Tenochtitlan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tenōchtitlan
1325 – 1521
Tenochtitlan Glyph ZP.svg
Kaart
Tenochtitlan-Tacubaya.png
Algemene gegevens
Oppervlakte Circa 12 km²
Bevolking Circa 200.000 (1519)
Talen Nahuatl
Religie(s) Azteekse religie
Regering
Staatshoofd Hueyi tlahtoani

Tenochtitlan ([tɛ.nɔtɕ.tɪ.tɬaːn]?; Spaans: Tenochtitlán) was een Azteekse altepetl (stadstaat) en de hoofdstad van de Azteekse Driebond. De stad werd in 1325 gesticht op een eiland in het Texcocomeer in het tegenwoordige Mexico. Aan het begin van de 16e eeuw was Tenochtitlan met zo'n 200.000 inwoners een van de grootste steden ter wereld. De stad werd in 1521 door de Spanjaarden onder leiding van Hernan Cortés veroverd en grotendeels verwoest. Op de ruïnes werd de Mexicaanse hoofdstad Mexico-Stad gesticht. De Spaanse verovering van heel Mexico kostte door oorlog en ziekte tenminste 18 miljoen inwoners het leven.[1]

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Tenochtitlán komt uit het Nahuatl. Het is een samenstelling van de woorden tetl (rots), nochtli (opuntiacactus) en tlan (suffix voor een locatie). Het zou ook 'stad van Tenoch' kunnen betekenen, naar de priester, die volgens de legende de stad in 1325 stichtte.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Stichting[bewerken | brontekst bewerken]

Afbeelding van de oorsprongslegende van Tenochtitlan.

Volgens de Azteekse legende werd Tenochtitlan gesticht door de Mexica, een Indiaanse stam oorspronkelijk uit de mythische grotten van Aztlan in Noord-Mexico. De naam Azteken betekent letterlijk mensen uit Aztlan. De Azteken zouden volgens de overlevering in het jaar '1 Flint' (1116 of 1168) op zoek zijn gegaan naar een nieuwe woonplek in de vallei van Mexico, toen ze wegens zware droogte Aztlan (plaats van witheid) of Aztatlan (plaats van zilverreigers), een eiland in een meer, moesten verlaten. De Azteken werden begeleid door een idool van de god Huitzilopochtli.

De nomadische groep Mexica voegde zich bij de Azteken en de god Huitzilopochtli overreedde zijn volk hun naam, levenswijze en wapen (pijl en boog) over te nemen. Ze zwierven twintig jaar lang. Ze gingen naar Colhuacan (gewelfde berg), waarvan de heerser Achitometl hen toestond zich in de buurt te vestigen. De Mexica trouwden met vrouwen van Colhuacan en Achitometl schonk zijn eigen dochter aan een Mexica-leider, die haar echter aan Huitzilopochtli offerde. De Mexica vluchtten toen voor Achitometls leger naar de moeraslanden ten westen van het Texcoco-meer. De nieuwe woonplek werd Cuauhmixtitlán.

In de vallei waren de meest vruchtbare gebieden bezet door andere stammen. Volgens een profetie moesten de Mexica zich vestigen op de plaats waar zij een arend op een grote nopalcactus zagen vechten met een vogel met glanzende veren of een slang in zijn klauwen. Deze scène is ook afgebeeld op het wapenschild van Mexico. De grote en mooie nopalcactus was gegroeid, zo verklaarde de god Huitzilopochtli in visioenen aan de priesters, uit 'het geofferde hart van zijn neefje dat op een steen was gevallen'. De grote adelaar nestelde zich in de cactus en doodde en at kleurrijke vogels.

Er bestaan oude Azteekse codices, die over de geschiedenis van Tenochtitlán gaan. Het eerste deel van de Codex Mendoza gaat over de geschiedenis van de stad tot aan de Spaanse verovering. In 1325 zou de profetie zijn uitgekomen en de stad werd door de priester Tenoch op een moerassig eiland in het Texcocomeer gesticht en door zijn opvolger Acamapichtli hernoemd in Tenochtitlán (stad van Tenoch).

In 1358 werd ten noorden van Tenochtitlan de stad Tlatelolco gesticht, dat zich politiek verbond met Tenochtitlan maar toch een zekere zelfstandigheid wist te bewaren.

Ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Dat moerassige gebied behoorde toe aan Tezozomoc, de koning van Azcapotzalco, de stad van de Tepaneken. In de beginjaren was Tenochtitlan slechts een huttendorp en moesten ze belasting betalen aan de Tepaneekse stad Azcapotzalco. De Mexica bleven hier als vazallen tot ze in 1428 onder hun leider Izcoatl de Tepaneken versloegen. Onder leiding van hueyi tlahtoani Itzcoatl (1428-1440) verwierf de stad haar onafhankelijkheid van de Tepaneken, en onder zijn opvolger Motecuhzoma I (1440-1469) werd een bondgenootschap gesloten met de steden Texcoco en Tlacopan. Tenochtitlan werd de hoofdstad van deze Azteekse Driebond, dat ook wel het Azteekse Rijk wordt genoemd. De belastingen die uit de onderworpen provincies binnenkwamen werden in een verhouding 5:3:1 verdeeld.

De stad kwam in 194 jaar tot bloei (de Spanjaarden arriveerden in 1519) en werd, op haar hoogtepunt onder de laatste Azteekse heerser Montezuma II, door de Spanjaarden in 1521 verwoest.

Een model van de markt van Tlatelolco.

Na de verovering van buurstad Tlatelolco in 1474 werd Tenochtitlan dé economische grootmacht van de Vallei van Mexico. De markt van Tlatelolco werd dagelijks door zo'n 60.000 mensen bezocht.

Verovering[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Beleg van Tenochtitlan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Historias de los Indios (1579) van de Spaanse kroniekschrijver Diego de Durán wordt geïllustreerd, dat de Azteekse keizer het einde van zijn heerschappij al zag aangekondigd door de verschijning van een komeet. Er waren onheilspellende voortekenen in de vorm van vreemde astronomische verschijnselen.

Op 8 november 1519 arriveerde de Spaanse conquistador kapitein Hernando Cortés in Tenochtitlan. 'De Europese indringers werden met veel eerbied in Tenochtitlán ontvangen.' De Azteekse keizer was er, net als veertien jaar later Atahualpa, de Incaheerser van Peru, van overtuigd dat een oude voorspelling uitkwam die sprak van de terugkeer van de blanke, bebaarde god Quetzalcoatl, de Gevederde Slang. Cortez landde uitgerekend op 'Eén Riet', de dag waarop Quetzalcoatl volgens de voorspellingen zou terugkeren. De Spaanse soldaten werden als goddelijke boodschappers beschouwd en kregen geschenken.

De Spanjaarden beseften wat er aan de hand was en maakten 'op sluwe en wrede wijze gebruik van Montezuma's argeloosheid en verpletterden in enkele bloedige gevechten het laatste rijk van het precolumbiaanse Midden-Amerika.' Spoedig pleegde Cortés een staatsgreep, waarbij hueyi tlahtoani Motecuhzoma II op valse wijze vermoord werd. Cortés werd gedwongen te vluchten en keerde terug met een leger van 700 Spanjaarden en 70.000 geallieerde Indianen, waarop Tenochtitlan werd belegerd. Het aquaduct werd vernietigd en de stad werd gedecimeerd door de pokkenepidemie die de Spanjaarden hadden meegebracht. De opvolger van Montezuma overleed aan pokken, de laatste heerser moest zich in 1521 overgeven. In augustus 1521 werd de schitterende stad Tenochtitlan door Cortés veroverd en op 13 augustus met de grond gelijk gemaakt. De monumenten werden tot op de fundamenten vernietigd om plaats te maken voor nieuwbouw in koloniale stijl.

Binnen enkele jaren was de Azteekse beschaving genadeloos afgeslacht. 'Van de 20 tot 25 miljoen inwoners van Mexico, overleefde slechts één op de tien het drama. De bevolking werd uitgeroeid door oorlogen en ziekte.' 18 tot 22,5 miljoen bewoners van Mexico vonden door de Spaanse verovering de dood. Het gebied van Tenochtitlán werd in 1521 door het 'hof van Castilië' geannexeerd, het hele land kwam onder Spaans bewind en de kolonie werd 'Nieuw-Spanje' genoemd. 'De laatste buitenpost van de Midden-Amerikaanse culturen, de Quiché-Maya van Yucatán' gaf zich in 1546 over.

Op de ruïnes van Tenochtitlan werd Mexico-Stad gebouwd, dat de hoofdstad van Nieuw-Spanje werd. Dat een aantal gebouwen, die toen werden gebouwd, inmiddels met een trapje naar beneden moet worden betreden heeft te maken met het inklinken van de drassige bodem waarop de Spanjaarden de stenen gebouwen plaatsten.

