ging de de liberale Stasegemnaar, Auguste Deconinck (geboren op 16 januari 1814 te Zwevegem) over tot het bouwen van een kerkgebouw op zijn domein. Dit was ongeveer gelegen langs de weg die toen Kortrijk en Oudenaarde verbond. Auguste stond toen aan het hoofd van de Stasegemse brouwerij stond en was actief in de Harelbeekse politiek en de provincieraad. Toch was er van de oprichting van een nieuwe kerkgemeenschap nog geen sprake. Het grootse probleem zou de crypte zijn die zich onder het hoogaltaar van de kerk bevond. Deze had als doel de bouwers van de kerk en hun nakomelingen een laatste rustplaats. Het was toen namelijk al enige tijd bij wet verboden om lichamen te begraven onder kerkgebouwen. Andere bronnen beweren dat de familie Deconinck graag een eigen priester had voorgedragen als pastoor. Ook dit was een gebruik dat reeds lange tijd niet meer bestond.

In de jaren na de dood van Auguste (Kortrijk, 5 juli 1878) werd het kerkgebouw verder gebruikt als 'bierkerk'. Aangezien de kerkelijke en burgerlijke overheden niet aan de eisen van de Deconincks wilden voldoen, werd de kerk gebruikt als opslagplaats voor de familiebrouwerij.

Na heel wat onderhandelingen tussen de familie Deconinck en de overheid in werd er in 1902 toch een overeenkomst gesloten. De familie besloot de kerk gratis af de staan aan de overheid, die op zijn beurt dan in zou staan voor de kosten van de de nodige herstellingen. Op 14 november 1902 verscheen het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad en bevestigde bisschop Gustavus Josephus Waffelaert in naam van de kerkelijke overheid het bestaan van de parochie Sint-Augustinus in Stasegem. De grenzen van de parochie waren aanvankelijk die van de gemeente Harelbeke en in het noorden de spoorweg Kortrijk-Brussel. In 1952 werd de parochie uitgebreid tot aan de Gaverbeek.

Kerkgebouw[bewerken]

Sint-Augustinuskerk

De kerk is gebouwd in een neoromaanse stijl, ontworpen door bouwmeester Bloem. Dit was toen behoorlijk uitzonderlijk. Omstreeks 1870 was de meeste toegepaste bouwstijl namelijk de neogotische.

Het grondplan is een Latijns kruis met het schip in west-oostrichting, twee zijbeuken en vooraan een westertoren. Het gebouw werd in eerste instantie niet afgewerkt. Dit kwam doordat de familie Deconinck aanvankelijk wachtte op de erkenning van de parochie. De toren werd maar opgetrokken tot net boven de galmgaten en voorzien van een platen dakbedekking. Er waren ijzeren ramen maar geen vensters. De vloer was voorzien van een harde bakstenen laag maar tegels waren er niet. De beide annexen (rechts: de sacristie en links: het biermagazijn) werden zonder veel zorg opgetrokken. Dit had als gevolg dat er bij zware regenval vaak water in het gebouw raakte. Voorts kwam er de grafkelder van de familie Deconinck. Deze ruimte was niet geschikt voor het herbergen van doden en werd lange tijd afgeschreven.

Wanneer het gebouw in 1902 werd aanvaard in zijn toenmalige staat kreeg de kerkfabriek de opdracht de nodige werken uit te voeren. Die had echter onvoldoende middelen. Na aankloppen bij het Harelbeeks gemeentebestuur en de provincieraad, werd enkel een klein budget vrij gegeven zodat er erediensten konden doorgaan. Omstreeks 1903-1904 kwamen er ramen in arduin en degelijk vensterglas, de ladders werden vervangen door trappen naar het toekomstige doksaal en de klokkenzolder. De goten werden hersteld en een nieuw afwateringssysteem werd geplaatst rond de kerk. Ook kwamen er urinoirs links vooraan het gebouw en werd de toren bekroond met een smeedijzeren kruis.

In 1904-1905 kwamen de minder dringende werken aan bod. Aan beide zijden van het gebouw werd in de eerste travee onder het raam een opening gemaakt die uitgaf op een eenvoudige kapel. Aan de kant van de kerk kreeg de opening een arduinen omlijsting en een smeedijzeren hek. In de linkerkapel kwam de doopvont te staan.

