Naar inhoud springen

Surinaamse nationaliteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Surinaamse nationaliteit wordt geregeld door de Grondwet van 1987, de Toescheidingsovereenkomst van 1975 en de Surinaamse Nationaliteitswet van 2014.

Het is sterk beïnvloed door het Nederlands recht. Deze regelingen bepalen wie de nationaliteit van Suriname bezit of daarvoor in aanmerking komt. De wettelijke bepalingen om nationaliteit te verkrijgen verschillen van de rechten en plichten die verbonden zijn aan het staatsburgerschap.

De Surinaamse nationaliteit wordt doorgaans verkregen via het ius sanguinis (geboorte uit ten minste één Surinaamse ouder) of het ius soli (geboorte in Suriname). Daarnaast kan de nationaliteit worden verleend aan personen die langdurig in Suriname verblijven of via een presidentieel besluit door middel van naturalisatie.

Verlening van de nationaliteit

[bewerken | brontekst bewerken]

De Surinaamse nationaliteit kan worden verkregen door geboorte, naturalisatie of adoptie van een minderjarige. Er bestaat daarnaast een speciale procedure, de zogenoemde optie, voor mensen die hun Surinaamse nationaliteit hebben verloren door huwelijk of afstand.

Verlies van nationaliteit

[bewerken | brontekst bewerken]

De nationaliteit kan worden verloren door vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit, onbevoegd militair dienstverband, het niet nakomen van voorwaarden bij naturalisatie of vrijwillige afstand.

Dubbele nationaliteit

[bewerken | brontekst bewerken]

De invoering van de categorie "Persoon van Surinaamse Afkomst" heeft discussies opgeroepen over de invoering van dubbele nationaliteit, met name voor Surinamers in het buitenland. Hierin zijn nog geen veranderingen in de migratiewetgeving doorgevoerd (stand 2025).

Bij de onafhankelijkheid in 1975 werd de Wet op het Surinaams nationaliteits- en ingezetenschapsrecht aangenomen. Personen die in Suriname waren geboren en daar woonden, werden Surinaams staatsburger en verloren het Nederlanderschap. Anderen konden kiezen tussen het Surinaams en het Nederlands staatsburgerschap.

Een herziening in 2014 bracht veranderingen om gendergelijkheid te waarborgen bij de overdracht van nationaliteit, dubbele nationaliteit te reguleren, staatloosheid te voorkomen en de terugkeer van voormalige Surinamers te vergemakkelijken. Sindsdien kan een kind de Surinaamse nationaliteit verkrijgen als ten minste één ouder Surinamer is.