Staubbachwaterval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Staubbachwaterval in het Lauternbrunnental
Staubbachwaterval in het Lauternbrunnental, vanuit het dorp gezien
Staubbachwaterval in het Lauternbrunnental, vanuit het dorp gezien
Locatie Lauterbrunnental, Kanton Bern, Zwitserland
Hoogte 297 meter
Coördinaten 46° 35′ NB, 07° 54′ OL
Staubbachwaterval
Staubbachwaterval

De Staubbachwaterval is een 297 meter hoge waterval in Zwitserland, waarvan het water van de linkerflank van het Lauterbrunnental in het Berner Oberland op de dalbodem valt.[1][2] Door regelmatig optredende thermiek en wind verstuift het water in alle richtingen, wat de waterval zijn naam heeft gegeven.

De waterval komt dicht bij de dorpskerk van Lauterbrunnen naar beneden. De voet van de waterval is alleen in de zomer toegankelijk (ca. juni tot oktober) over een rotsengalerij. De overige tijd is de toegang wegens ijsslag en mogelijke steenslag gesloten.

De Staubbachwaterval is één van de watervallen die aan de schouders van in de ijstijd gevormde trogdalen in de Alpen zijn ontstaan. Ten gevolge van de snijdende werking van de gletsjers tijdens de IJstijden werden namelijk eerst de hoge en verticale rotsen gecreëerd. De beken leken daarna in het niets te verdwijnen. De Staubbachwaterval is na de Seerenbachwaterval aan de Walensee (305 meter) en de dichtbij gelegen Buchenbachwaterval (380 meter) en Mürrenbachwaterval (417 meter) de vierde hoogste waterval in Zwitserland.

Johann Wolfgang von Goethe liet zich in 1779 op zijn tweede reis door Zwitserland door Staubbach inspiriren en scheef daar zijn Gesang der Geister über den Wassern[3]:

Des Menschen Seele
Gleicht dem Wasser:
Vom Himmel kommt es,
Zum Himmel steigt es,
Und wieder nieder
Zur Erde muß es,
Ewig wechselnd.

Strömt von der hohen,
Steilen Felswand
Der reine Strahl,
Dann stäubt er lieblich
In Wolkenwellen
Zum glatten Fels,
Und leicht empfangen,
Wallt er verschleiernd,
Leisrauschend
Zur Tiefe nieder.

Ragen Klippen
Dem Sturz entgegen,
Schäumt er unmutig
Stufenweise
Zum Abgrund.

Im flachen Bette
Schleicht er das Wiesental hin,
Und in dem glatten See
Weiden ihr Antlitz
Alle Gestirne.

Wind ist der Welle
Lieblicher Buhler;
Wind mischt vom Grund aus
Schäumende Wogen.

Seele des Menschen,
Wie gleichst du dem Wasser!
Schicksal des Menschen,
Wie gleichst du dem Wind!

Literatuur[bewerken]

  • Christian Schwick, Florian Spichtig, Die Wasserfälle der Schweiz. Das grosse Wanderbuch, AT Verlag, Aarau, 2012, 143. ISBN 978-3-03800-321-2.

Weblinks[bewerken]