Tarim-mummies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tarim-mumia-4.jpg
'Xiaohe prinses' of 'schoonheid van Loulan', Tarim-mummie in het regionaal museum in Ürümqi, gedateerd op 1800 v.Chr.

De Tarim-mummies zijn een aantal vondsten van mummies in het Tarimbekken, het zuidelijk deel van de huidige Chinese provincie Sinkiang. De oudste mummies dateren uit de periode rondom 1800 v. Chr., de jongste rondom 200 na. Chr. De oudste mummies worden toegeschreven aan sprekers van het Tochaars, een Indo-Europese taal en zouden van europide oorsprong zijn.

Vondsten[bewerken | brontekst bewerken]

Aurel Stein in 1910 in het Tarimbekken
Mummie van een jongetje
Pijl en boog, Shenjiang Cemetery, 200-50 v.Chr.

In het begin van de twintigste eeuw merkten archeologen en reizigers, zoals Aurel Stein en Sven Hedin, al de aanwezigheid van mummies in het Tarimbekken op. De mummies waren door het droge klimaat, met desiccatie van de lichamen als gevolg, zeer goed geconserveerd. Later in de twintigste eeuw zijn er nog een groot aantal andere grafvondsten met mummies geweest. De meeste van die vondsten zijn gedaan in het oostelijk deel van het bekken in het gebied rondom Lob Nuur bij vestigingen en steden als Hami, Turpan, Xiaohe en Kroraina. Andere vondsten waren langs de zuidelijke rand van het bekken bij Hotan, Cherchen en Niya. Een beroemde mummie is de Cherchen man.

Bronstijd[bewerken | brontekst bewerken]

Nieuwe vondsten vanaf 1980 en daaraan verbonden conclusies leidden eind twintigste eeuw tot grote aandacht en speculaties in de media. Daarbij werden veronderstellingen naar voren gebracht dat vroegste bewoners van het bekken uit Europa afkomstig zouden zijn. Dat zou dan moeten leiden tot een herschrijving van de vroegste geschiedenis van China.

Masker van een europide mummie

De Amerikaanse sinoloog Victor H. Mair publiceerde in samenwerking met J.P. Mallory veel over de grafvondsten. Volgens Mair zijn Oost en west nooit gescheiden geweest.[1] Mair neemt aan, dat aan het begin van de Bronstijd een aantal migratiegolven het Tarimbekken binnentrokken. De eerste daarvan moeten dan sprekers van Tochaars, een Indo-Europese taal zijn geweest. Op basis van deze theorie zou de Bronstijd in Sinkiang geen gevolg zijn van een autonome ontwikkeling in het gebied zelf, maar van de komst van Indo-Europeanen. De eerste sprekers van Proto-Indo-Europees leefden mogelijk op de steppen ten noorden van de Zwarte Zee. Vanuit dat gebied vonden dan migraties plaats in zuidelijke richting naar Anatolië, in westelijke richting naar Europa en in oostelijke richting naar Centraal-Azië, India en Iran.

Volgens Blench (2006) is de algemene conclusie dat er twee europide bevolkingslagen te onderscheiden waren onder de Tarim-mummies: een laag vertegenwoordigt het Tochaars en staat dus in verband met groepen en culturen uit oorspronkelijk veel westelijker gelegen gebieden; een andere laag staat meer in verband met de Indo-Iraanse talen en de bewoners van de Hindoekoesj.

Oorsprong, een gevoelige kwestie[bewerken | brontekst bewerken]

Veel Chinese historici maakten bezwaar tegen het idee dat de eerste contacten tussen China en het Westen zich al vóór 2e eeuw v.Chr. voordeden en dat de Chinese beschaving zich niet autonoom ontwikkeld had. Ze hielden vast aan het eerdere idee dat zij vrij waren geweest van westerse invloed en dat alle uitvindingen en vernieuwingen van henzelf waren.

