Tanfana

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tanfana (ook wel Tamfana, Tanfanae, Tamfanae) was een godin van de Istvaeones in het oude Germaans heidendom, van wie de vernietiging van een tempel in het grondgebied van de Marsi vermeld wordt in Tacitus' Annales.

In Annales Boek 1, hoofdstuk 51, meldt Tacitus een slachting van mensen van de Cherusken, Chatten en Marsi en de totale vernietiging van de celeberrimum illis gentibus templum quod Tamfanæ vocabunt ("de beroemdste tempel onder deze stammen, die naar hun zeggen van Tamfana was")[1]. In het enige manuscript kan de naam gelezen worden als Tamfanæ of Tanfanæ. In het hoofdstuk daarvoor staat dat de locatie van de tempel op het grondgebied van de Marsi was.

aput LI 1.51.1 Caesar avidas legiones quo latior populatio foret quattuor in cuneos dispertit; quinquaginta milium spatium ferro flammisque pervastat. Non sexus, non aetas miserationem attulit: profana simul et sacra et celeberrimum illis gentibus templum quod Tanfanae vocabant solo aequantur. (Vertaling): Hoofdstuk 51 1.51.1 Caesar verdeelde zijn gretige legioenen over vier wigvormige formaties om zo voor een verwoesting over een grotere oppervlakte te zorgen; een gebied van vijftig mijl verwoestte hij te vuur en te zwaard. Geen sekse, geen leeftijd wist te vermurwen: het profane evenals het gewijde alsook het bij die volken zeer gerenommeerde heiligdom dat zij aan Tanfana toewijden, werd met de grond gelijk gemaakt.

Bovenstaande Latijnse tekst staat op een ingemetselde steen binnen in een theekoepel op De Tankenberg, een 86 meter hoge heuvel gelegen tussen De Lutte en Oldenzaal. Twentse sagen en legenden uit deze streek gaan over een heiligdom die gewijd was aan de godin Tanfana. Deze verdwenen tempel zou op of nabij de Tankenberg moeten hebben gestaan.

Literatuur[bewerken]

Rudi Klijnstra, 'Tanfana, de Twentse godin', Uitgeverij Annwn (2007).

Rudi Klijnstra, 'Tanfana, de Twentse godin', Frontier Magazine 22.04 (2016).

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Vertaling A. B. van Oosten.