Storage area network

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een storage area network is een specifieke IT-infrastructuur die het voor rekencentrumcomputers mogelijk maakt om opslagcapaciteit gezamenlijk te gebruiken.

Historie[bewerken]

Rond 1985 was de behoefte aan opslagcapaciteit groter dan in één enkele bestandsserver kon worden verwezenlijkt. De enige alternatieven waren of een specialistisch en daarmee kostbaar "disk subsystem" (een externe box met harde schijven), of het plaatsen van meerdere fileservers. In de praktijk kwam men vaak uit bij de tweede oplossing, waarna de geschiedenis zich herhaalde. Gaandeweg bleek dat deze ontwikkeling een reeks van andere negatieve effecten in het kielzog had meegenomen:

  1. De fragmentatie van gebruikte en vrije opslagcapaciteit over alle aanwezige bestandsservers in het LAN. (Niet zelden kon men een nieuwe grote database niet kwijt, terwijl de som van alle versnipperde vrije ruimte meer was dan de database zelf.)
  2. De hoge kosten voor het realiseren van redundantie binnen elke bestandsserver afzonderlijk (Fouttolerantie vereist overtollige capaciteit, bij elke bestandsserver weer.)
  3. Toename in diversiteit (door de toename van bestandsservers over een periode van jaren, ontstond een mix van merken, modellen en technologieën, waardoor de noodzakelijke beheerinspanning exponentieel toeneemt.)

Zodoende is de industrie begin negentiger jaren op zoek gegaan naar een oplossing. Dit initiatief leidde tot de ontwikkeling van het SAN en de introductie ervan in 1994.

Voordelen[bewerken]

De voordelen die geboden worden door het SAN komen ten goede aan alle aangesloten servers, zoals o.a.:

  • fouttolerantie (zie RAID);
  • de back-upvoorziening;
  • efficiënter gebruik van beschikbare capaciteit (oplossing voor het probleem van punt 2 hierboven);
  • toepassen van wijzigingen en uitbreidingen tijdens normaal bedrijf;
  • vermindering van hersteltijden en mate van dataverlies (zie: RPO en RTO)
  • automatische uitwijk;
  • calamiteitenherstel.

Nadelen[bewerken]

  • Kostbaar in aanschaf en onderhoud. (trage Return on investment).
  • Complexe technologie
  • Defecten en menselijke vergissingen kunnen een volledig rekencentrum treffen.

Techniek[bewerken]

Een geconsolideerde opslagvoorziening is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • De SAN-infrastructuur, bestaande uit glasvezel-kabels en switches.
  • Host Bus Adapter (HBA): de Fibre Channel-interface in de servers, die door het besturingssysteem van de bestandsserver "gezien" wordt als interface voor een interne harde schijf.
  • Storage controllers: de besturingseenheid tussen dataopslagmedia, SAN en LAN.
  • disk enclosure: de diskkabinetten als behuizing voor de harde schijven en/of SSD's
  • harde schijven of SSD's: de fysieke media voor dataopslag

SAN versus NAS[bewerken]

Overeenkomsten[bewerken]

  • Beide oplossingen bieden gedeelde dataopslag.

Verschillen[bewerken]

Network-attached storage (NAS), is een opslagmedium dat op het netwerk aangesloten is en gebruikmaakt van protocollen die zijn ontwikkeld om rechtstreeks databestanden op te vragen zoals een bestandsserver dat doet. Een SAN daarentegen adresseert rechtstreeks de blokken (of clusters) op de schijven via het SCSI-protocol. Vandaar dat de databasemanagementsystemen op de servers, zoals Microsoft SQL Server, Oracle Database, MySQL en IBM DB2 rechtstreeks de schijven binnen het SAN kunnen bewerken.

SAN versus LAN[bewerken]

Overeenkomsten[bewerken]

Verschillen[bewerken]

  • Een SAN is doorgaans gebaseerd op glasvezel en een LAN op koper (UTP)
  • Een SAN is ongeschikt voor LAN-datacommunicatieprotocollen (dit is gunstig vanuit veiligheidsperspectief).
  • Een LAN kan naast de gebruikelijke datacommunicatieprotocollen ook het SAN datacommunicatieprotocol aan. (dit wordt zelden als permanente oplossing gebruikt, maar kan als tijdelijke oplossing en voor testdoeleinden soms handig zijn.)

Zie ook[bewerken]