Deze Europees-ogende mummies toonden echter aan, dat er veel eerder contact was tussen China en het westen en dat er een mogelijkheid bestond dat groepen die oorspronkelijk veel westelijker woonden en niet de Chinezen vernieuwingen hadden geïntroduceerd, zoals op het gebied van metallurgie, een van de eerste vereisten van de Chinese beschaving.[2] Mallory en Mair[3] verdachten sommige archeologen en beambten van eigen politieke of raciale agenda's,[4] zij zouden schaamteloos vijandig hebben gestaan tegenover het opgraven en bewaren van deze 'buitenlandse duivels'. Wegens de gevoelige situatie in Xinjiang zouden er altijd enige Chinese ambtenaren zijn, die de buitenlandse indringers liever verwaarloosden en zagen vergaan. De eerste vijf specimens voor DNA onderzoek moesten in het geheim uit China worden gesmokkeld en het was toen alleen mogelijk oud mitochondriaal DNA aan een van de mummies te onttrekken, waaruit bleek dat dit individu tot een genetische familie behoorde, die veel voorkomt in West Europa. Later brachten twintig andere mummies naar voren dat de mannen onder deze vroege kolonisten uit een Europese genetische bevolking kwamen en de vrouwen uit een combinatie van Azië (waarschijnlijk Zuid Siberië) en Europa.

De interpretatie van de oorsprong van de gevonden mummies kan door politieke of raciale agenda's leiden tot manipulatie en misbruik. Een meerderheid van de mummies zou aan het proces van vernietiging blootstaan of heeft dat ondergaan.[3] Sommige musea laten de mummies eenvoudig rotten in vochtige kelders[3] en er zijn ooggetuige verslagen van de enorme begraafplaats Qäwrighul dat de botten van oude menselijke overblijfselen over de rand van de afgrond zijn gestort waar de begraafplaats is gelegen. Mair en Mallory zijn ervan overtuigd dat er enige duizenden mummies en duizenden skeletten zijn opgegraven in het Tarimbekken.

Nathan Light is een criticaster van Mair en neemt hem kwalijk Europese suprematie over Chinese cultuur te willen aantonen.[5] Light spreekt van 'Eurocentrisme', 'Indo-Europees chauvinisme' en 'kolonisatie van de geschiedenis'. Light heeft ook kritiek op Mark Deavins 'racistische ideologie', die in Aryans: Culture Bearers to China[6] schreef: 'In feite is de Kennewick Man een belangrijke toevoeging aan het groeiend bewijs dat tijdens het Laatpaleolithicum, tussen 10.000 en 35.000 jaar geleden, Kaukasiërs — dat wil zeggen mensen niet te onderscheiden van moderne Europeanen — niet alleen in Europa leefden, maar ook in een uitgestrekt gebied van Noord-Azië tot aan de Pacific.' Ook zou volgens dr. Han Kaugxin, een fysisch antropoloog aan het Instituut van Archeologie in Beijing, de geraamtes en mummies van het Tarimbekken wijzen op witte mensen, die in verband stonden met de Cro-Magnons van paleolithisch Europa. Deavin spreekt van 'noordelijke volken', die naar het oosten zouden zijn getrokken.

Volgens de theosofie van Blavatsky (1835-1890) was Midden-Azië het thuisland van de Ariërs, het 'vijfde wortelras'. In De Geheime Leer (1888) schreef ze al over de Tarim-mummies en Przewalski's expeditie naar het gebied.[7] De arische volken zouden volgens haar vanuit hun thuisland zijn uitgewaaierd.

Culturen[bewerken | brontekst bewerken]

Afanasjevocultuur[bewerken | brontekst bewerken]

In dit verband werd in het verleden vaak de Afanasjevocultuur genoemd.

Xemirxekcultuur[bewerken | brontekst bewerken]

Vondsten vanaf de jaren 1970 door Chinese archeologen van een tot dan toe onbekende bronstijdcultuur in Dzjoengarije kregen aanvankelijk slechts weinig aandacht. Pas vanaf de jaren 1990 kreeg deze Xemirxekcultuur meer bekendheid, met name door publicaties van de Russische archeoloog Aleksej Kovaljov. Deze cultuur toont overeenkomsten met Europese, en zelfs West-Europese culturen.[8][9]

Halstattcultuur[bewerken | brontekst bewerken]

