Synthese (filosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De synthese is een term uit de argumentatieleer. Het is een onderdeel van de dialectische argumentatie. Die dialectiek gaat uit van de tegenstelling tussen these en antithese. De tegenstelling wordt opgeheven in de synthese.

In een ruimere betekenis kan dialectiek beschouwd worden als een schema voor ontwikkeling. Synthese is dan de fase in de ontwikkeling waarin de tegenstellingen tussen de these-fase en de antithese-fase opgeheven worden.

In de volksmond wordt gesproken over het 'derde punt' uit de 'wet van drie' of het gezegde "alle goede dingen bestaan uit drieën".

Formele beschrijving[bewerken]

De drie-eenheid van "these, antithese, synthese" wordt vaak als volgt beschreven

  • De these is een propositie, een uitspraak.
  • De antithese is de negatie van de these als een reactie op de daarin naar voren geschoven propositie.
  • De synthese lost het conflict op tussen these en antithese door de gezamenlijke waarheden in beide te verzoenen.

De synthese op zichzelf vormt een propositie. Deze kan op haar beurt bekeken worden als een these, waarop een antithese volgt, met daarna een nieuwe synthese. Enzoverder.


Bijvoorbeeld:

  • Je mag nooit liegen (these)
  • Wel als je daarmee het leven redt van een onschuldig kind (antithese)
  • Liegen mag niet, tenzij je er onschuldige levens mee kan redden (synthese)

Dialectiek[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Dialectiek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De dialectiek was al in de Klassieke Oudheid aanwezig bij filosofen als Socrates en Plato. Aristoteles noemt Zeno van Elea de bedenker van het dialectisch schema.

Maar dialectiek wordt vooral geassocieerd met het gedachtegoed van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel. Nochtans gebruikte hijzelf nooit de termen these, antithese, synthese. Het meest beschrijft hij zijn dialectisch denken met de termen "abstract, negatie, concreet". De woorden these, antithese, synthese hanteert hij enkel in een bespreking van de filosofie van Kant. Vooral diens opvolger, neo-Kantiaan Johann Gottlieb Fichte populariseerde het dialectisch schema.

Ook Karl Marx en Friedrich Engels maakten gebruik van de dialectische methode.

Voorbeelden[bewerken]

De weg omhoog (these)
en de weg omlaag (anti-these)
is één en dezelfde (synthese)
Ziekte (these)
maakt gezondheid (antithese)
aangenaam en goed (synthese);
hetzelfde geldt voor honger en bevrediging, en voor vermoeidheid en rust.

Zie ook[bewerken]