Steenvrucht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verzameling steenvruchten

Steenvrucht, ook wel steenfruit, is een verzamelnaam voor diverse vruchten met een harde pit in het midden.[1] In de pit (de "steen") zit het eigenlijke zaad.

Steenvruchten en -fruit[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeelden van planten met steenvruchten zijn de bomen en heesters van het geslacht Prunus, zoals kers, perzik, nectarine, abrikoos, amandel en pruim. Buiten dit geslacht vinden we steenvruchten bij bijvoorbeeld koffieplantsoorten, olijf, kokosnoot, mango, walnoot, kornoelje en bramen.

Opbouw[bewerken | brontekst bewerken]

Het endocarp bestaat uit een stenige wand (soms steencellen), en om het endocarp zit het meestal vlezige mesocarp dat weer omgeven wordt door de vruchtschil, het exocarp. Bij de kokosnoot is het mesocarp niet vlezig maar vezelig.

De verzamelsteenvrucht, zoals bij de braam, framboos of Japanse wijnbes is ontstaan uit vele vrije vruchtbladen van één bloem, die afzonderlijke steenvruchtjes vormen. Deze vruchtjes zitten dus op dezelfde bloembodem en worden omgeven door één kelk.

Toxicologie en allergie[bewerken | brontekst bewerken]

Allergische reacties op steenfruit zijn mogelijk. In de meeste gevallen gaat het om een kruisallergie met pollen.

De pit van sommige steenvruchten bevat waterstofcyanide, zoals bij (bittere) amandel. Inname van meerdere van deze pitten kan dodelijk zijn.