Tempé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ongekookte tempé
Gefrituurde tempé

Tempé (ook wel geschreven als tempeh) is een koek van sojabonen afkomstig uit Indonesië. De bonen worden na weken en koken behandeld is met de schimmel Rhizopus oligosporus.

Tempé heeft na bereiding een licht zure smaak. Het neemt andere smaken goed op en is daardoor geschikt als ingrediënt voor verschillende gerechten. Het wordt veel gebruikt in de Indonesische keuken en is in het westen ook populair als onderdeel van vegetarisch en veganistisch voedsel.

Gezondheid[bewerken]

Tempé is rijk aan vitaminen uit de B-groep, vitamine A en nicotinezuur. Verder bevat het vezels en mineralen zoals calcium en ijzer, fosfor, magnesium, kalium, zink en mangaan. Het is vetarm en cholesterol vrij. Door fermentatie gedurende de bewerking worden de voedingsstoffen beter verteerbaar en componenten zoals oligosachariden (raffinose en stachyose) en fytines afgebroken. Het resultaat is een product met een verteerbaarheidscoëfficiënt van 86%, dat rijk is aan hoogwaardige eiwitten met alle essentiële aminozuren.

Tempé heeft een positieve invloed op diarree; het maakt het voor ziekmakende micro-organismen lastig zich aan de darmwand te hechten.[1][2]

Uit onderzoek van de universiteiten van Loughborough en Oxford uit 2008 bleek dat consumptie van het aan tempé verwante tofoe door senioren tot verslechtering van het geheugen lijkt te leiden, maar het gefermenteerde tempé kan door de grote hoeveelheid aanwezige folaten juist een positief effect op de hersenen hebben.[3][4]

Herkomst[bewerken]

Tempé is vrijwel zeker afkomstig van Java. Het wordt voor de eerste maal vermeld in 1875, in een Javaans-Nederlands woordenboek. In 2012 kreeg Indonesië het verzoek te beschrijven wat tempé is en aan welke eisen het moet voldoen. Dit zal als standaard worden toegevoegd aan de Codex Alimentarius van de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties.

Externe links[bewerken]