Stoomoven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een drukloze inbouwstoomoven

Een stoomoven gebruikt waterdamp (stoom) om voedsel mee te verhitten in tegenstelling tot stralingswarmte bij conventionele ovens of hete lucht bij heteluchtovens.

Stoomovens kunnen in twee hoofdgroepen worden ingedeeld: Hogedrukovens en drukloze ovens.

De drukloze ovens kunnen weer in twee groepen ingedeeld worden. Bij de eenvoudige versie wordt water in de warme ovenruimte gebracht, waardoor stoom ontstaat. Dit betekent dat de ovenruimte verwarmd moet zijn tot minimaal het kookpunt. Bij de meer geavanceerde oven wordt stoom buiten de ovenruimte gevormd en vervolgens ingeblazen. Bij deze oven kunnen dus ook gerechten op een lagere temperatuur met stoom gegaard worden.

Door het garen in stoom blijven smaak en voedingsstoffen (vitaminen) van voedsel beter bewaard. Groente, vlees en vis zijn alle goed in een stoomoven te bereiden. Bij groente wordt het voordeel bereikt doordat de groente niet in water ligt tijdens het koken, wat later afgegoten zou worden. Dit komt zowel de smaak als uiterlijk (kleur) ten goede. Bij vis en vlees is het voordeel dat er bij een lagere temperatuur gekookt kan worden. Bepaalde eiwitten veranderen van structuur, uiterlijk en smaak wanneer het boven de 100 graden Celsius verhit wordt. Vis en (veel) vlees gaart al bij 75 - 80 graden. De eiwitten blijven dus "heel".

Voor verdere toepassingen, zoals het bakken van brood (knapperige korst gewenst) o.i.d. is een combi-stoomoven een goede mogelijkheid, vanwege het kunnen combineren van heteluchttechniek met stoomtechniek.

Ook kan men een drukloze stoomoven met stoominjectie gebruiken om brooddeeg te laten rijzen en voedsel te ontdooien. Door deze techniek kan de temperatuur nauwkeurig geregeld worden en werkt de stoom als een doeltreffende deksel die uitdroging voorkomt.

Zie ook[bewerken]