Symfonie nr. 6 (Bruckner)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie No. 6 in A
Componist Anton Bruckner
Soort compositie Symfonie
Toonsoort A groot
Opusnummer WAB 106
Compositiedatum 1879-1881
Première 26.2.1899 (Wenen)
Duur 55 minuten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Symfonie nr. 6 is een compositie van de Oostenrijkse componist Anton Bruckner.

Ontstaan[bewerken]

Zijn zesde symfonie was het eerste werk dat Bruckner na voltooiing (3 september 1881) nooit meer ter hand nam. De bronnen zijn dus eenduidig en er bestaan geen problemen ten aanzien van verschillen in versie door ingrijpen van Bruckner zelf, maar wel door de uitvoerenden aan het eind van de 19e eeuw.

De symfonie was opgedragen aan zijn hospes Anton von Oelzelt-Newein en diens vrouw. Het epitheton de filosofische voor deze symfonie stamt niet van Bruckner. Wel deed Bruckner de uitspraak: "die Sechste ist die Keckste" (vertaald: vrolijkste, brutaalste).

Delen[bewerken]

  1. Majestoso (in A)
  2. Adagio: sehr feierlich (in F)
  3. Scherzo: nicht schnell-Trio: langsam (in a)
  4. Finale: bewegt, doch nicht zu schnell (in a beginnend; later A)

Betekenis[bewerken]

Tijdens Bruckners leven zijn alleen de twee middendelen uitgevoerd, op 11 februari 1883 onder Wilhelm Jahn. De hoekdelen heeft Bruckner uitsluitend tijdens een doorspeelrepetitie gehoord. Bij de première van de volledige symfonie heeft Gustav Mahler de instrumentatie geretoucheerd en flinke verkortingen aangebracht. In 1901 hield Karl Pohlig in Stuttgart zich al wel aan de originele vier delen.

De première van de revisie naar het origineel door Robert Haas vond plaats op 9 oktober 1935 in Dresden onder Paul van Kempen.