Naar inhoud springen

Tamás Sulyok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Tamás Sulyok
Tamás Sulyok (2024)
Tamás Sulyok (2024)
Geboren 24 maart 1956
Kiskunfélegyháza
Politieke partij Fidesz
Partner Zsuzsanna Nagy
President van Hongarije
Aangetreden 5 maart 2024
Einde termijn 19 juli 2026
Voorganger Katalin Novák
Opvolger Ágnes Forsthoffer (interim)
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Tamás Sulyok (Kiskunfélegyháza, 24 maart 1956) is een Hongaars politicus van de conservatieve partij Fidesz. Sinds 2024 is hij president van Hongarije.

Van 1997 tot 2014 leidde hij een privaat advocatenkantoor. Tamás Sulyok was van 2000 tot 2014 Oostenrijks ereconsul bij het Oostenrijks consulaat in Szeged. Vanaf 2005 doceerde hij staatsrecht als gastdocent aan de Universiteit van Szeged. In 2013 promoveerde hij in Szeged op een proefschrift over de constitutionele status van de advocatuur, de regulering van de interne markt van de Europese Gemeenschap en de verbanden tussen juridische diensten.

Sulyok werd in 2014 benoemd tot rechter van het Grondwettelijk Hof van Hongarije en werd er in 2016 hoofd van. Tijdens zijn ambtstermijn hield hij toezicht op verschillende controversiële uitspraken, zoals die over het recht van leraren om te staken.

Presidentschap

[bewerken | brontekst bewerken]

In februari 2024 werd hij door Fidesz genomineerd voor het presidentschap na het aftreden van Katalin Novák als gevolg van de ophef het door haar verlenen van gratie aan een man die veroordeeld was voor medeplichtigheid aan kindermisbruik.[1] Op 26 februari 2024 werd Novák opgevolgd door waarnemend president László Kövér die de functie opnam tot 5 maart 2024.

Sulyoks nominatie werd met een tweederdemeerderheid (134 voor, 5 tegen en 60 die de kamer verlieten uit protest) goedgekeurd door de Hongaars parlement op 26 februari, met steun van Fidesz en haar coalitiepartner, de Christendemocratische Volkspartij, waarna hij zijn ambtseed aflegde, hoewel hij zijn functie pas op 5 maart formeel zou aanvaarden. Oppositiepartijen bekritiseerden zijn benoeming en beschreven Sulyok als politiek onervaren, en hielden op 25 februari een bijeenkomst in Boedapest waarin ze opriepen tot rechtstreekse presidentsverkiezingen.

In zijn inaugurale toespraak verklaarde Sulyok dat hij een volgeling van de letter van de wet zou zijn die zich zou onthouden van deelname aan het politieke leven in Hongarije. Hij stelde ook de sancties en procedures aan de kaak die de Europese Unie tegen Hongarije had ingesteld wegens bezorgdheid over de rechtsstaat en democratisch bestuur, en zei dat "het correct gedefinieerde concept van de rechtsstaat verloren gaat en in het Europa van vandaag van een ideaal in een afgod wordt veranderd als onderdeel van een zuiver utilitaire politieke benadering", en benadrukte dat de EU-lidstaten hun wettelijke nationale soevereiniteit moeten behouden.

Bij zijn aantreden ondertekende hij als eerste president op 5 maart een wetsvoorstel dat de toetreding van Zweden tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie goedkeurde.

Conflict met Magyar

[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat Péter Magyar en zijn Tisza-partij verkozen werden tijdens de parlementsverkiezingen van 2026, vroeg hij Tamás Sulyok op te stappen.[2] De premier legde Sulyok een ultimatum op om tegen 31 mei af te treden. In een videobericht die hij op sociale media plaatste na het ultimatum verliep weigerde hij dit echter te doen na het "serieus en verantwoord" te hebben afgewogen.[3][4]

Op 4 juli 2026 introduceerde Magyar het zeventiende amendement op de Grondwet van Hongarije, een waarvan de bepaling Sulyok onmiddellijk uit zijn ambt zou verwijderen zodra het amendement van kracht zou worden.[5] Sulyok en Fidesz beweerde dat dit voorstel in strijd was met de rechtsstaat .[6] Magyar voerde aan dat het noodzakelijk was om "marionetten" van de voormalige regering te verwijderen die niets gedaan om zich te verzetten tegen de ontmanteling van de rechtsstaat democratie en om "ons land te bevrijden uit de gevangenschap van de politieke en economische maffia die de afgelopen 16 jaar heeft geregeerd."[7][8]

Op 10 juli 2026 protesteerden Fidesz-aanhangers en andere oppositieleden in Boedapest tegen pogingen van Magyar om Sulyok af te zetten.[9]

Op 13 juli 2026 nam de Nationale Vergadering het zeventiende amendement aan dat Sulyok uit zijn ambt zou zetten.[10] Volgens de grontwet heeft Sulyok vijf dagen de tijd om het amendement te ondertekenen of het voor te leggen aan het Constitutionele Hof, dat alleen de procedure kan beoordelen. Als Sulyok de grondwet zou schenden door te weigeren het amendement te ondertekenen, dan zou de parlementaire supermeerderheid van de Tisza-partij volgens premier Magyar een afzettingsprocedure tegen Sulyok starten. Dit zou ertoe leiden dat zijn bevoegdheden onmiddellijk worden opgeschort en worden overgedragen aan Ágnes Forsthoffer voorzitter van het Hongaars parlement die het amendement zou ondertekenen en een einde zou maken aan de ambtstermijn van Sulyok.[11]

Sulyok behaalde in 1980 een master rechten aan de Universiteit van Szeged. In 2004 behaalde hij een graad in Europees Recht aan de Loránd Eötvös-universiteit. Hij is gehuwd met Zsuzsanna Nagy en vader van twee kinderen.

Zie de categorie Tamás Sulyok van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.