Oosterse tortel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Streptopelia orientalis)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oosterse tortel
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2016)
Oosterse tortel
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Columbiformes (Duifachtigen)
Familie:Columbidae (Duiven)
Geslacht:Streptopelia
Soort
Streptopelia orientalis
(Latham, 1790)
ei
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Oosterse tortel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Oosterse tortel (Streptopelia orientalis) is een vogel behorend tot de duiven. De vogel maakt deel uit van het genus Streptopelia.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Het verenkleed bestaat uit een kastanjebruine bovenzijde en een grijswitte onderzijde met een oranjeroze borst.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De oosterse tortel maakt zijn nest in een boom en legt hierin twee witte eieren.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn twee ondersoorten van de oosterse tortel bekend de S. o. orientalis, die voorkomt in de Siberische taiga en de S. o. meena, die voorkomt in open gebieden met wat bos in Centraal-Azië. De oosterse tortels die leven in het uiterste zuiden van het verspreidingsgebied zijn standvogels, de overige vogels trekken 's winters naar Pakistan, India, Zuidoost-Azië en het zuiden van Japan.

De soort telt 6 ondersoorten:

  • S. o. meena: van zuidwestelijk Siberië tot Iran en de Himalaya.
  • S. o. orientalis: van centraal Siberië tot Japan, China en de Himalaya.
  • S. o. stimpsoni: Riukiu-eilanden (Japan).
  • S. o. orii: Taiwan.
  • S. o. erythrocephala: zuidelijk India.
  • S. o. agricola: van noordoostelijk India tot Myanmar en het zuidelijke deel van Centraal-China.

Voorkomen in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De oosterse tortel is een dwaalgast die eind 2009 voor het eerst in Nederland is waargenomen. Toen verbleef er een hele winter lang een vogel in het Friese Wergea. Daarna is het aantal waarnemingen vrij snel toegenomen tot in totaal elf (stand 2021).[2] Opvallend is dat tot dusver alle waarnemingen in de wintermaanden hebben plaatsgevonden.