In 1906 kwam er rechts een calvarieberg. Aan de ingang kwam een portaal met nieuwe deuren en daarboven een hoogzaal. Buiten werden de kroonlijsten en de toegangsdeur vernieuwd en kwam er een trottoir van een halve meter breed rond de kerk. Achteraan de kerk werden de bouwvallige bijgebouwen afgebroken en vervangen door een volledig nieuw magazijn links en een sacristie rechts die beiden dubbel zo groot waren als oorspronkelijk.

In 1909 liet de kerkraad de toren afwerken met een spits, ontworpen door de Brugse architect Arthur Depauw.

Interieur[bewerken]

Hoofdaltaar[bewerken]

Het hoofdaltaar werd zoals de meeste kerkmeubelen vervaardigd door het Atelier voor christelijke kunst Sint-Lucas van Charles Verlinden en zonen in Roeselare. Het werd ingewijd door de Brugse bisschop G. J. Waffelaere op 19 september 1904.

Het altaar werd gesteund door een houten retabel, geschilderd in het wit en gedeeltelijk verguld. Bovenaan in het midden staat een kalvarie onder een baldakijn. Onder de kalvarie bevond zich een koperen tabernakel. Vooraan bevond zich de altaartafel uit steen en marmer, versierd door vergulde medaillons met symbolen van de eucharistie: korenaren, een pelikaan die zijn jongen voedt en druiven.

In 1968 verloor het hoofdaltaar veel van zijn betekenis. Sindsdien fungeert een tafel als altaar. Het oude meubel werd nu een sacramentsaltaar. Bij het plaatsen van een nieuwe orgelkast in 1994 in het koor, werd het definitief verwijderd. Verschillende elementen van het oorspronkelijke hoofdaltaar werden wel op andere plaatsen in de kerk hergebruikt.

Zijaltaar (links)[bewerken]

Het linkse zijaltaar is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans en werd geschonken door Marie Vanhoutte uit Waregem in 1904. Het werd gesculpteerd door de Kortrijkse beeldhouwer Block. Het betreft het Visioen van de Heilige Dominicus, stichter van de dominicanenorde. Hij knielt voor de tronende Maagd met Kind en ontvangt een snoer kralen, de rozenkrans.

Zijaltaar (rechts)[bewerken]

Het rechtse zijaltaar is toegewijd aan de Heilige Augustinus en werd geschonken door Aloïs Iserbyt, een Brugse pastoor. Ook dit meubel werd ontworpen door Block. Hier werd het Visoen van Augustinus als thema gekozen. Augustinus bevindt zich aan de kust en denkt na over de Drie-eenheid. Hij ontmoet er een kind, wat het symbool van Christus is, dat met een schelp probeert om een kuil met water te vullen. Augustinus wijst het kind op de doelloosheid van zijn streven. Hij krijgt echter als antwoord dat het doorgronden van het geheim waarmee hij worstelt niet minder doelloos is.

Klokken[bewerken]

Aanvankelijk stond er in de stompe toren van de kerk een klok die daarvoor een kleine Roeselaarse seminarie als thuisbasis had. Op 10 augustus 1904 werd deze vervangen door een nieuwe klok. Deze kreeg als naam Maria, Jozef en Laura, waarbij de laatste twee namen verwijzen naar de peter en de meter. Het bronzen gevaarte woog 1048 kg en werd ingewijd door de Kortijkse deken Edward De Gryse.

Tijdens Allerzielen in 1908, was er tijdens het luiden een barst in de klok gekomen. Hij werd vervolgens weggenomen en in Leuven omgesmolten tot iets kleinere klok. Na een nieuwe barst in 1946 werd besloten een nieuwe klok te plaatsen. Deze werd geplaatst op 11 september 1948 en had een gewicht van 1162 kg. Naast een kruisbeeld, apostelbeeld en een voorstelling van Maria was deze voorzien van Nederlandse tekst: "Ik heet Maria - In 1948 werd ik gegoten door Michiels Jr." Ook de meter, peter en de pastoor werden in een voetnoot vermeld.