Indeling[bewerken | brontekst bewerken]

Model van het ceremoniële centrum van Tenochtitlan, met midden achterin de Templo Mayor met de heiligdommen van Huitzilopochtli (zonnegod) en Tlaloc (regengod). Links er van een 'onbekende tempel', rechts de Tempel van Tezcatlipoca. Voor de Templo Mayor de Tempel van Quetzalcóatl (gevederde slang) en dáárvoor het Balspeelveld. Rechts op de voorgrond de Tempel van Xipe Totec, 'onze gevilde heer'. Geheel links het Woonverblijf van de priesters.

Tenochtitlan was via drie dammen verbonden met het vasteland: de Tepeyacdam, Tlacopandam en Ixtapalapadam. Tenochtitlán en haar tweelingstad Tlatelolco konden via drie toegangspoorten of per kano worden bereikt. De stad 'was in vier kwartieren verdeeld, met de heilige wijk in het midden - precies volgens het Azteekse kosmogonische concept van het heelal.' Vers water stroomde van de heuvel Chapultepec naar de stad middels een aquaduct. De stad werd net als Venetië doorsneden door talloze kanalen.

In het centrum van de stad bevond zich de 27 of 30 meter hoge Templo Mayor, een piramide gewijd aan de goden Huitzilopochtli (zon) en Tlaloc (water, vruchtbaarheid). De tempel was een symbolische herschepping van Coatepetl (slangenberg) bij Tula. Daar was Huitzilopochtli door zijn moeder Coatlicue op magische wijze uit een bal kostbaar vederdons verwekt. Coatepetl was voor de god een plaats van wedergeboorte en vernieuwing. De Grote Tempel heette Hueteocalli. Teocalli waren 'godenhuizen'. Het werd door latere heersers herbouwd en vergroot. Het werd pas in 1487 voltooid en bestond uit vier of vijf verdiepingen.

Op plateau IV is een ronde monoliet met een doorsnede van 3 meter gevonden, met de 'macabere' afbeelding van Coyolxauhqui ('versierd met ratels'), die door haar broer Huitzilopochtli onthoofd en in stukken was gehakt. Coyolxauhqui was de Azteekse maangodin, die samen met haar 400 'sterrenbroers', de Huitznahua, probeerde Huitzilopochtli en hun moeder te doden. Hun moeder was Coatlicue ('gewaad van slangen' of 'zij van de slangenrok'), de godin van de aarde en vruchtbaarheid. Een imposant beeld van haar werd in 1780 in Mexico-Stad gevonden. Huitzilopochtli verdreef haar sterrenbroers uiteen naar alle hoeken van het uitspansel. Deze kosmische strijd bereidde het universum voor op de schepping van de Vijfde Zon, het 'Mexica-wereldtijdperk'.

Het grote plein was in Montezuma's tijd 350 meter lang en 200 meter breed. Rond de Grote Tempel bevonden zich ook scholen, het priesterkwartier, een speelveld voor het Azteekse balspel, twee tzompantli's, rekken waarop de schedels van de mensenoffers werden verzameld en tempels van Quetzalcoatl, Tezcatlipoca en Xipe Totec.

Landbouw werd bedreven door chinampa's in het meer aan te leggen en op te hogen tot terpen. Tussen deze "drijvende tuinen" werd het water van het meer hervormd tot een netwerk van kanalen, waarlangs maïs en andere groenten verbouwd werden. De waterstand werd beheerst middels een ingewikkeld systeem van dijken en sluizen. Op deze wijze schiepen de Azteken een bijzonder en rijk landbouwgebied. Een beeld van hoe dit eruitgezien moet hebben is te vinden in de wijk Xochimilco.

Er waren tuinen met tropische bloemen, fonteinen en watervallen en ook zoölogische tuinen, waar door de adel dieren en vooral vogels werden gehouden.

Opgravingen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1978 kwamen tijdens een verbouwing op het centrale plein van Mexico-Stad de resten tevoorschijn van de Templo Mayor. Deze zijn tegenwoordig toegankelijk voor het publiek; losse vondsten zijn deels te zien in het museum ernaast.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Longhena M. (1998), Het Oude Mexico, Nederlandse vertaling, p.79,204-213
  • Cotterell, A. (1999), Wereld Mythologie, Nederlandse vertaling, p.288-290
Zie de categorie Tenochtitlan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.