Naar inhoud springen

Symfonie nr. 6 (Beethoven)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Symfonie nr. 6
Litho van 1834 waarop Beethoven de Pastorale symfonie schrijft, tentoongesteld in het Beethoven-Haus te Bonn
Litho van 1834 waarop Beethoven de Pastorale symfonie schrijft, tentoongesteld in het Beethoven-Haus te Bonn
Componist Ludwig van Beethoven
Soort compositie Symfonie
Toonsoort F majeur
Opusnummer 68
Andere aanduiding Pastorale
Compositiedatum 1802-1808
Première 22 december 1808, Wenen
Duur ca. 37 minuten
Oeuvre Oeuvre van Ludwig van Beethoven
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Ludwig van Beethoven componeerde zijn Zesde Symfonie in F majeur Pastorale opus 68 gedurende de jaren 1802 tot 1808 in Wenen. Het is een van de niet al te talrijke voorbeelden in zijn oeuvre van programmamuziek, een pastorale.

Beethoven schreef dit stuk terwijl hij verbleef in de landelijke omgeving van het dorpje Heiligenstadt (waar ook een badhuis was).[1] In deze tijd begon zijn gehoor verder achteruit te gaan.

Typerend in dit stuk is het gebruik van de toonsoort F-groot: van oudsher de toonsoort van de pastorale (bijvoorbeeld ook bij Bach).

Het stuk onderscheidt zich daarnaast met name van andere symfonieën van Beethovens hand door de specifieke beschrijvingen die elk afzonderlijk deel heeft. Het verhaal dat hiermee ontstaat is dat van een samenkomst ergens op het platteland nabij een beek, in een vanaf het begin vrolijke en opgewekte sfeer (te denken valt bijvoorbeeld aan een picknick van boeren), waarbij in het eerste deel allerlei positieve gevoelens over de natuur bij de aanwezigen naar boven komen. Het tweede, zeer ingetogen deel begint met kabbelend water. Later worden hier meerdere vogelgeluiden nagebootst: een koekoek, kwartel en nachtegaal.[1] In het derde deel, de boerendans, volgt een nog feestelijkere en meer uitgelaten stemming, begeleid door schallende hoorns. Direct aansluitend volgt het vierde deel waarin een kort durend maar hevig noodweer plotseling komt opzetten, met felle rukwinden en donderslagen. Als de storm eenmaal weer is overgetrokken, volgt het slotstuk dat in het teken staat van de opluchting en dankbaarheid na de storm; dit laatste deel van de symfonie heeft veel van een herderslied.

De symfonie bestaat aldus uit vijf delen, waarvan de drie laatste zonder duidelijke onderbreking in elkaar overgaan:

  1. Allegro ma non troppo: Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande ("Ontwaken van vrolijke gevoelens bij aankomst op het land")
  2. Andante molto mosso: Szene am Bach ("Scène bij de beek")
  3. Allegro: Lustiges Zusammensein der Landleute ("Vrolijk samenzijn van de landmensen")
  4. Allegro: Gewitter, Sturm ("Onweer en storm")
  5. Allegretto: Hirtengesang. Frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm ("Herderslied - vreugde en dankbare gevoelens na de storm")

Beethoven kende vergelijkbare passages in Haydns Die Jahreszeiten.

Instrumentatie

[bewerken | brontekst bewerken]

De symfonie is gecomponeerd voor piccolo (enkel vierde deel), 2 fluiten, 2 hobo's, 2 klarinetten in bes, 2 fagotten, 2 hoorns in f en bes, 2 trompetten in c en es, 2 trombones (alt en tenor), pauken en strijkers.

1. Allegro ma non troppo

(download·info)

2. Andante molto mosso

(download·info)

3. Allegro

(download·info)

4. Allegro

(download·info)

5. Allegretto

(download·info)