Stille Zaterdag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Heilige Graflegging van Christus

Paaszaterdag (Sabbatum Sanctum in het Latijn) of Stille Zaterdag volgt op Goede Vrijdag. Het is de zaterdag voor Pasen en de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest. Deze zaterdag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd, omdat op die dag de klokken niet luiden tot aan de Paaswake.[1]

Op deze dag herdenkt men de tijd dat het dode lichaam van Jezus Christus in het graf lag. Zijn ziel was echter in het paradijs: "Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" (Lucas 23:43b, SV).

De apostel Petrus beschrijft in 1 Petrus 3:19-20a dat Jezus Christus in Zijn dood Zich heeft geopenbaard aan de geesten in de hel om Zijn triomf te tonen: "In Denwelken [Zijn dood] Hij ook heengegaan zijnde, de geesten die in de gevangenis zijn, gepredikt heeft. Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd" (SV). Hierbij moet worden aangetekend dat over de betekenis van deze teksten veel onduidelijkheid is.[2] De Katholieke Kerk leert dat Christus op Paaszaterdag 'neergedaald is ter helle'.[3]

Liturgisch gezien duurt Paaszaterdag slechts tot de schemering, waarna de Paaswake gevierd wordt.

Katholieke traditie[bewerken]

In de Katholieke Kerk wordt op Stille Zaterdag net als op Goede Vrijdag de Eucharistie in het geheel niet gevierd. In tegenstelling tot Goede Vrijdag wordt op Paaszaterdag zelfs de Heilige Communie niet uitgereikt. Er worden wel enige geconsacreerde hosties voorradig gehouden, voor het geval stervenden willen communiceren. Het altaar is ontdaan van het altaardwaal. Het tabernakel staat open als teken dat Jezus gestorven is en tijdelijk niet meer onder ons is. De kerken zijn sober ingericht, zonder versieringen. Ook de klokken luiden niet op die dag, tot 's avonds de Paaswake wordt gevierd[1]. De volkse traditie wil immers dat zij die dag even naar Rome vliegen om er de paaseieren te halen.

Orthodoxe traditie[bewerken]

In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Heilige en Grote Zaterdag of de Grote Sabbat genoemd, omdat op deze dag Christus fysiek "rustte" in het graf. Maar men gelooft ook dat op deze dag Christus geestelijk nederdaalde in de hel en de hades veroverde, om de zielen van hen die daar vastgehouden waren te redden en naar het paradijs te voeren.

De Metten van de Heilige en Grote Zaterdag (meestal gehouden op de avond van Goede Vrijdag, zodat meer gelovigen er aan deel kunnen nemen) nemen een vorm aan van een begrafenisdienst voor Christus. De gehele dienst vindt plaats rond de Epitafios (Slavisch: Plasjenitsa), een icoon in de vorm van een geborduurde of geschilderde doek met de afbeelding van de graflegging van Christus. Het eerste deel van de dienst bestaat uit het zingen van Psalm 118 (119) (de langste psalm in de Bijbel, de psalm der wet). Tussen de verzen van psalm 118 zingt men de klaagliederen (Grieks: enkomia). Het belangrijkste thema van deze dienst is niet het rouwen om de dood van Christus, maar een waakzaam vooruitzicht.

Aan het einde van de metten, volgen de lofpsalmen, waarbij na einde van de Grote Doxologie, de priester met de Epitafios boven zijn hoofd in processie eenmaal rond de kerk gaat, terwijl allen het Trisagion zingen. Net zoals gedaan wordt bij een orthodoxe begrafenisdienst.

Op zaterdagmorgen, wordt er een gecombineerde vesperdienst met de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote gevierd. Dit is de langste Goddelijke Liturgie van het gehele jaar en traditioneel ook degene die qua uur het laatst gevierd wordt. Na de Kleine Intocht zijn er 15 oud-oudtestamentische lezingen. Net voor de Evangelielezing (Mattheus 28:1-20) worden alle (altaar)bekledingen en gewaden veranderd van zwart naar wit. De diaken bewierookt de gehele kerk. In de Griekse traditie strooit de geestelijkheid laurierbladeren en bloembladeren door de gehele kerk om de verbrijzelde poorten en verbroken ketenen van de hel en Jezus' overwinning op de dood te symboliseren. Terwijl de liturgische sfeer verandert van verdriet naar blijdschap, wordt de paasgroet "Christus Is Opgestaan" niet uitgewisseld. Deze wordt pas uitgewisseld na het Paasvigilie. De gelovigen gaan door met de vasten. De reden hiervoor is dat, de Goddelijke Liturgie op Heilige en Grote Zaterdag de verkondiging voorstelt, van Jezus' overwinning op de dood, aan hen in de Hades. De Opstanding is nog niet verkondigd aan de mensen op de aarde (dit zal plaatsvinden tijdens het Paasvigilie).

De Grote Vasten was van oorsprong de periode van catechese voor de catechumenen om hen voor te bereiden op de doop en myronzalving op Pascha (Pasen). Voor het samenstellen van het huidige Paasvigilie van Johannes van Damascus was deze dienst de belangrijkste Paasviering. Volgens de traditie vindt het ontvangen van catechumenen plaats na deze dienst.

Later op de avond (meestal rond 23:00 u.), begint het Paasvigilie met het Middernachtsgebed, waarbij de canon van de Heilige Zaterdag wordt herhaald. Dan, worden de weinige kandelaars en lampen in de kerk die nog branden gedoofd. En allen wachten in duisternis en stilte op de processie die vooraf gaat aan de viering van de Opstanding.

Bronnen, noten en/of referenties