Syndroom van Schnitzler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Syndroom van Schnitzler
Coderingen
eMedicine derm/489
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Het syndroom van Schnitzler wordt gekenmerkt door terugkerende niet-jeukende urticaria met aanvallen van koorts, botpijn en gewrichtspijn. Daarbij wordt in het bloed een abnormale hoeveelheid IgM aangetroffen. Andere symptomen die voor kunnen komen zijn zwelling van lymfeklieren, vergrote lever en/of milt, verhoogde bloedbezinking, verhoging van het aantal witte bloedcellen.[1] 15% van de patiënten heeft behalve urticaria ook angio-oedeem. Een huidbiopt toont neutrofiele granulocyten in de dermis, en soms urticariële vasculitis.

Het ziektebeeld is voor het eerst beschreven in 1974 door Schnitzler.[2]

Zie ook[bewerken]