Stijve moerasweegbree

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stijve moerasweegbree
Stijve moerasweegbree
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Orde:Alismatales
Familie:Alismataceae (Waterweegbreefamilie)
Geslacht:Baldellia
Soort:Baldellia ranunculoides
Ondersoort
Baldellia ranunculoides subsp. ranunculoides
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De stijve moerasweegbree (Baldellia ranunculoides subsp. ranunculoides) is een lid van de Waterweegbreefamilie. Er zijn twee ondersoorten van Baldellia ranunculoides, de stijve moerasweegbree en de kruipende moerasweegbree (Baldellia ranunculoides subsp. repens). Het meest opvallende verschil tussen deze twee is dat de ondersoort ranunculoides rechtopstaande stengels heeft en de ondersoort repens kruipende.

De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als bedreigde zeldzame soort. Sinds 1950 is het voorkomen zeer sterk achteruitgegaan (75-100%). Voor monitoring in het kader van Natura 2000 wordt de plant als indicatorsoort aangemerkt als typische soort.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De plant wordt 5 – 50 cm hoog. De soort bloeit met witte of paarse bloemen in juni tot en met september. Het is een waterplant (hydrofyt). Aan de karakteristieke wantsengeur bij kneuzing is het plantengeslacht goed te onderscheiden.

Groeiplaats[bewerken | brontekst bewerken]

Stijve moerasweegbree staat op open, zonnige, periodiek overstroomde, matig voedselarme tot matig voedselrijke, soms zelfs iets brakke, al of niet (zwak) humeuze, zeer fosfaatarme, meestal zure maar soms ook kalkhoudende zand- en leembodems, soms op kattenklei. De plant kan ook blijvend onder water staan en vormt dan atypische, ongesteelde lijnvormige bladeren. Hij groeit in moerassen, in en aan randen van allerlei wateren die zowel van natuurlijke als kunstmatige oorsprong kunnen zijn.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

De Atlantische soort komt noordelijk voor tot in Zuid-Scandinavië en Schotland. In Nederland was ze vooral te vinden in de Pleistocene streken en de duinen. Ze is zeer sterk achteruitgaan, dit is te wijten aan grondwaterwinning en de toegenomen eutrofiëring. De plant is schaduwgevoelig, verdraagt maandenlang droogvallen van haar standplaats maar bezit weinig concurrentiekracht. Insectenbezoek is schaars en naast kruisbestuiving vindt vooral zelfbestuiving plaats. De zaden worden door water of vogels verspreid.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]