Surinaamse parlementsverkiezingen 1900

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1900 vonden plaats in maart van dat jaar.

Er konden drie leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van F.C. Curiel, J.E. Muller en G.J. Vanier. Daarvan stelde alleen Vanier zich niet herkiesbaar.

Kandidaat Stemmen in de eerste ronde resultaat
F.C. Curiel 263 gekozen
J.J. Halfhide 40 x
F.W. Hensen 168 gekozen
J.E. Muller 191 gekozen
J.B. Nassy 13 x
R.A.P.C. O'Ferrall 92 x
vijftien andere personen met minder dan 10 stemmen

Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden (censuskiesrecht) stemmen. Bij de eerste ronde waren er 271 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren drie zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de stem nodig van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stembiljetten (minstens 136 stemmen). Precies drie kandidaten voldeden aan die voorwaarde zodat er geen tweede ronde nodig was.

Na deze verkiezingen had de Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
C.J. Heylidy 1904 voorzitter
A. Salomons 1902 vicevoorzitter
I. da Costa* 1901
A. van 't Hoogerhuys* 1901
S.M. Swijt* 1901 in 1900 opgevolgd door S. Muller van Voorst*
R.A. Tammenga* 1901
F.C. Gefken 1902
M.S. van Praag 1902
D. Coutinho 1904
T.L. Ellis 1904
F.C. Curiel 1906
F.W. Hensen 1906
J.E. Muller 1906

* = benoemd door de gouverneur