Stopwoord (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een stopwoord is een uitdrukking die een spreker regelmatig gebruikt zonder er veel betekenis in te leggen. Dit kan zowel een woord als woordgroep zijn.

Gebruik[bewerken]

Het gebruik van stopwoorden is vaak een onwillekeurige gewoonte. Het kan verschillende functies vervullen, met name het kracht bijzetten van de eigen woorden, het opvullen van pauzes die de tijd geven om na te denken of het bieden van houvast voor de spreker. In het algemeen vormt een stopwoord de gelegenheid om de betekenisdichtheid van een taaluiting te verlagen. Net als bij het synoniem stoplap, duidt het "stoppen" hier niet op "ophouden", maar op "opvullen".

Enkele voorbeelden van stopwoorden zijn:

  • dus als van een gevolgtrekking juist helemaal geen sprake is
  • de zinsafsluiting of zo, die aan de betekenis niets toevoegt maar deze wel vervaagt, omdat de spreker zijn eigen uiting op losse schroeven zet
  • you know in het Engels van vooral niet-moedertaalsprekers, die aldus de gelegenheid krijgen hun aarzeling of hun zoeken naar het juiste woord te maskeren
  • zeg maar
  • eigenlijk
  • nou ja, vooral gebruikt om verder te gaan met een onderbroken verhaal en om de aandacht weer op zich te vestigen

Overige betekenissen[bewerken]

In databases en zoekmachines worden stopwoorden vaak niet geïndexeerd. Onder stopwoorden verstaat men dan veelgebruikte woorden zonder op zichzelf staande betekenis, zoals lidwoorden en bijwoorden.