Stoomhamer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stoomhamer

De stoomhamer werd rond 1837 in Manchester uitgevonden door de Schot James Nasmyth, die in 1808 werd geboren in Edinburgh.[1] De stoomhamer werd geproduceerd in zijn Patricroft ijzergieterij, die hij gebouwd had naast de Liverpool and Manchester Railway en de Bridgewater Canal.

De stoomhamer bestaat uit een zuiger met onderaan de drijfstang een hamer. De hamer wordt omhoog gebracht door stoom in de cilinder onder de zuiger te brengen. Door vervolgens de stoom te laten ontsnappen valt de hamer naar beneden. Door tijdens de val boven in de cilinder stoom te brengen valt de hamer sneller naar beneden. Stoomhamers die door hun eigen gewicht vallen worden stoomvalhamers genoemd. De stoomhamers wegen van 45 kilogram tot 90.000 kilogram.

De kracht van de klap van de stoomhamer kan over een groot traject gevarieerd worden. Nasmyth demonstreerde dit door een ei op een wijnglas te breken zonder dat het glas stuk ging. Vervolgens gaf hij een klap die het gebouw deed schudden.[2]

De stoomhamer wordt o.a. nog gebruikt voor het maken van propellorbladen voor de C-130 Hercules.

Er staat nog een originele stoomhamer naast de oorspronkelijke gieterij en op de campus van de University of Bolton staat een grote Nasmyth & Wilson stoomhammer.

Zie de categorie Steam hammers van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.