Studentenhuisvesting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Studenten zoeken een kamer in Amsterdam in 1965
Dit polygoonjournaal uit 1962 begint met een item over studentenhuisvesting in Delft

Met studentenhuisvesting worden meestal huurwoningen bedoeld waar studenten in gehuisvest zijn. Veel studenten gaan nadat ze hun voortgezet onderwijs (Nederland) of secundair onderwijs (België) hebben afgerond 'het huis uit' en zoeken een kamer in de stad waar ze hun verdere studie gaan volgen.

Verschillende vormen en termen[bewerken | brontekst bewerken]

Het verkrijgen van een kamer kan grofweg uitgesplitst worden in twee manieren: via particuliere weg of via een overheidsinstelling zoals een woningbouwcorporatie of de onderwijsinstelling. De meeste studenten vinden hun kamer op de particuliere markt, maar dat kan per stad wel sterk verschillen.

Voor de terminologie in de Nederlandse standaardtaal en verschillen tussen Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands verwijzen we naar [1].

Campus[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Campus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de VS is bij een universiteit meestal een gebied voor studentenwoningen gereserveerd, waar het grootste deel van de studenten gehuisvest is. In Nederland of Vlaanderen komt dat minder voor, maar er ontstaan er hier wel. In Nederland hebben onder andere de universiteiten van Twente, Utrecht en Nyenrode een campus, in Vlaanderen de universiteiten van Leuven, Antwerpen, Gent, Hasselt en Brussel. Het voordeel van een campus is dat studentenvoorzieningen, zoals internet, gemakkelijk voor de hele groep te regelen zijn. Het nadeel is dat de studenten in een bepaalde mate van de stad worden gescheiden en er een sociale segregatie ontstaat.

Het begrip campus heeft niet altijd dezelfde betekenis als in Amerika. In Nederland en België wordt er veelal het gebied mee bedoeld waar de universiteit zich bevindt. Bijvoorbeeld bij de Vrije Universiteit Amsterdam, hoewel er daar geen plaats is voor huisvesting. Aangrenzend aan en op het terrein van de TU Delft is er studentenhuisvesting, maar de studenten in Delft wonen over de hele stad verspreid.

Hospitaverhuur[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Hospita voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een hospitakamer is een kamer die verhuurd wordt door iemand die in hetzelfde huis woont. Meestal is dat de eigenaar of verhuurder van de woning. Hospitaverhuur is niet erg populair onder zowel studenten als verhuurders en wordt meestal als een tijdelijke oplossing gezien. De voordelen van een gemeubileerde ruimte en andere gemakkelijke voorzieningen wegen voor velen blijkbaar niet op tegen het idee je eigen verblijfplaats te hebben. Een hospita is in Vlaanderen ook bekend onder de naam kotmadam of kotbazin. De mannelijke tegenhanger hospes is in Vlaanderen bekend onder de naam kotbaas.

Studentenflats[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste universiteitssteden hebben een aantal flats gereserveerd voor studenten. De kwaliteit van deze studentenflats loopt uiteen. In sommige steden wil men er bijvoorbeeld zo snel mogelijk uit, terwijl in andere de flat juist het summum is van studentengemak. Ook hierbij geldt dat het qua voorzieningen voordelen oplevert om een grote groep studenten bij elkaar te hebben. Echter, een gebrek aan ruimte of onderhoud wil weleens roet in het eten gooien. In Nederland worden studentenflats in de meeste gevallen beheerd door woningbouwcorporaties.

Verenigingshuizen[bewerken | brontekst bewerken]

Een aantal studentenverenigingen, en dan met name de corpora, hebben een aantal panden beschikbaar voor bewoning. Deze zijn vaak al lange tijd in beheer van de vereniging, leden of oud-leden en kennen veelal eigen mores. Verenigingshuizen staan er wel om bekend grote, dure en mooi gelegen panden te zijn, maar ook dat ze weleens voor wat overlast in de buurt kunnen zorgen.

