Surinaamse parlementsverkiezingen 1876

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1876 vonden plaats in maart van dat jaar.

Er konden drie leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van H. Barnett, A.J. da Costa en Ph.H. Verbeek.

Kandidaat Stemmen in de eerste ronde resultaat
H. Barnett 72 gekozen
A.J. da Costa 73 gekozen
Ph.H. Verbeek 83 gekozen
A.C. Wesenhagen 12 x
ruim twintig andere personen met minder dan 5 stemmen

Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden (censuskiesrecht) stemmen. Bij de eerste ronde waren er 94 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren drie zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de volstrekte meerderheid nodig (minstens 48 stemmen). Precies drie kandidaten voldeden aan die voorwaarde zodat er geen tweede ronde nodig was.

Met ingang van het nieuwe zittingsjaar op 11 mei 1876 (2e dinsdag van mei) had de Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
G.J.A. Bosch Reitz* 1877 voorzitter, in 1876 opgestapt en opgevolgd door J.A. Jurriaanse*
A.J. van Emden 1880 vicevoorzitter, na vertrek De Jong voorzitter
C.D. Brakke* 1877
J.F. Saile Vanier* 1877
J. de Jong* 1877 na vertrek Bosch Reitz voorzitter, in 1877 zelf opgestapt, waarna J.B. Vos* werd benoemd
G.H. Barnet Lijon 1878
S. van Praag 1878
J.A. Salomons 1878
J.F.A. Cateau van Rosevelt 1880
B.E. Colaço Belmonte 1880 in 1877 opgevolgd door C. van Lier
H. Barnett 1882
A.J. da Costa 1882
Ph.H. Verbeek 1882

* = benoemd door de gouverneur