Symfonie nr. 2 (Bruckner)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Symfonie No. 2 in c
Bruckner circa 1860.jpg
Componist Anton Bruckner
Soort compositie Symfonie
Toonsoort c-mineur
Andere aanduiding Pausensinfonie (spotnaam)
Compositiedatum 1871-11.9.1872
Première 26.10.1873 Wenen (1e v.) 20.2.1876 Wenen (2e v.) 25.11.1894 Wenen (gedrukte v.)
Duur 60 min.
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Symfonie nr. 2 is een compositie van de Oostenrijkse componist Anton Bruckner.

Ontstaan[bewerken]

De verschillende versies vertonen een ingewikkeld patroon. De eerst gedrukte versie wijkt af van elk van de eerdere versies. Van de beide Bruckner-bezorgers kon noch Robert Haas (die een "mixed version" uitgaf), noch Leopold Nowak de problemen definitief oplossen rond met name het Andante en de Finale (met ingelaste gedeelten uit de Mis in f). "Critical editions" van de oorspronkelijke versie van 1872 (alsook van de herzieningen van 1873 en 1876) en van de tweede versie van 1877 werden door William Carragan teweeggebracht.[1]

Het is de enige symfonie die aan niemand werd opgedragen. Liszt weigerde de opdracht stilzwijgend. Wagner koos voor de derde symfonie toen hem de keus werd gelaten tussen de tweede en derde symfonie.

Delen[bewerken]

  1. Moderato (in c)
  2. Scherzo: ziemlich schnell (in c)
  3. Adagio, bewegt, quasi andante (in As)
  4. Finale: Allegro (in c)

Structuur[bewerken]

I. Moderato (in c)
Het openingsthema (door violoncelli tegen een tremolo van violen) is met dat van de 7e symfonie het langste thema dat Bruckner ooit schreef. Ook het cantante 2e thema is voor de celli (ingezet na een eerste generale pauze). Het derde thema klinkt in de hobo en lijkt te verwijzen naar Rienzi van Wagner.

II. Scherzo: ziemlich schnell (in c)
Een Oostenrijkse volksdans met als trio een ländler.
Het Scherzo werd als derde deel geplaatst bij de herziening van 1873.

III. Adagio, bewegt, quasi andante (in As)
De violen beginnen (eerste thema) met een oktaafsprong naar beneden wat later in omkering terugkomt. Het tweede thema is voor de hoorns met (pizzicato) strijkersbegeleiding. Ook hier weer een citaat uit een mis (Benedictus uit Mis in f "In nomine Domini"). Bruckner gaf hier zelf ooit de toelichting dat hij God wilde danken voor zijn scheppingskracht, waaraan hij lange tijd getwijfeld had.
In de 1872 versie is het slot voor solerende viool, fluit en hoorn tegen lang door de strijkers aangehouden tonen. Het Adagio werd als tweede deel geplaatst vanaf de herziening van 1873. In het slot werd vanaf de herziening van 1873 de solerende hoorn vervangen door een klarinet en de altviolen.

IV. Finale: Allegro (in c)
De finale is speelser dan men kent van Bruckner en herinnert aan Mendelssohn. De finale bevat ook een merkwaardig citaat uit het Kyrie van de Mis in f.

Betekenis[bewerken]

In 1872 werd dit stuk in Wenen afgewezen als onspeelbaar. Bij de première in 1873 ter gelegenheid van het slotfeest van de wereldtentoonstelling onder leiding van Bruckner werd het een triomf voor hem. Toch was er weinig begrip bij de musici. Vanwege de vele generale pauzes noemden zij deze 2e symfonie wel spottend de "Pausensinfonie".