Studentenkot[bewerken | brontekst bewerken]

Zelfs in het Waalse Luik gebruikt men het Vlaamse woord kot

In België wordt vaak de term (studenten)kot gebruikt als men het heeft over een (studenten)kamer. Ook in Nederlands Limburg wordt het woord gebruikt. De korte benaming kot is door Franstalige Belgen overgenomen (un kot, deux kots), met als uitspraak /kɔt/, zowel in het enkelvoud als in het meervoud. Een kot is de verzamelnaam voor allerhande soorten studentenkamers, gaande van door de universiteit aangeboden accommodatie tot kamers aangeboden door particulieren. Het Vlaamse woord kot betekent 'klein armoedig huis' en is het equivalent van hok in het Standaardnederlands. Het Vlaamse woord kot verwijst ook naar 'verblijfplaats voor dieren' (bv. duivenkot, hondenkot), 'bergruimte, schuurtje, kleine ruimte' (bv. waskot, tuinkot, velokot of fietskot, rommelkot, houtkot) en 'kraam, tent, stalletje' (bv. frietkot, spookkkot, jeneverkot, schietkot). De term werd overgenomen in het studentenjargon, omdat studentenkamers in de regel ook klein en primitief zijn. Afgeleiden van deze term zijn o.a. op kot gaan, kotstudent, kotbaas, kotbazin, kotmadam en kotfuif. Op vergelijkbare manier wordt in het Nederlandse studentenjargon een studentenkamer vaak (studenten)hok of (studenten)kast genoemd. De woorden hok 'klein armoedig huis' of 'bergruimte, schuurtje, kleine ruimte' en kast 'oud vervallen gebouw' zijn wat de opgegeven betekenissen betreft goed vergelijkbaar met het Vlaamse kot. Overigens wordt ook in Nederland weleens het woord kot gebruikt, bv. varkenskot. Opmerkelijk daarbij is dat het meervoud van kot in Nederland kotten is en in Vlaanderen koten.

Peda[bewerken | brontekst bewerken]

Peda of pedagogie is een term die in België gebruikt wordt voor een studentenkamer in een flatgebouw dat geheel of voor het grootste deel studenten huisvest.[2] De uitbating gebeurde in het verleden vaak door geestelijken, waardoor een peda een relatief streng regime kende met betrekking tot sluitingstijden en controle. Sinds de meeste geestelijken de peda's verlaten hebben zijn ze vergelijkbaar met een regulier studentenhuis met tientallen studenten dat uitgebaat kan worden door zowel de universiteit als particulieren.

Kraak en anti-kraak[bewerken | brontekst bewerken]

Of het vanuit nood of ideologie gebeurt, kraken is in Nederland sinds juni 2010 strafbaar. Anti-kraak is daarentegen meer opgekomen. In veel grote steden is nog een (zij het soms kleine) krakersgemeenschap.

Kamerprijzen[bewerken | brontekst bewerken]

De prijzen die voor een kamer gevraagd worden, lopen uiteen door de verschillende kwalitatieve aspecten van de ruimte. Zo is een kamer in het centrum duurder dan in een buitenwijk en is een kamer duurder naarmate deze groter is. Voor Nederland is wettelijk bepaald dat niet meer huur gevraagd mag worden dan een bepaald maximum, dat afhankelijk is van factoren als de grootte van de kamer, of de aanwezige voorzieningen. Deze maximale huur wordt berekend aan de hand van het zogenaamde puntensysteem. Hoewel woningbouwcorporaties zich wel aan deze wet houden, is dat op de particuliere markt niet altijd het geval. Daarom kan een ontevreden huurder ook naar de Huurcommissie stappen om zijn huur aan te vechten.

Woningnood[bewerken | brontekst bewerken]

Er is op de kamermarkt voor studenten niet altijd genoeg woonruimte beschikbaar. Hierdoor ontstaat woningnood. Met name de grotere studentensteden als Amsterdam, Leuven en Utrecht staan erom bekend dat het er moeilijk is om op korte termijn aan een betaalbare woning te komen. In Nederland wordt onder meer door campuscontracten geprobeerd de kamernood tegen te gaan.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Sociale studentenhuisvesters uit iedere universiteitsstad in Nederland hebben zich verenigd in Kences. Zo is DUWO is actief in Amsterdam, Delft, Den Haag, Deventer, Haarlem, Leiden en Wageningen, en naar eigen zeggen de grootste studentenhuisvester van Nederland.[3] Een andere is Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen.

België[bewerken | brontekst bewerken]

In Vlaanderen waren in 2014 de volgende aantallen kamers voor studentenhuisvesting (koten, peda, campussen samen) in roulatie: in Leuven 28.000, in Gent 7600, in Antwerpen 5100 en in Brussel 4600.[4]