Suikerraffinaderij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een suikerraffinaderij is een fabriek waar ruwe suiker wordt gezuiverd, waarbij kristalsuiker ontstaat.

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

De introductie van suiker als zoetstof vond in West-Europa plaats vanaf eind 15e eeuw. Voordien werd honing gebruikt.

Aanvankelijk was suiker een luxeproduct. Suikerriet werd onder meer verbouwd op de Caraïben, waarbij vaak slaven werden ingezet voor de arbeid. De handel in suiker was zeer winstgevend en organisaties als de West-Indische Compagnie waren er dan ook nauw bij betrokken. Reeds sinds einde 16e eeuw was er sprake van een aanzienlijke handel. De suiker kwam in West-Europa aan in de vorm van suikerbroden, bestaande uit ruwe suiker.

Deze ruwe suiker moest nog gezuiverd worden. Dit gebeurde aanvankelijk in suikerbakkerijen. Hier werd de suiker gesmolten en gekookt in het stookhuis, en vervolgens in het vulhuis in kegelvormige suikerbroodvormen gegoten. De kegels werden in de droogstof op een pot gezet. In de top was een opening, waarlangs de stroop naar buiten liep terwijl de suiker uitkristalliseerde. De stroop werd in de pot opgevangen. Ook de suikerstroop werd als zoete voedingsstof gebruikt. Een ander bijproduct, melasse, werd gebruikt als grondstof in jeneverstokerijen. Suiker vond aftrek als zoetstof voor likeur.

Later ontstonden uit de kleinschalige suikerbakkerijen grootschaliger industrieën, zoals de Amsterdamsche Stoom-Suikerraffinaderij (1833-1875). Bij het zuiveren werd hier gebruikgemaakt van eieren en het (goedkopere) ossenbloed, dat echter in 1704 werd verboden, en kalkwater. Bij het uitlekken werden de gesmolten boden bedekt met leemaarde dat door het suikerbrood heen zakte en de laatste verontreinigingen meevoerde.

Amsterdam en Dordrecht waren centra van suikerraffinaderijen. In de Amsterdamse wijk Jordaan was een hoge concentratie aan dit soort bedrijven. Er moeten er 130 geweest zijn. Aangaande Amsterdam werd in 1672 gemeld:

In deze stad (Amsterdam, red.) zijn veel suykerbakkerijen, wel meer als 50. 't Zijn grote huysen daar al te met wel voor 2 tonne goudts aan suyker in één suykerbakkerij is, hier zijn ketels of groote diepe pannen daar de suyker ingedaan en met wit water, dat op kalk heeft ghestaan, gekookt worden en zijn tijdt genoden hebbende, doet men de suyker in potten, die duyzenden in werkhuyzen zijn; ja een suykerbakker heeft wel voor vijfigh od tsestigh duysend guldens alleen aan potten van doen, zoo groote als kleyne: in deze potten staat het van onder tot boven op alle solders zoo vol, dat er maar een deurgank is om een mens door te laten gaan, en dese huysen zijn gemeenlijk vijf en zes verdiepingen hoogh.

Bekende, gewoonlijk aan de Lauriergracht gelegen, suikerraffinaderijen'waren onder meer: De Bruijn & Zn., de latere Amstel-Suikerraffinaderij; Kleine; Petrovich; Beuker & Hulshof; De berg Etna; De Drie Suykerbroden; De Granaatappel; De Mercuur. Deze bedrijven zorgden, samen met andersoortige bedrijvigheid, voor een aanzienlijke lucht- en watervervuilling.

Industrie[bewerken]

In 1862 waren er nog 15 suikerraffinaderijen in Amsterdam, waarvan er 10 een stoommachine bezaten en er 5 waren met meer dan 50 man personeel. De vijf grote industriële raffinaderijen waren:

  • Beuker & Hulshoff
  • Wijthoff & Zoon
  • Spakler & Tetterode ("De Granaatappel")
  • Amsterdamsche Stoom-Suikerraffinaderij
  • NV Suikerraffinaderij v/h C. de Bruyn & Zonen, later Amstel-Suikerraffinaderij. Het waren dezen die in 1858 de eerste bietsuikerfabriek van Nederland, te Zevenbergen, oprichtten.

Toen in de 2e helft van de 19e eeuw de suikerbietenteelt opkwam, werden tal van suikerfabrieken gesticht op basis van de nieuwe grondstof, de eerste in Nederland in 1858. Deze fabrieken waren aanvankelijk eenvoudig van opzet en zij produceerden ruwe suiker, die in de reeds aanwezige suikerraffinaderijen tot consumptiesuiker werd verwerkt. Aldus konden deze blijven voortbestaan. In 1882 werd te Amsterdam nog de Wester Suikerraffinaderij opgericht. Bij het zuiveren werd gebruikgemaakt van actieve koolstof, zoals houtskool, beenzwart (sinds 1812) en norit (na 1912). Wester was een grote fabriek, die aanvankelijk rietsuiker raffineerde maar ook in bietsuiker was geïnteresseerd en aan de basis stond van de Centrale Suiker Maatschappij.

Later verdwenen de suikerraffinaderijen. Het proces werd geïntegreerd in de bietsuikerfabrieken.

Trivia[bewerken]

  • Poppodium De Melkweg is gevestigd in een voormalige zuivelfabriek die voordien suikerraffinaderij "De Granaatappel" huisvestte.

Externe bronnen[bewerken]