In de graven zijn vaak goed geconserveerde materialen van textiel gevonden. De Amerikaanse archeologe en textieldeskundige Elizabeth Wayland Barber heeft stilistische en technologische overeenkomsten aangetroffen met geweven goederen uit de Hallstattcultuur in Midden-Europa. Irene Good en Elizabeth Barber, archeoloog, linguïst en autoriteit op het gebied van oude textiel, werden door Victor Mair bij het project betrokken om gevonden textiel en het verband met taal te onderzoeken. Volgens Barber moet het volk van Hallstatt proto-Keltisch zijn geweest en dus Indo-Europees; de overeenkomsten in 'plaid twills' van Hami in het Tarimbekken en Hallstatt versterken het idee dat de Keltische wevers en van Hami opkwamen uit dezelfde voorouderlijke traditie, al liggen ze vierduizend mijl van elkaar af, ze lijken te veel op elkaar om van toeval te kunnen spreken; volgens de geschiedenis van de weefkunst zou de gemeenschappelijke oorsprong in de Kaukasus kunnen liggen rond 3000 v.Chr, waar ook de oorsprong van de Indo-Europese taalfamilie schijnbaar te vinden is; de taalkenmerken van het Tochaars, volgens linguïsten zo hecht verbonden met het Keltisch (en enigszins het Italisch), zijn archaïsmen, geen vernieuwingen, wat er op wijst dat beide groepen al ver weg waren getrokken toen nieuwe taalgewoonten optraden, ze behoorden tot de eerste groepen die wegtrokken en daarom namen ze mogelijk dezelfde technologie (als de weefkunst) mee; daarbij komt de opvallende fysieke gelijkenis tussen de Kelten, volgens de Grieken en Romeinen en sommige lange, blondachtige en waarschijnlijk blauw-ogige mummies, een nogal ongewoon, genetisch type van Eurazië. 'The case looks good for the mummies from Hami, at least, having been Tokharians and erstwhile neighbors of the Celts.'[10]

Sprekers van Iraanse talen[bewerken | brontekst bewerken]

Latere migraties brachten sprekers van Iraanse talen naar het bekken. Dat moeten herders geweest zijn. Deze en andere migranten brachten een vorm van agrarische technologie en enkele rituele aspecten van een sedentaire samenleving naar het gebied vanuit de gordel van agrarisch gebied dat zich uitstrekte van het noorden van Afghanistan naar het Aralmeer. Het handelt dan om regio's als bijvoorbeeld Bactrië en Margiana. Aanwijzingen daarvoor zijn onder meer dat zowel in de graven aangetroffen gerst en tarwe als het in die periode in het gebied voorkomende gedomesticeerde schaap duidelijk uit het westen kwam. In een aantal graven werd ook ephedra aangetroffen, een kruid uit de traditionele geneeskunde dat ook gebruikt werd in India, Bactrië en Iran.

Vanaf het eind van de eerste eeuw v.Chr. kunnen deze sprekers van een Indo-Europese taal geassocieerd worden met volkeren die bekend zijn vanuit andere historische bronnen. Het blijft echter buitengewoon lastig om namen in Chinese bronnen te verbinden aan namen in bijvoorbeeld Griekse bronnen en veel associaties zijn dan ook in het vakgebied controversieel.

Saken[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaat een grote mate van overeenstemming in het vakgebied dat in ieder geval de Saken een van de volkeren geweest moet zijn die zich vanuit westelijker gelegen gebied in het Tarimbekken vestigden.

Yuezhi[bewerken | brontekst bewerken]

Ook de Yuezhi, vaak geïdentificeerd met de Tocharen, worden in de meeste literatuur als migranten naar het bekken genoemd.

Wusun[bewerken | brontekst bewerken]

Ook de Wusun kunnen in dit verband genoemd worden.

Onderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

Onderzoek op basis van mitochondriaal DNA ondersteunt de opvatting van een westelijke Euraziatische afkomst van in ieder geval een deel van de mummies. Craniometrisch onderzoek bij sommige vondsten van mummies wijst op relaties met volken in de vallei van de Indus en later gedateerde vondsten met populaties uit de vallei van de Oxus. Onderzoek van het grafveld van Xiaohe had als resultaat dat in de vrouwelijke linie de haplogroep C de dominante is. Dat wijst op een gedeeltelijke afkomst uit het zuiden van Siberië. Uitkomsten van onderzoek bij later en eerder gedateerde vondsten van mummies kan dus aanzienlijke verschillen in resultaat geven. Het toont in ieder geval aan dat het Tarimbekken al in de tweede eeuw v.Chr. een gebied was met een diverse populatie.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]