In 1960 werd de kerktoren aangevuld met twee extra klokken. De eerste, 498 kg en voorzien van een la-toon, kreeg de naam Germaine en kreeg dezelfde versiering als de grote klok. De tweede klok van 666 kg werd Marthe gedoopt. Deze werd voorzien van een kruisbeeld, Maria, twee engelen, de Heilige Augustinus en de Heilige Theresia.

Pastoors en onderpastoors[bewerken]

Pastoors in chronologische volgorde:

Onderpastoors in chronologische volgorde:

Kapellen[bewerken]

De meeste kapellen waren en zijn in Stasegem opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw. Ze dateren voornamelijk uit de 19e eeuw of werden in die periode minstens herbouwd.

De O.L.V.-kapel in Stasegem Dorp (de wolvenhoek)[bewerken]

Cloetens kapel

Omstreeks 1720 zou op deze plaats een bidplaats opgetrokken zijn. Deze werd gerestaureerd in 1889 door een nieuw klein gebouw. In 1932 werd het verplaatst om enkele decennia later op nieuw ten dele afgebroken te worden. Nu is er hier enkel nog een kleine muurkapel te zien.

De kapel bij 't Nieuw Goed (Cloets Hof)[bewerken]

Voor 1873 stond deze te midden de velden van landbouwer Tanghe. De kapel is gewijd aan O.L.V.-van-Lourdes. Op de vraag van een bewoner werd de kapel verplaatst en herbouwd bij de ingang van het hof. Tot ver in de 20e eeuw werd deze kapel gebruikt bij een jaarlijks noveen in de maand mei, met aansluitend een misviering in de parochiekerk.

De kapel op de paternosterhoek[bewerken]

In de Zwevegemstraat bevond zich een kleine eenvoudige kapel, wellicht een 19e eeuws bouwwerk. Daarin hing een groot Christusbeeld met een grote rozenkrans om de hals. Daarom werd ze ook de paternosterkapel genoemd, en kreeg de hoek dezelfde naam.

De kapel bij de hoeve Vandersteene[bewerken]

Kapel Kwâpoorte

Volgens de overlevering zou op deze plaats, elke nacht voorafgaand aan een kerkelijke hoogdag, een openluchtmis hebben plaatsgevonden. Om deze gewoonte te herdenken liet toenmalige eigenaar Jan Van Wynsberghe er rond 1850 een kapel bouwen. Binnenin kwam later een borduurwerk met een afbeelding van het Mariaoord Beauraing en een porseleinen Mariabeeldje.

De kapel bij de 'Kwâpoorte'[bewerken]

Lourdesgrot (Harelbeke)

Rond 1750 was kapel gevestigd in Heule. Rond 1890 was het gebouw echter in verval geraakt en waren vele beelden kapot. Er werd toen besloten dit te verplaatsen op de dreef van hoeve De Kwâpoorte, beheerd door de familie Pauwelyn. Vanaf 1902 ontving deze kapel op de eerste zondag van oktober een processie. De geestelijken droegen het Heilig Sacrament, de kinderen van de congregatie baden het rozenhoedje] en werden vergezeld door andere schoolkinderen.

De grot van O.L.V.-van-Lourdes[bewerken]

In de jaren dertig werd rechts naast de kerk een grot gebouwd ter verering van O.L.V.-van-Lourdes. Het was een dankzegging en een aandenken aan de wonderbaarlijke genezing van Odila Vandendriessche. Dit was een gehandicapte vrouw die na een bedevaartstocht naar Lourdes terug kan wandelen. Niet veel later werd er op deze plaats door de Vrienden van Lourdes op grote schaal tombolaloten verkocht waarbij de winnaar een bedevaartstocht naar Lourdes won.

Onderwijs[bewerken]

Zoals hierboven beschreven was Stasegemnaar August Deconinck lange tijd actief als politicus. Voor de provincieraad werd hij verkozen als liberale kandidaat. Hoewel er eind 19e eeuw in steden reeds langer een tegenstelling was tussen christenen en de liberalen, viel daar in de landelijke gemeenten nauwelijks iets van te merken. Dat Auguste zich liet verkiezen als liberaal was dus vanuit gelovig standpunt niet zo erg.

