Stinkende russula

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stinkende russula
Stinkende russula (Russula foetens)
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:ongeplaatst (incertae sedis)
Orde:Russulales
Familie:Russulaceae
Geslacht:Russula
Soort
Russula integra
Fr. (1796)
Stinkende russula
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Stinkende russula op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De stinkende russula (Russula foetens) is een paddenstoel uit de familie Russulaceae. Hij groeit op voedselrijke bodem, langs paden bij loofbomen, vooral beuk of eik.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Hoed

De hoed is glad, gebold tot uitgespreid en heeft een diameter van 5-15 cm. Bij vochtig weer is de hoed extreem vettig of slijmerig, bij droog weer plakkerig. De kleur is okergeel tot oranjebruin. De paddenstoel is eerst glad aan de rand, maar wordt later gevoord met een ingedeukt centrum.

Lamellen

De lamellen zijn crèmekleurig met vaak bruinige vlekken. Ze lopen af op de stengel. Ze variëren in kleur van vuil crème tot lichtgeel. De lamellen zijn relatief smal, ongeveer 6-10 mm breed.

Steel

De steel is broos, recht, cilindrisch, soms bolvormig en vaak vervormd. De kleur is ongeveer gelijk aan de lamellen. Oudere vruchtlichamen hebben meestal een holle steel met kamers, binnenin de steel kan het vlees roodbruin van kleur zijn. Soms kunnen de vruchtlichamen bij volwassen exemplaren nog half in de grond blijven steken.

Geur en smaak

De smaak is scherp en de geur onaangenaam. Vanwege de slechte smaak wordt hij in het algemeen beschouwd als oneetbaar. In Rusland wordt deze soort echter wel gegeten. Daar dompelt men na het plukken de vruchtlichamen dagenlang onder in water om de slechte smaak te verwijderen.

Sporen

De sporen zijn witachtig tot crèmekleurig. De sporen hebben de afmeting 7,5–10,1 (11,5) × 6,6–9,1 µm. Het sporenornament bestaat uit geïsoleerde, grove wratten die op sommige plaatsen onduidelijk met elkaar verbonden kunnen zijn. De apiculus is 1–1,25 × 1–1,25 µm. De viersporige, knotsvormige basidia zijn 45–65 × 12–15 µm groot. De talrijke, spoelvormige cheilocystiden meten 30–90 × 5–9 µm, terwijl de vergelijkbare maar niet zo talrijke pleurocystiden 55–135 × 10–14 µm meten.

Verwarrende soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Hij lijkt op de amandelrussula, maar deze ruikt naar amandelessence.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland komt de soort vrij algemeen voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie kwetsbaar.

Foto's[bewerken | brontekst bewerken]