Stemming (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Stemming is de manier waarop de frequentie van tonen in de muziek gekozen wordt. Daarbij wordt enerzijds de toonhoogte van een van de tonen vastgelegd en anderzijds de toonafstanden tussen die toon en de overige gebruikte tonen. Het is dit laatste dat veel problemen en hoofdbrekens heeft gekost en nog kost. Sommige stemmingen worden met temperatuur aangeduid, om aan te geven dat het getempereerde stemmingen zijn.

Voor de in westerse muziek gebruikte toonstelsels met de verdeling van een octaaf in twaalf tonen is het vinden van de "ideale" muzikale stemming door de tegenstrijdige eisen een in wezen onoplosbaar probleem: "hoe stem ik een instrument zodanig dat zowel de octaven als de kwinten zuiver (rein) zijn?" Dat houdt in dat 7 gestapelde octaven dezelfde toon moeten opleveren als 12 gestapelde kwinten, maar:

27 = 128

en dat is niet gelijk aan

(3/2)12 = 129,746...

De onmogelijkheid blijkt al daaruit dat in de te benaderen reine stemming verschil is tussen tonen als bes en aïs, fis en ges en dergelijke.[1]

Al eeuwen wordt er naar een zo goed mogelijk werkbaar compromis gezocht. Dit heeft in het Westen geleid tot de volgende toonsystemen.

De genoemde stemmingen hebben betrekking op de westerse muziek. In andere culturen zijn andere toonsystemen gebruikelijk, zie oosterse toonsystemen.

Zie ook

Externe links