Steenvoorde (buitenplaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het park in 2009
Restanten van Huis Steenvoorde bij opgraafwerkzaamheden in 1964

Steenvoorde is een landgoed in Rijswijk (Zuid-Holland), genoemd naar een middeleeuws kasteel dat zijn naam vermoedelijk dankt aan zijn ligging bij een voorde, een doorwaadbare plaats. Het maakt deel uit van De Voorden, een landgoed dat uit drie aaneengesloten buitenplaatsen bestaat: Steenvoorde, Overvoorde en De Voorde.

Het woord steen wijst op een stenen huis of kasteel. Dat huis, op een grondstuk van 60 morgen land, bestond al in 1289 en werd toen bewoond door de seculiere kanunnik Gerard van Leiden, secretaris van graaf Floris V. In 1289 liet hij het huis na aan zijn zoon, ridder Jan van Steenvoorde. Het slot werd waarschijnlijk tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten afgebroken, maar later weer opgebouwd. Het bleef in het bezit van het geslacht Steenvoorde totdat het in 1483 verkocht werd aan Brunninck (Bruning) van Boshuijsen, compleet met 66 morgen land en toebehoren.

Tot 1568 werd het kasteel in leen uitgegeven door de graven van Holland. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd het opnieuw afgebroken. Vervolgens (nog voor 1580) werd er een hofstede gebouwd, die in 1778 werd afgebroken. In de 17e eeuw ontstond er nabij de hofstede een buitenplaats met dezelfde naam, die in de loop van de tijd in het bezit was van verschillende eigenaren. In 1802 kwam Steenvoorde in handen van Jacob van Vredenburch, de eigenaar van Overvoorde. Een van diens nakomelingen liet de buitenplaats in 1887 afbreken.

Op het gebied van Steenvoorde is nu het Kruisvaarderspark ingericht, genoemd naar het vroegere katholieke jongensinternaat van de Kruisvaarders van Sint-Jan dat in 1922 op de plaats was gekomen van de verdwenen hofstede. Het internaat werd in 1944 vernietigd bij de mislukte lancering van een Duitse V2. Er kwamen vijf broeders, zeven jongens en twee bezoekers om het leven. Steenvoorde ligt in de Rijswijkse woonwijk Steenvoorde-Noord, gebouwd in de tweede helft van de twintigste eeuw.