Surinaamse parlementsverkiezingen 1912

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1912 vonden plaats in maart en april van dat jaar.

Er konden vier leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van S.B. Bibaz, L.L. Beckeringh van Loenen, F.C. Curiel en R.A. Tammenga. Daarvan hebben zich de eerste twee herkiesbaar gesteld.

Kandidaat Stemmen in de eerste ronde Stemmen in de tweede ronde resultaat
L.L. Beckeringh van Loenen 289 - gekozen
S.B. Bibaz 225 - gekozen
P.A. May 169 97 x
D. Olthuis 152 164 gekozen
L.R. Worst 107 - x
E. Zeiler 206 - gekozen

Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden (censuskiesrecht) stemmen. Bij de eerste ronde in waren er 359 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren vier zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de stem nodig van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stembiljetten (minstens 180 stemmen). Drie kandidaten voldeden aan die voorwaarde. Bij de 'herstemming' met de twee overgebleven kandidaten kreeg Olthuis de meeste stemmen zodat hij verkozen werd tot Statenlid.

Na deze verkiezingen had de Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
I. da Costa 1916 voorzitter
L.L. Beckeringh van Loenen 1918 vicevoorzitter
A.R. Bueno 1914 in 1913 opgevolgd door W. Kraan
T.L. Ellis 1914 in 1913 opgevolgd door J.A. Jessurun
R. Fabriek 1914
H.J. van Ommeren 1914
A.F.C. Curiel 1916
J.A. Dragten 1916
F. Smith 1916 in 1912 opgevolgd door P.A. May
J.R. Thomson 1916
S.B. Bibaz 1918
D. Olthuis 1918
E. Zeiler 1918 in 1914 opgevolgd door H. Salm