Symfonie nr. 6 (Beethoven)
| Symfonie nr. 6 | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Litho van 1834 waarop Beethoven de Pastorale symfonie schrijft, tentoongesteld in het Beethoven-Haus te Bonn | ||||
| Componist | Ludwig van Beethoven | |||
| Soort compositie | Symfonie | |||
| Toonsoort | F majeur | |||
| Opusnummer | 68 | |||
| Andere aanduiding | Pastorale | |||
| Compositiedatum | 1802-1808 | |||
| Première | 22 december 1808, Wenen | |||
| Duur | ca. 37 minuten | |||
| Oeuvre | Oeuvre van Ludwig van Beethoven | |||
| ||||
Ludwig van Beethoven componeerde zijn Zesde Symfonie in F majeur Pastorale opus 68 gedurende de jaren 1802 tot 1808 in Wenen. Het is een van de niet al te talrijke voorbeelden in zijn oeuvre van programmamuziek, een pastorale.
Beethoven schreef dit stuk terwijl hij verbleef in de landelijke omgeving van het dorpje Heiligenstadt (waar ook een badhuis was).[1] In deze tijd begon zijn gehoor verder achteruit te gaan.
Opbouw
[bewerken | brontekst bewerken]Typerend in dit stuk is het gebruik van de toonsoort F-groot: van oudsher de toonsoort van de pastorale (bijvoorbeeld ook bij Bach).
Het stuk onderscheidt zich daarnaast met name van andere symfonieën van Beethovens hand door de specifieke beschrijvingen die elk afzonderlijk deel heeft. Het verhaal dat hiermee ontstaat is dat van een samenkomst ergens op het platteland nabij een beek, in een vanaf het begin vrolijke en opgewekte sfeer (te denken valt bijvoorbeeld aan een picknick van boeren), waarbij in het eerste deel allerlei positieve gevoelens over de natuur bij de aanwezigen naar boven komen. Het tweede, zeer ingetogen deel begint met kabbelend water. Later worden hier meerdere vogelgeluiden nagebootst: een koekoek, kwartel en nachtegaal.[1] In het derde deel, de boerendans, volgt een nog feestelijkere en meer uitgelaten stemming, begeleid door schallende hoorns. Direct aansluitend volgt het vierde deel waarin een kort durend maar hevig noodweer plotseling komt opzetten, met felle rukwinden en donderslagen. Als de storm eenmaal weer is overgetrokken, volgt het slotstuk dat in het teken staat van de opluchting en dankbaarheid na de storm; dit laatste deel van de symfonie heeft veel van een herderslied.
De symfonie bestaat aldus uit vijf delen, waarvan de drie laatste zonder duidelijke onderbreking in elkaar overgaan:
- Allegro ma non troppo: Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande ("Ontwaken van vrolijke gevoelens bij aankomst op het land")
- Andante molto mosso: Szene am Bach ("Scène bij de beek")
- Allegro: Lustiges Zusammensein der Landleute ("Vrolijk samenzijn van de landmensen")
- Allegro: Gewitter, Sturm ("Onweer en storm")
- Allegretto: Hirtengesang. Frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm ("Herderslied - vreugde en dankbare gevoelens na de storm")
Beethoven kende vergelijkbare passages in Haydns Die Jahreszeiten.
Instrumentatie
[bewerken | brontekst bewerken]De symfonie is gecomponeerd voor piccolo (enkel vierde deel), 2 fluiten, 2 hobo's, 2 klarinetten in bes, 2 fagotten, 2 hoorns in f en bes, 2 trompetten in c en es, 2 trombones (alt en tenor), pauken en strijkers.
Muziek
[bewerken | brontekst bewerken]1. Allegro ma non troppo
| (download·info) |
2. Andante molto mosso
| (download·info) |
3. Allegro
| (download·info) |
4. Allegro
| (download·info) |
5. Allegretto
| (download·info) |
- 1 2 Topstukken: Beethovens Pastorale. NPO Radio 1 (201-06-08). Geraadpleegd op 17 april 2026.
