Surinaamse parlementsverkiezingen 1926

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1926 vonden plaats rond april van dat jaar.

Er konden vier leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van J.R.C. Gonggrijp, W. Kraan, H.J. Terheggen en E.R. de Vries. De eerste twee stelden zich herkiesbaar.

Kandidaat Stemmen resultaat
H.G. Brandon 445 gekozen
P.A.A. Bucaille 390 gekozen
J.R.C. Gonggrijp 140 x
W. Kraan 287 x
F.P. Schuitemaker 433 gekozen
E. Snellen 355 gekozen

Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden (censuskiesrecht) stemmen. Bij de eerste ronde waren er 578 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren vier zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de stem nodig van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stembiljetten (minstens 290 stemmen). Precies vier kandidaten voldeden aan die voorwaarde zodat er geen tweede ronde nodig was.

Kort daarop werden H.G.W. de Miranda en A.G. Putscher bij enkel kandidaatstelling gekozen als opvolgers van S.D. de Vries en R.D. Simons die tussentijds waren opgestapt.

Na deze verkiezingen had de Staten van Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
J.A. Drielsma 1930 voorzitter
E.Th.L. Waller 1930 vicevoorzitter, in 1927 opgevolgd door C.L. Cool
A.A. Dragten 1928
P.A. May 1928
H.G.W. de Miranda 1928
R.A.P.C. O'Ferrall 1928
A.G. Putscher 1928
K.J. van Erpecum 1930
S.J. Samuels 1930
H.G. Brandon 1932 in 1926 opgevolgd door D.J.B. Simons
P.A.A. Bucaille 1932
F.P. Schuitemaker 1932
E. Snellen 1932