Straatzanger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Straatzanger met een roldoek. In prentenboek De kijkkast en andere vermaken (1892).

Een straatzanger was, in de Nederlanden vanaf de zestiende eeuw, een zanger die op straat liedjes zong en de tekst daarvan in gedrukte vorm te koop aanbood. Met de opkomst van de radio en de grammofoonplaat in de vroege twintigste eeuw stierf het beroep uit.

De liederen die door de straatzangers ten gehore werden gebracht, vielen in de categorie 'zelfgeschreven tekst op een bestaande melodie'. Nadat de luisteraar het lied gehoord had, kon hij er thuis met behulp van het tekstvel verder van genieten. Notenschrift werd op die liedbladen weinig gebruikt. De melodie-aanduiding bleef beperkt tot "Op de wijs van:". Omdat veel van die destijds bekende wijsjes verloren zijn gegaan of gaandeweg zijn veranderd, weten we niet hoe de oude straatliederen precies hebben geklonken.

De twee grootste verzamelingen liedbladen zijn de Collectie liedbladen Moormann en de Collectie liedbladen Wouters. Deze verzamelingen liedblaadjes met straatliederen worden bewaard door Koninklijke Bibliotheek en het Meertens Instituut. Ze zijn ontsloten in het Geheugen van Nederland en in de Nederlandse Liederenbank.

Repertoire[bewerken]

In het repertoire van de straatzanger waren diverse genres te bespeuren:

Het liefdeslied[bewerken]

Het politieke lied[bewerken]

Een Nieuw Christelick Liedt Gemaect Ter Eeren Des Doorluchtichsten Heeren, Heere Wilhelm Prince Van Oraengien, Grave Van Nassou, Patris Patria, Mijnen G. Forsten Ende Heeren.
Waer Van Deerste Capitael Letteren Van Elck Veers, Syner F.G. Name Metbrengen
Na de wijse van Chartres

Wilhelmus van Nassauwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant ghetrouwe
Blijf ick tot inden dood:
Een Prince van Orangien
Ben ick vrij onverveert,
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.
(...)

Het politieke lied varieerde van vaderlandslievende lofzangen tot spotliederen op machthebbers.

 

Het boertige lied[bewerken]

Van Eenre Baghinen Ene Goede Boerde

Van eenre baghinen wil ic u singen,
Te Brusele gevoelt inden wigaert,
Hoert hier boerdelike dinghen:
Si saten ende nopten op den standaert,
Dies worden si cortelike vervaert,
Want hem gesciede al selc een wonder;
Haer heimelijc drincken was geopenbaert,
Want dese baginen spelen gerne van onder.

(...)

[vertaling]

Over een begijn wil ik voor u zingen
wat in Brussel in [de begijnhof bekend als] de Wijngaard is gebeurd.
Luister naar deze boertige dingen:
Ze zaten op de bovenverdieping te raggen.
Ze schrokken op
Omdat hen opeens iets overkwam.
Hun stiekeme naar binnen dringen was geopenbaard,
Want deze begijnen spelen graag van onderen

Schuine moppen en onderbroekenlol. In het zestiende-eeuwse repertoire worden ook de seksuele uitspattingen van monniken en begijnen regelmatig bezongen.

 

Het gelegenheidslied[bewerken]

Vriendenschaar, dit is gewis
Thans een vers voor ALBERT VIS
(...)
Zij zeggen in Workum, ik heb mijn geld,
Dat Albert Vis is voorgeteld.
Vriendenschaar, geloof dit niet,
Want betaling is nooit geschiedt,
(...)
Steeds een sigaartje in den mond,
Zoo kuiert hij langs Workum rond.
Ik vroeg beleefdlijk om mijn geld (*)
Want ach, mijn beurs is slecht gesteld,
Maar 't antwoord was "Gemeene vent,
Je krijgt van mij geen roode cent."
(...)
Uit naam van eenige schuldeischers van Workum,
DRIES DE BOER
(*) 350 gulden

De straatzanger werd soms ingehuurd om reclame te maken, hulde aan een jubilaris te brengen of bijvoorbeeld, zoals in nevenstaand voorbeeld, iemand aan de schandpaal te nagelen.

 

Het amusementslied[bewerken]

Zonnige liedjes die aan het einde van de negentiende eeuw populair werden.

 

Het sensatielied[bewerken]

DUBBELE MOORD
Moord en zelfmoord te Arnhem
Wijze: Vogel vliegt
(...)
Daarop nam hij het mes ter hand,
En heeft de overige familie aangerand.
(...)
Daarna zette hij het op een vlucht,
En zwaaide met het mes steeds in de lucht.
Zijn leven was niet veel meer waard.
Hij dacht ik moet ook van deez aard.
Hij greep het mes - O wat een Ramp,
Sneed zich in den hals, af met kramp,
Viel hij ter neer tot overmaat.
Het bloed dat vloeide langs de straat.
(...)
Gedicht en gezongen door B.DIJKSTRA

Het sensatielied was een lied over een recente ramp of andere bloederige gebeurtenis. Ook moordliederen vallen in deze categorie.

 

Het bedellied[bewerken]

Het personeel wordt beleefd verzocht Mevrouw dit lied ter hand te stellen.
(...)
Klachtlied der Werklooze
Wijze: Molen aan de vliet.
(...)
Nu zingt de werklooze,
Uit armoe en verdriet.
't Is voor zijn vrouw en kin'ren,
Dus luistert naar zijn lied.
Moet dit nog langer duren,
Aanschouw dan slechts dit leed.
Wil hem toch niet wegsturen,
Omdat hij niets meer heeft.
(...)

De opkomst van café chantants aan het einde van de negentiende eeuw luidde het begin in van een amusementsindustrie. Professionele zangers kwam men op straat steeds minder tegen. De laatsten die het beroep uitoefenden, waren veelal werklozen en andere behoeftigen die hun publiek met meelijwekkend repertoire tot liefdadigheid probeerden te bewegen.

 

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

  • De meeste op deze pagina geciteerde voorbeelden van straatliederen zijn overgenomen van de originele liedbladen op Straatliederen, Geheugen van Nederland. Op geheugenvannederland.nl
  • Liedbladen, Nederlandse Liederenbank, Meertens Instituut. Op liederenbank.nl