Stefanus Jacobus van Langen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stefanus van Langen
Physionotrace door Gilles-Louis Chrétien, ± 1797
Physionotrace door Gilles-Louis Chrétien, ± 1797
Algemene informatie
Volledige naam Stefanus Jacobus van Langen
Geboren 1758
Geboorteplaats Leiden
Overleden 1847
Overlijdensplaats Breda
Partij Patriotten
Politieke functies
25 jan. - 12 juni 1798 lid Uitvoerend Bewind
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Stefanus Jacobus van Langen (Leiden, 2 april 1758Breda, 27 maart 1847) was een Leidse lakenfabrikant en katholiek staatsman ten tijde van de Bataafse Republiek.

Hij was lid van zowel de Eerste, de Tweede en de Constituerende Vergadering. Hierna werd hij lid van het Uitvoerend Bewind.

Van Langen werkte mee aan het opstellen van enkele unitarische artikelen, die Vreede in de constitutie opgenomen wilde zien. Deze artikelen werden op 9 januari 1798 aan de Franse gezant Charles Delacroix aangeboden en waren mede aanleiding tot de staatsgreep van 22 januari 1798. Op 11 februari 1798 vond een gesprek plaats tussen secretaris Van Langen en secretaris Barras, lid van het Directoire.[bron?] Hierbij werd de goedkeuring van de staatsgreep verkregen tegen betaling van f 800.000. Tevens moest de Bataafse republiek laken en linnen leveren voor de Franse troepen. Van deze leveranties trokken Pieter Vreede en Van Langen als lakenfabrikanten groot voordeel.

Na de staatsgreep van 12 juni 1798 werd hij gevangengenomen. Hij werd verdacht van ernstige onregelmatigheden in zijn geldelijk beheer ten tijde van zijn lidmaatschap van het Uitvoerend Bewind en werd opgesloten in het kasteel van Woerden. Zijn vrijlating volgde op 19 december 1798. Na zijn vrijlating bleek zijn fabriek geheel verlopen te zijn, waardoor hij geheel verarmd was. Onder koning Lodewijk Napoleon is hem een jaargeld toegekend dat ook onder koning Willem I en koning Willem II nog werd uitbetaald.

Arrestatie van Stephanus van Langen, lid van het Uitvoerend Bewind, door een detachement militairen vóór het Logement van Amsterdam aan het Plein te Den Haag,12 juni 1798. Op beschuldiging van zelfverrijking.