Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum (SVIC) analyseert onder meer alle internationale telefoonverkeer, dat via de commerciële Intelsat-satellieten loopt. De taken van het centrum zijn onder meer interceptie en traffic-analyse (waaronder signaalanalyse). Dit gebeurt door middel van afluisteren en decoderen. De eindresultaten worden gepresenteerd in crypto- en verkeersanalyses. De traffic analyse is het civiele deel, bestaande uit bijvoorbeeld de diplomatieke netten. De signaalanalyse vertegenwoordigt het militaire deel.

De belangrijkste leveringsbron van gegevens was tot voor kort het satellietgrondstation in Zoutkamp. Sinds 2006 is de satellietcapaciteit belangrijk uitgebreid met het nieuwe station in Burum en beschikt het centrum sinds 1996 over de capaciteit en informatie van de radiogrondstations in Eemnes en Eibergen (Kamp Holterhoek). De satellietgrondstations vallen onder de verantwoording van het 2005 opgerichte NSO, waaraan de andere stations in 2006 werden toegevoegd.

Het SCIV gaat op dezelfde wijze te werk als de Amerikaanse grote broer NSA, zo bleek uit een publicatie van interne stukken en onthullingen in 1985 over de voorganger Technisch Informatie Verwerkingscentrum (TIVC) in de Haagsche Courant. Gesprekken via satellietverbindingen werden op band opgenomen en met behulp van trefwoorden geselecteerd voor nader onderzoek.

Het in 1996 opgerichte SVIC begon als het Wiskundig Centrum (WKC) van de Koninklijke Marine, dat in 1982 werd omgedoopt naar het TIVC. Tot 2005 was het SVIC gevestigd op het terrein van het Marine Etablissement Amsterdam in Kattenburg. Daarna is het centrum verplaatst naar Den Haag.

De door het TIVC vergaarde inlichtingen gingen naar de Inlichtingendienst Buitenland, totdat deze dienst in 1994 werd opgeheven. Tussen 1978 en 1994 lag tussen het TIVC en de IDB een directe verbinding.

In 1996 zijn alle elektronische inlichtingen in handen van de Militaire Inlichtingendienst (MID) gekomen. Het TIVC viel onder de afdeling verbindingsinlichtingen (AVI) van de MID, die later is opgevolgd door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Het SVIC werkte ook ten behoeve van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), die later is opgevolgd door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De niet-militaire gegevens die worden verworven door het SVIC, worden doorgegeven aan de AIVD.

Het SCIV/TIVC wist de militaire en diplomatieke codes van onder meer België, Duitsland, Italië en Turkije te kraken. Nederland gebruikte afgetapte en ontsleutelde berichten voor economische doeleinden, net als het ECHELON-systeem. Zo gingen bijvoorbeeld Duitse offertes voor fregatten via de Nederlandse inlichtingendienst naar scheepswerf Rijn-Schelde-Verolme. De verhouding tussen de toenmalige Inlichtingendienst Buitenland en het Nederlandse bedrijfsleven is door de inlichtingendeskundigen Bob de Graaff en Cees Wiebes in hun boek Villa Maarheeze als 'incestueus' omschreven.

Vanuit de contracten die zijn afgesloten in het verleden door de IDB met buitenlandse inlichtingendiensten worden gegevens uitgewisseld met inlichtingendiensten uit de Verenigde Staten (CIA), Israël (Mossad) en niet nader bekende Europese diensten. De TIVC heeft in het verleden connecties opgebouwd met het Britse GCHQ, dat beschikt over een wereldwijd netwerk van afluisterstations.

Literatuur[bewerken]

  • Bob de Graaf en Cees Wiebes, Villa Maarheeze (1998).