Naar inhoud springen

Telegrafische code van Belgische spoorwegstations

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De telegrafische code van de Belgische spoorwegstations is de traditionele stationscode die in België gebruikt werd en wordt. In de beginjaren van de trein gebeurde de communicatie tussen stations en seinhuizen per telegraaf. Omdat telkens de volledige stationsnaam doorseinen tijdrovend is, werden telegrafische afkortingen gebruikt. Ieder station beschikte over een afkorting, onbemande stopplaatsen niet. Het systeem trad in voege in 1854, toen de morse-telegraaf in gebruik werd genomen.

Samenstelling van de code

[bewerken | brontekst bewerken]

In tegenstelling tot Nederland waar men in de telegrafische afkorting gemakkelijk de stationsnaam kan herkennen zijn de Belgische telegrafische afkortingen ondoorzichtiger. Zo wordt bijvoorbeeld Station Aalst afgekort als 'FLS'. De eerste letter is zo goed als nooit afkomstig uit de stationsnaam, maar is een codeletter, waarvan de betekenis niet altijd meer duidelijk is.

  • F : De oudste codes beginnen met een F. Ook telegraafkantoren buiten het spoorwegdomein en van de buurtspoorwegen hadden vaak een code met F. Het is niet duidelijk waar de letter naar verwijst. Komt ze van het Franse fil, 'telegraafdraad' (vgl. het Engelse to wire, telegrafisch overseinen)? Dit is een hypothese die niet hard gemaakt kan worden.
  • G : Veel (maar lang niet alle) stations van de voormalige spoorwegmaatschappij Grand Central Belge hebben een code die met een G begint. Daarnaast zijn er veel stations op andere lijnen die een code met G kregen.
  • L : Codes met L vindt men bij de grote stations van de lijnen van de Grande Compagnie du Luxembourg. Ook praktisch alle stations van de voormalige maatschappij Liégeois-Limbourgeois hebben een code met L. Maar daarnaast zijn er nog veel stations op andere lijnen die een code met L hebben.
  • M : Alle kleine stations op de lijnen van de voormalige Grande Compagnie du Luxembourg hebben een code met M. Ook de meeste stations van de steenkoolmijnen op de zogeheten 'mijnlijn' in Limburg hebben een code met M. Maar ook veel andere stations kregen een code met M.
  • N : De codes met N waren voorbehouden aan de maatschappij Nord – Belge.
  • R : Toen na de Eerste Wereldoorlog de Oostkantons bij België gevoegd werden kregen de stations aldaar, die voordien tot de Pruisische Staatsspoorwegen behoorden, afkortingen die beginnen met de letter 'R'. Dit staat voor cantons Rédimés, oftewel herwonnen kantons.

De tweede en daaropvolgende letters van de code verwijzen in principe naar de stationsnaam. Wegens het toenmalige Franstalige karakter van het Belgische bestuur is steeds uitgegaan van de Franse benamingen van de stations. Ook werden Nederlandse plaatsnamen toen vaak nog anders gespeld dan vandaag het geval is. Dit weerspiegelt zich in de gebruikte afkortingen. Bovendien zijn sommige stations inmiddels van naam veranderd zonder dat aan de telegrafische afkorting geraakt is. Zie als illustratie de afkortingen van station Scherpenheuvel (GMG, van de Franse benaming Montaigu), station Anzegem (FSH, de oude schrijfwijze van Anzegem is Anseghem) en station De Panne (FDK, vroeger heette het station Adinkerke). Een afkorting die aan beide evoluties onderhevig is, is die van station Antwerpen-Berchem. De afkorting FCV verwijst naar de voormalige naam Groenenhoek, in het Frans Coin Vert.

Symbolisch zijn in 1977 met de invoering van de taalwetten enkele afkortingen 'vervlaamst'. Zo had Brussel-Zuid oorspronkelijk als code FBM (van het Franstalige Bruxelles-Midi). Heden ten dage is dat 'FBMZ' zodat ook de Nederlandse naam vertegenwoordigd wordt. De Franse naam van station Kortrijk is Courtrai, vandaar de oorspronkelijke code 'FC', die 'vervlaamst' werd naar LK (aangezien de code FK reeds naar station Klein-Sinaai verwees en dus niet meer beschikbaar was).

Uitzonderlijk hebben stations waarvan de naam uit minder dan vier letters bestaat soms als telegrafische code de stationsnaam zelf, voorbeelden hiervan zijn ATH, AS en PRY.

Huidig gebruik

[bewerken | brontekst bewerken]

Het gebruik van de telegraaf is gedurende het begin van de 20e eeuw drastisch verminderd. De NMBS zette de morse-telegraaf in 1940 helemaal aan de kant. De afkortingen worden vandaag de dag echter op kleine schaal nog steeds gebruikt. Zo vindt men de stationscodes onder meer terug op de zijwanden van treinen om aan te geven in welke werkplaats de laatste grote onderhoudsbeurt plaatsvond, of om de thuishaven van een stam rijtuigen aan te duiden. Ook wordt ze gebruikt in allerlei administratieve documenten van de NMBS zoals de prestatiefiches van het treinpersoneel.

Ook nieuwe stations krijgen nog steeds een afkorting mee, zij het – wegens de veranderde spoorwegwereld – niet meer in de hierboven geschreven samenstelling. Met de splitsing van de NMBS worden die afkortingen bovendien niet meer eenduidig toegekend. Zo wordt het op 29 mei 2009 geopende station Noorderkempen in Infrabelpublicaties steeds als 'NDK' aangeduid terwijl men het in NMBS-kringen over 'NDKMP' heeft.