Symposion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie artikel Voor het gelijknamige album, zie Symposion (album). Voor de sociëteit, zie Symposion (sociëteit).
Grieks symposion (fresco in de "tombe van de duiker", 475 v.Chr., Paestum Museum).

Symposion (Oudgrieks: συμπόσιον / sumpósion, van σύν / sún (samen) en πόσις / pósis (drinken)) was een bijeenkomst van vrije mannen in het oude Griekenland. Het was een vorm van drinkgelag.

Betekenis[bewerken]

De vertaling van de term als banket suggereert dat een symposion slechts een uitgelaten drink- en eetfestijn zou zijn. Voor de oude Grieken vormde echter de gemeenschappelijke godsverbonden en bijbehorende geritualiseerde gezelligheid de kern ervan.

Symposion in het oude Griekenland[bewerken]

Een schenker (oinochoös) vult zijn wijnkan in een met klimop bekranste krater. In zijn andere hand houdt hij een kylix. Tondo in een Attische roodfigurige kylix, ca. 490-480 v.Chr. Louvre, Parijs.

Het symposion werd gehouden in het mannenvertrek van het huis. Het was voor vrouwen, met uitzondering van hetairen, niet toegestaan bij het symposion aanwezig te zijn. Het feest begon rond het huisaltaar of hestia met cultische zuiverheidsriten zoals handenwassen en het besprenkelen met welriekende stoffen. Hierna bekransten de aanwezigen zichzelf en de wijnvaten met klimop, mirte, bloemen, en witte en rode linten. Zo bekenden zij zich tot de kring van Dionysosvereerders. Vervolgens ging men aanliggen op banken met kussens, zogenaamde klinai (κλίναι). Geliefden, zoals de erastai met hun eromenoi, lagen vaak bij elkaar. In het midden van de ruimte stond een krater opgesteld. In dit grote mengvat werd wijn met water gemengd (het drinken van onaangelengde wijn gold in de oudheid als een faux pas). De verhouding werd daarbij door de ceremoniemeester of symposiarch (συμποσίαρχος) bepaald, die de gasten uit hun midden kozen. Vanuit de krater werd de aangelengde wijn, eventueel met behulp van kyathoi (wijnscheppen), in oinochoai gegoten en vervolgens in kylixen, kantharoi en ander drinkservies uitgeschonken. Dit was de taak van oinochoöi (οἰνοχόοι) of wijnschenkers. Volgens de vele afbeeldingen en beschrijvingen waren dit knappe (naakte) jongens die niet zelden door de aanwezigen om hun schoonheid geroemd werden. De eerste slok wijn uit een rondgegeven schaal dronken de gasten ter ere van de goede geest, de Daimon. Als teken van de godsverbondenheid plengden zij vervolgens wijn als offer aan de goden. Daarbij zong men onder begeleiding van de aulos, een rietinstrument, een oud aan Apollo gewijd cultisch lied.

Dikwijls zong men ook voor het symposion gemaakte liederen, de Skolia. Deze schijnen een overwegend geestige inhoud te hebben gehad – Xenophon maakt in zijn werk Symposion gewag van artistieke optredens. Aanwezigen hielden geïmproviseerde redevoeringen rond een bepaald thema – zoals bij Plato – losten raadsels op, die men om beurten opgaf, of onderscheidden zich bij het geliefde spel van het vinden van treffende vergelijkingen.

De enige geschreven voorschriften voor het vieren van een symposion zijn ons overgeleverd in Nomoi van Plato, die in zijn dialoog Symposium een beschrijving geeft van zulk banket. Een gedicht met dezelfde titel van Xenophanes van Colophon toont aan dat er al in de 6e eeuw v.Chr. symposia werden gehouden. Symposia zoals deze hier beschreven werden tot aan het einde van de oudheid gehouden.

Symposion in het christendom[bewerken]

In de christelijke traditie werd het symposion ook als een eucharistisch samenzijn bij het avondmaal opgevat. Een voorbeeld hiervan is het in het Evangelie volgens Marcus (Mk 6:39f) verhaalde voedingswonder.

Gebruik in het Nederlands[bewerken]

De betekenis van de Nederlandse (feitelijk gelatiniseerde) term symposium omvat slechts een deel van de oorspronkelijke betekenis ervan (met name het houden van redevoeringen rond een vastgelegd thema).

Zie ook[bewerken]

Antieke bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • H. Kleinstück, Griechisch-römische Lyrik in klassischen und neuen Überzetzungen, Wiesbaden - [e.a.], [1958].
  • J.N. Davidson, Kurtisanen und Meeresfrüchte. Die verzehrenden Leidenschaften im klassischen Athen, Berlijn, 1999. (in het bijzonder pp. 65 e.v.)

Externe link[bewerken]