In 1878, na de dood van Auguste, behaalden de liberalen de meerderheid in het parlement. In 1979 keurden ze een nieuwe onderwijswet goed. Deze kreeg de bijnaam 'ongelukswet', mede doordat ze de het godsdienstig karakter van de gemeentescholen. De godsdienstlessen werden verbannen naar buiten de lesuren en vielen niet langer onder de bevoegdheden van de pastoor. Eveneens werd elke gemeente verplicht om een gemeentelijke school op te richten.

Sint-Augustinusschool

In Stasegem liepen de jongens school in de lagere school die sinds 1871 onder de bevoegdheid van de gemeente viel en op dat ogenblik ook verhuisde naar de Generaal Deprezstraat. De meisjes gingen, net als alle kleuters naar de privéschool van Eufrasie Delbeke. Hoewel het onderwijs christelijk geïnspireerd was, was er dus nog geen katholiek onderwijs in Stasegem.

De schoolstrijd (1879-1884) zou zich in Harelbeke hoofdzakelijk afspelen in de meisjesschool van de zusters Augustinessen in de Marktstraat. Terwijl de gemeentelijke jongensschool van Stasegem zich conform de nieuwe richtlijnen opstelde, zorgden de voorstanders van het katholiek onderwijs voor de uitbouw van een meisjesschool. Voortaan had de kerkelijke overheid van Harelbeke dus ook een school in Stasegem, die ook na de door de katholieken gewonnen schoolstrijd bleef bestaan. Met name de Sint-Augustinusschool.

Lokale feesten[bewerken]

Stasegem Kermis[bewerken]

Affiche van kermis Stasegem

Dit evenement kent zijn oorsprong in het jaar 1860 en werd gekenmerkt door zijn grote volksfeesten. Rond 1900 is dat in vele krantenverslagen te vinden. In de Brouwerijstraat en de herbergen over het kanaal werd toen drie dagen en drie nachten gefeest op de, in die tijd, populaire orgelmuziek die overal te horen was. De kermis vindt sinds zijn geboortejaar plaats in het weekend van 28 augustus, naar de sterfdatum van de Heilige Augustinus van Hippo.

Hieronder een opsomming van de, in die tijd, meest opmerkelijke activiteiten:

Zwemfeesten[bewerken]

De zwemfeesten vonden plaats op het kanaal aan de ophaalbrug tussen Stasegem en Zwevegem. Toen het openwaterzwemmen als competitie nog onbekend was, werden reeds lange tijd in Stasegem dergelijke wedstrijden gehouden.

Mastklimmen[bewerken]

Eendenpakking[bewerken]

Dit gebeurde eveneens in de nabijheid van de ophaalbrug en was telkens het hoogtepunt van de kermis. Een eend werd losgelaten in het water, de deelnemende zwemmers liepen langs de oever en wachtten tot het dier de oever naderde. Wanneer het voldoende dicht was sprongen één of meerdere zwemmers het water in, in een poging het dier te grijpen. Dit gebeuren werd herhaald tot het dier, vaak moe gestreden, kon gegrepen worden. Dit zorgde vaak voor hilarische toestanden en spanning bij het publiek, die de zwemmers luid aanmoedigden. In het totaal werden meestal een zestal eenden in het water gelaten. De winnaar kon als trofee het dier mee naar huis nemen.

Duiken van de brug[bewerken]

Zaklopen[bewerken]

Waterringsteking[bewerken]

Twee paaltjes werden in het water gestoken, één voor elke ploeg. Beide ploegen krijgen een aantal ringen die ze moeten proberen rond de palen te gooien.

Eendenkapping[bewerken]

Dit wrede gebeuren werd gespeeld met een aardappelmand die opgehangen werd op manshoogte. In de mand bevond zich een dode eend waarvan de hals en kop onderaan uitstaken. De deelnemers werden geblinddoekt en kregen een zwaard in de hand gestopt. Vervolgens werden ze verschillende malen rond gedraaid om hun oriëntatie te verliezen en door het geschreeuw van de tegenstanders richting de mand geleid te worden. De bedoeling was dat deze met het zwaard de eendenkop afhakten.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Stasegem wordt tot op heden nog vaak verkeerdelijk aangezien als een deelgemeente van Harelbeke. Ook de de media begaat geregeld eens deze fout.

Voetnoten met bronvermeldingen[bewerken]

  1. Cauwe Roger, Beelden uit het verleden: Harelbeke, Bavikhove, Hulste, Stasegem, Harelbeke 1978, p.151