Symfonie nr. 5 (Bruckner)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Symfonie No. 5 in B
Anton Bruckner.jpg
Componist Anton Bruckner
Soort compositie Symfonie
Toonsoort B
Compositiedatum 16.2.1875 tot 16.5.1876
Première 8.4.1894
Duur 75 min.
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Symfonie nr. 5 is een compositie van de Oostenrijkse componist Anton Bruckner.

Ontstaan[bewerken]

Nadat Bruckner van zijn voorgaande drie symfonieën steeds nieuwe versie had gemaakt, was hij nu zo zeker van zijn vormgeving, dat hij bij de Vijfde symfonie bleef bij zijn oorspronkelijke versie. Weliswaar heeft hij in 1877-1878 nog aan de voltooide partituur verder gewerkt, maar dat betreft kleine detail-correcties die hij direct in de originele autograaf heeft ingebracht.

Het is zijn enige symfonie die met een langzame introductie begint.

De symfonie werd wel aangeduid als Phantastische of Fugensymfonie, maar die bijnamen zijn volledig in onbruik geraakt.

Delen[bewerken]

  1. Introductio.Adagio-Allegro, mässig (in Bes)
  2. Adagio: sehr langsam (in d)
  3. Scherzo.molto vivace (schnell)-Trio.Im gleichen Tempo (in d)
  4. Finale: Adagio-Allegro moderato (in Bes)

Betekenis[bewerken]

De symfonie is de apotheose van de contrapunt, waarin Bruckner meester was. Door het hele werk heen zijn verwijzingen te vinden naar Mozarts Requiem, een werk dat Bruckner al vanaf zijn vroege jaren in Sankt Florian kende en adoreerde. Het werk heeft ook nog meer dan zijn andere symfonieën een hechte thematische samenhang. De machtige dubbelfuga in de finale is onovertroffen en het slotkoraal is van een bovenaardse kracht. Bruckner was zo overtuigd van zijn schepping dat hij het aan niemand ter beoordeling voorlegde. Zijn dramatische ervaring met de première van de derde in 1876 zal ook een rol hebben gespeeld. Het contrapuntische meesterwerk verdween in de lade. Zestien jaar na dato heeft Franz Schalk voor de première in Graz een forse ingreep gedaan. Hij veranderde de instrumentatie tot een mengklank, zoals we die van Wagner kennen en schrapte in de finale 122 maten. Bruckner kon wegens ziekte de première in Graz niet bijwonen maar ontving op zijn ziekbed de felicitaties. Hij heeft niet geweten hoe gemankeerd het werk werd uitgevoerd. Hij zou het werk uiteindelijk nooit horen. De première door Hausegger in München van de door Robert Haas herstelde versie moest wachten tot 1935. Sindsdien is de versie van Haas, naar het originele handschrift van Bruckner, de enige nog gespeelde versie.

Trivia[bewerken]