Stoel
Een stoel is een zitmeubel met een rugleuning en soms armsteunen voor één persoon. Een (zit)bank is een zitmeubel voor twee of meer personen. Een kruk is een zitmeubel zonder rugleuning. Een zetel is een fauteuil of een deftig woord voor stoel. De begrippen kunnen ook overdrachtelijk worden gebruikt, zoals: 'Hij heeft een zetel in de Kamer' en 'De hoogleraar bekleedt een leerstoel'.
In zijn eenvoudigste vorm bestaat een stoel uit een of meer poten, een plateau om op te zitten, en een rugleuning voor een steun in de rug (en bij een stoel met een of twee poten dwarsstukken of een plateau onderaan). Soms zijn er armleggers waarop de armen of ellebogen kunnen rusten.
Geschiedenis
De stoel behoort tot de oudste meubelstukken ter wereld. Eeuwenlang was het echter meer een symbool van status en waardigheid dan gewoon een alledaags voorwerp. Onder andere de titel “de stoel” in het House of Commons van het Verenigd Koninkrijk herinnert nog aan deze oude status.
In het Oude Egypte waren stoelen vooral voor de rijken. Ze werden vaak gemaakt van dure materialen zoals ivoor of gebogen en verguld hout. De stoelen werden ook vaak versierd met afbeeldingen en ornamenten. In het oude Griekenland werden reeds in de zesde eeuw voor Christus stoelen gemaakt. Tijdens de Tang-dynastie deden in China de eerste stoelen hun intrede bij de rijke elite, maar het meubel drong al snel door tot andere lagen van de bevolking. Rond de 12e eeuw was de stoel daar een alledaags voorwerp geworden. In Europa duurde het tot de 16e eeuw voordat de stoel meer voet aan de grond kreeg in doorsnee huishoudens. Vooral de renaissance maakte dat de stoel minder een statussymbool en meer een alledaags gebruiksvoorwerp werd.
In de 20e eeuw kwam de ontwikkeling van de stoel in een stroomversnelling. Zo deden nieuwe modellen zoals de klapstoel en de slaapstoel hun intrede. Stoelen werden ook steeds meer gemaakt voor specifieke doeleinden, zoals in kantoorruimtes. Aanvankelijk werden stoelen in kleine series gemaakt door ambachtelijke meubelmakers en stoelenmatters maar tegenwoordig gebeurt de productie veel vaker industrieel door grote meubelfabrikanten. Meubelontwerp is aan mode onderhevig en daarom zijn er bij historische stoelen vaak bepaalde stijlperiodes aan te wijzen, zoals rococo, neoclassicisme, biedermeier en art deco.
In de 20e eeuw werd meubel- en stoelontwerp een onderafdeling van de industriële vormgeving.
Soorten
Huiselijk gebruik
- Bureaustoel, een draaistoel, gewoonlijk op wieltjes
- Chaise longue
- Clubstoel, kuipstoel, luie stoel
- Eetkamerstoel, keukenstoel, kantinestoel, restaurantstoel
- Fauteuil, clubfauteuil[1]
- Jaloerse stoel, een type stoel uit Suriname
- Kinderstoel
- Zitzak
Buitenrecreatie
- Adirondackstoel
- Ligstoel
- Strandstoel
- Schommelstoel
- Tuinstoel
- Vouwstoel, campingstoel
Behandelkamer
- Gynaecologische onderzoekstoel
- Massagestoel
- Tandartsstoel
Ceremoniële stoelen
- Biechtstoel
- Bisschopszetel of cathedra
- Draagstoel
- Faldistorium, een type vouwstoel zonder rugleuning
- Kerkstoel, bidstoel, knielbank
- Preekstoel of kansel
- Scheidsrechtersstoel
- Sessiestoelen of sedilia
- Troon, een ceremoniële zetel voor een monarch
- Voorzittersstoel
Hulpstoelen
- Douchestoel en badstoel
- Rolstoel
- Sta-op-stoel
- Toiletstoel, po-stoel
- Trippelstoel, een verstelbare stoel op wieltjes
In voer-, vaar- en vliegtuigen
Strafstoelen
- Elektrische stoel
- Schandstoel
- Schopstoel
Overige stoelen
- Caquetoire, 'praatstoel'
- Kakstoel en privaat
- Klismos, een type stoel uit de Griekse oudheid
- Kruk, een stoel zonder leuningen
- Windsorstoel
Zie ook
- Dijkstoel, een polderbestuur
- De Heilige Stoel, de pauselijke stoel
- Klokkenstoel, een constructie voor een of meer klokken
- Leerstoel, een hoogleraarspost
- Stoel, een wortelgestel met stamvoet(ten)
-
Kunstwerk Man in ligstoel (Hans Mes, 1984)
-
Kleimodel van een stoel uit 4750-4600 voor Christus; Europa
-
Houten stoel uit Tanzania
-
Toiletstoel of po-stoel
- ↑ verbastering van het Frankische faldi-stōl; vouw-stoel, etymologiebank.nl