Summis desiderantes affectibus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Malleus maleficarum

Summis desiderantes affectibus (Nederlands: Omdat we ten zeerste verlangen) was een pauselijke bul, uitgevaardigd door paus Innocentius VIII op 5 december 1484, waarin hij goedkeuring gaf aan strenge maatregelen tegen personen die beschuldigd werden van magie en hekserij. De bul richtte zich aanvankelijk vooral op de Duitse situatie. Deze bul was voor Innocentius VIII een noodzaak, omdat Inquisiteurs hem hadden gerapporteerd, dat zij veel weerstand ondervonden in de vervolging van de heksen en magiërs. Zowel de lokale clerus als de wereldlijke leiders in Duitsland verzetten zich hevig tegen deze vervolgingspraktijken van de Inquisitie.

Naar aanleiding van deze bul schreven de Duitse dominicanen en inquisiteurs, Heinrich Istitoris en Jacob Sprenger, in hun Malleus maleficarum (bekend geworden als ‘de Heksenhamer’) uit 1487 alle toegestane middelen, waarmee voornamelijk vrouwen gefolterd mochten worden die beschuldigd werden van praktijken die verbonden waren met de duivel.

De praktijken van vervolging van vermeende heksen zou later ook door de protestanten worden overgenomen.

Opmerkelijk is, dat ‘de Heksenhamer’ later door wereldlijke rechtbanken gebruikt werd als handleiding voor de berechting van vermeende heksen, terwijl de Inquisitie en andere kerkelijke rechtbanken het schrijven afwezen.

In zijn boek Söhne und Weltmacht. Terror im Aufstieg und Fall der Nationen uit 2006 beweert de schrijver Gunnar Heinsohn dat deze bul er zorg voor zou hebben gedragen voor een sterke toename van het aantal kinderen. De vrouwen die van hekserij beschuldigd werden stonden –naar moderne maatstaven- ook vaak bekend als vroedvrouwen, die tevens voorlichting gaven over geboortebeperking en ook op verzoek abortussen uitvoerden.